Aardschok Radio

Komsnertagenda

10xEremetaal Oktober 2016

Gebruikerswaardering:  / 0
ZwakZeer goed 

 

10xEremetaal in Oktober 2016

 

ALLEGAEON

Proponent For Sentience

Metal Blade/PIAS
Wouter Dielesen
85

Per album breidt Allegeaon zijn muzikale palet uit. Hoorden we op ‘Elements Of The Infinite’ uit 2014 al wat akoestische gitaren en orkestratie, vierde langspeelplaat ‘Proponent For Sentience’ begint met een klassiek stuk dat zo van een Fleshgod Apocalypse-album afkomstig lijkt. Zodra de groep uit Colorado op stoom komt, klinkt een technische mengvorm van melodieuze death metal, black metal, prog en Annihilator-achtige thrash. Gitaristen Greg Burgess en Michael Stancel krijgen volop de ruimte voor solo’s en nieuwe zanger Riley McShane (Continuum, Son Of Aurelius, ex-Inanimate Existence) brult, growlt en krijst alsof hij al jaren deel uitmaakt van de band. Het muzikale niveau ligt vijf kwartier lang bijzonder hoog. Zo hoog dat het geregeld gaat duizelen, met name als Allegaeon zich waagt aan een drieluik, de speelsnelheid en compositorische complexiteit verder opvoert en nog meer (klassieke) ideeën aan het materiaal toevoegt. Dan hebben we het nog niet eens over het sciencefictionconcept van de twaalf songs. Maar net als de plaat dreigt te bezwijken onder zijn eigen gewicht, zet de groep enkele troeven in. Zo zit single „Gray Matter Mechanics - Appassonata Ex Machinea” vol vingervlug flamencogitaarspel en bevat „Terrathaw And The Quake” vrouwelijke koorvocalen. In „Proponent For Sentience III - The Extermination” vervullen zanger Bjorn ‘Speed’ Strid (Soilwork) en gitarist Benjamin Ellis (Scar Symmetry, ex-Bloodshot Dawn) gastrollen en het album eindigt met de clean gezongen Rush-cover „Subdivisions”. Met deze vierde schijf rekt Allegaeon zijn eigen grenzen op en levert een buitengewoon intelligente metalplaat af.


 

ASPHYX

Incoming Death

Century Media/Sony Music
Wouter Dielesen
90

Met het vertrek van drummer Bob Bagchus verloor Asphyx in 2013 zijn laatste oerlid. De muzikale basis van death en doom wordt sindsdien gewaarborgd door gitarist Paul Baayens, bassist Alwin Zuur en zanger Martin van Drunen. Zo ook op deze negende full-length. De Duitse nieuwkomer Stefan Hüskens (Desaster, Decayed, Metalucifer) zorgt hooguit voor wat soepelere ritmes. Het materiaal kwam grotendeels tot stand toen de band begin dit jaar samenkwam om een nummer op te nemen voor de Flexi Series van metalmagazine Decibel. Een jamsessie leverde in een weekend zeven nummers op. De overige vier tracks volgden niet veel later. Het album - inclusief bonuscovers van Winter („Servants Of The Warsmen”) en Master („Master”) - stond in no time op band. Die spontaniteit tekent ‘Incoming Death’. Op het eerste gehoor klinkt een vertrouwde Asphyx-sound, zoals in de snelle opener „Candiru”, „The Feeder”, titelsong „Incoming Death” en „Wildland Fire”. Van Drunen growlt op kenmerkende wijze, bas en gitaar grommen en de drums stuwen. Maar zodra de openingsriff van „Division Brandenburg” begint, valt op dat het gitaarspel meer melodielagen bevat dan voorheen en grootser aandoet. Dat element wordt verder uitgebouwd in het slepende „Wardroid”, „The Grand Denial”, „Forerunners Of The Apocalypse”, het ultratrage „Subterra Incognita” (inclusief piano-einde) en de naar funeral doom neigende afsluiter „Death: The Only Immortal”. Asphyx overklast zichzelf. En dat is gezien het sterke oeuvre van de band een behoorlijk knappe prestatie.


 

DELAIN

Moonbathers

Napalm/PIAS
Liselotte Hegt
84

In de afgelopen tien jaar heeft Delain zich weten te nestelen in de top van niet alleen de Nederlandse maar ook de internationale female fronted (symfonische) metalbands. Door het vele toeren en grote toewijding kwam Delain per nieuwe release sterker voor de dag. Met ‘Moonbathers’ is het al niet anders. In het genre sluipen veel copycats en middenmoters rond, maar Delain heeft zich altijd weten te onderscheiden en is ook nooit bang geweest om te experimenteren, over de schutting te kijken en te flirten met pop en rock. Met opener „Hands Of Gold” valt de band met de deur in huis; een ware heavy metalsymfonie, waarin Charlotte Wessels vocale back-up krijgt van de zwaar gruntende Alissa White-Cluz (Arch Enemy, Kamelot), die overigens ook al op het vorige album ‘The Human Contradicion’ te horen was. Het tempo wordt afgeremd, maar de heavy sound is er niet minder om, in het opvolgende „Glory And The Scum”. Ook nu weer vaart Delain een redelijk harde koers, waardoor een nummer als „Suckerpunch” er tussenuit steekt: deze track heeft een lekkere beat, klinkt op alle fronten catchy en weet toch te verrassen met de symfonisch/soundtrackachtige toevoegingen. Duidelijk een singlekandidaat. Wessels maakt handig gebruik van haar grote vocale bereik, waarin ze haar krachtige en gevoelige kant („The Last Breath”) met volle overtuiging etaleert en daarbij verrassende experimentele stembuigingen voorschotelt, zoals in „Danse Macabre”. Er wordt stevig gerockt in „Fire With Fire” en opvallend is de Queen-cover „Scandal”. ‘Moonbathers’ is een afwisselend album, dat pakkend klinkt, de vertrouwde bombast laat horen, maar ook de extravagante eigenwijsheid die de band kenmerkt. De gitaarskills van Timo Somers en Merel Bechtold zijn van hoog niveau en het moge duidelijk zijn dat de band klaar is voor de volgende stap.


 

EPICA

The Holographic Principle

Nuclear Blast/PIAS
Anita Boel
98

Ongelofelijk! ‘The Holographic Principle’ is inmiddels het zevende studio-album, maar wederom is Epica er in geslaagd zichzelf te overtreffen. Werkelijk alles klopt aan deze plaat, te beginnen bij het intro „Eidola”. Het bezorgt je direct kippenvel, waarna de band de luisteraar compleet overdondert met „Edge Of The Blade”. De klassieke partijen, de koorzang, de grunts, de prachtige zang, de raggende gitaren; alles is perfect in balans. Vervolgens knalt de band verder met „A Phantasmic Parade” en dan weet je het al zeker: dit is het beste Epica-album ooit. Alle gebruikelijke ingrediënten zijn aanwezig, maar dan wel zo volmaakt gecombineerd en toegepast, dat je enkel ademloos kan toeluisteren. Frontvrouw Simone Simons blijft zich maar doorontwikkelen en laat zich van haar beste kant horen. Met wat minder kopstem dan op voorgaande albums, maar dat kan ik persoonlijk wel waarderen. Lovenswaardig is ook dat de band voor dit album met een compleet orkest en groter koor heeft samengewerkt. Een hele uitdaging, maar het resultaat is verbluffend. „Beyond The Matrix”, „Universal Death Squad”, „Once Upon A Nightmare”, „Dancing In A Hurricane” en de afsluitende titelsong, het zijn stuk voor stuk metalpareltjes van de bovenste plank. Je vraagt je af hoe de band dit bij een volgend album in godsnaam moet gaan evenaren, laat staan overtreffen.


 

EVERGREY

The Storm Within

AFM/Suburban
Robert Haagsma
82

De Zweedse formatie Evergrey valt nog altijd in de categorie progressieve metal. Toch heeft het geluid in de achterliggende (kleine) twintig jaar een behoorlijke transformatie ondergaan. Epossen vol muzikaal geweld maakten plaats voor songs waarin het meer om sfeer draaide en waar de toetsen een hoofdrol hadden. Op dit nieuwe album wordt met „My Allied Ocean” nog een keer teruggegrepen op de oude stijl, inclusief dubbele basdrum en felle gitaarsolo’s. Het merendeel van ‘The Storm Within’ bevat echter gedragen rockssongs vol pakkende melodieën en teksten vol melancholie. Er zullen ongetwijfeld fans zijn die dit opnieuw als een commerciële knieval zien, maar muzikaal of tekstueel is er niets af te dingen op de muziek zoals Evergrey die anno 2016 maakt. In muzikaal opzicht steekt alles fantastisch in elkaar, het geluid van het album is geweldig en dan zijn er nog enkele gastbijdragen. Floor Jansen van Night­wish excelleert in „In Oribit” en „Disconnect”, terwijl zanger Tom S. Englund in „The Paradox Of Flame” een duet zingt met zijn echtgenote Carina. Veel songs zijn ook echt meeslepend, zoals de opener „Distance”, die een koorpartij als muzikale climax heeft. Veel melodie, weinig metal, maar boven alles opnieuw een erg sterk album van Evergrey.


 

INSOMNIUM

Winter’s Gate

Century Media/Sony Music
Marlous de Jonge
85

Dat Insomnium niet bang is om te vernieuwen en te experimenteren bewees de band in 2014 met langspeler ‘Shadows Of The Dying Sun’. Hierop verschenen naast langere, gelaagdere nummers dan de band ooit maakte zelfs twee ballads. Op dit zevende album slaat Insomnium wederom een nieuwe weg in; de Finse heren schreven een conceptplaat. En niet zomaar een. ‘Winter’s Gate’ bevat namelijk maar één track, gebaseerd op een kort verhaal dat frontman Niilo Sevänen een jaar of tien geleden schreef. Tijdens een brainstormsessie, waarbij de wijn rijkelijk vloeide, ontstond het idee om het verhaal ‘Winter’s Gate’ uit te werken tot een one-track-album. Zo gezegd, zo gedaan. Het veertig minuten durende nummer vertelt het verhaal van een groep vikingen, die ondanks de komst van een zeer strenge winter op zoek gaat naar een eiland ten noordwesten van Ierland. Hoewel ‘Winter’s Gate’ dus uit één lang nummer bestaat, voelt het door de vele, goedgekozen rustmomenten niet zo. Iedere vijf à tien minuten verlaagt de band zijn tempo om daarna weer voluit te knallen. Dit constante spel met tempowisselingen houdt ‘Winter’s Gate’ van begin tot eind interessant. Naast de variatie tussen bombast en rust is ook de afwisseling tussen elektrische en akoestische gitaren, en grunts en cleane zang zeer aangenaam. Insomnium heeft door de jaren heen een herkenbaar eigen geluid weten te ontwikkelen. De melancholische melo-death van de Finnen klinkt vertrouwd als altijd, maar wordt op ‘Winter’s Gate’ verder uitgebouwd met elementen uit de black metal en progmetal. Insomnium kent bovendien de kracht van herhaling. Teksten, riffs en melodieën komen gedurende ‘Winter’s Gate’ diverse malen terug; soms exact hetzelfde, soms met subtiele verschillen. Aan het einde van de plaat herkent de luisteraar het begin, en zo is de cirkel rond. Al met al is ‘Winter’s Gate’ een prachtig werkstuk geworden. Het album verschijnt overigens pas op 23 september. De speciale editie zal als bonus een luisterboek bevatten, ingesproken door Sevänen.


 

KAYSER

IV: Beyond The Reef Of Sanity

Listenable/Suburban
André Verhuysen
80

Lang verhaal kort: ‘IV: Beyond The Reef Of Sanity’ is het beste Megadeth-album dat Dave Mustaine nooit maakte! Kayser gooit het op zijn vierde album dus over een iets andere boeg. Waar de Zweedse thrashband voorheen vooral inspiratie putte uit het werk van Metallica - met een vleugje Pantera voor de groove - daar geven zanger Spice (ex-Spiritual Beggars) en zijn kompanen ditmaal een schaamteloos staaltje Megadeth-verering ten beste. De hakkende slaggitaarpartijen, de vlijmscherpe riffs, de melodieuze gitaarsolo’s, de galopperende ritmes, de voor Mustiane zo typische zanglijnen; in alles ademt ‘IV: Beyond The Reef Of Sanity’ Megadeth. Plagiaat? Jazeker. Maar dan wel van de allerbeste soort. Laat Mustaine het niet horen, want dan zwaait er wat!


 

PAIN

Coming Home

Nuclear Blast/PIAS
Robert Haagsma
82

Zoals je verderop in dit blad kunt lezen, werd ‘Coming Home’ gemaakt in een periode dat zanger, multi-instrumentalist en producer Peter Tägtgren sterk beïnvloed werd door het vroege werk van de Britse zanger David Bowie. Hij zat daarnaast met zijn hoofd nog steeds bij het veelgeprezen album dat hij gemaakt had met Till Lindemann, de zanger van Rammstein. Het heeft overigens niet geleid tot een drastische stijlbreuk. Het soloproject van de Zweed heeft metal en industriële rock nog altijd als belangrijkste fundament. Het verschil zit ‘m meer in de details. In sommige songs zingt Tägtgren cleaner dan voorheen, zoals in het prachtige titelnummer. In het openingsnummer „Designed To Piss You Off” duikt een blues-achtige gitaarpartij op. Elders op het album zijn akoestische gitaren te horen. De weelderige orkestrale arrangementen van de hand van de Nederlander Clemens Wijers (Carach Angren), die ook al zo’n belangrijke bijdrage leverde aan het Lindemann-project, bepaalt ook sterk de sfeer van het album. Sommige songs zijn ook pakkender dan voorheen, zoals het geweldige „Absinthe Phoenix Rising” laat horen. Dan is er ook nog een gastbijdrage van Joakim Brodén (Sabaton) in „Call Me”. ‘Coming Home’ is al met al een erg sterk album geworden, mede dankzij die elementen. Pain heeft zichzelf daarmee werkelijk vernieuwd, terwijl het album nog voldoende vertrouwde ingrediënten bevat om de oudere fans te bekoren.


 

SAGH

Memento Mori

Indie/Suburban
André Verhuysen
85

‘Memento Mori’ is het vijfde album van Sahg en de opvolger van het in 2013 verschenen ‘Delusions Of Grandeur’. Op de eerste drie albums, simpelweg ‘I’, ‘II’ en ‘III’ getiteld, maakte het Noorse kwartet nog degelijke doch steeds voorspelbaarder wordende doom metal in de straatjes van Black Sabbath en Candle­mass. Op ‘Delusions Of Grandeur’ gooide Sahg het over een heel ander boeg. Proggy invloeden deden hun intrede. De sound van Sahg schoof daarmee op in de richting van bands als Opeth en Mastodon. Sahg klonk ineens avontuurlijker, psychedelischer en spannender. Die lijn wordt op ‘Memento Mori’ gelukkig consequent doorgetrokken. Opener ‘Black Unicorn’ zet meteen de toon; een bombastische oorwurm die zich meer dan een beetje heeft laten beïnvloeden door Pink Floyds „Astronomy Domini”. In het navolgende „Devilspeed” gaat het gas erop en schudt Sahg het doom-juk definitief van zich af. Sowieso speelt Sahg nu veel meer met tempo’s dan ook de eerste drie platen. Luister maar eens naar het King’s X-achtige „Take It To The Grave” of het overrompelende „Silence The Machines”. Sahg heeft een enorme groei doorgemaakt en lijkt in bijna niets meer op de band die ‘I’, ‘II’ en ‘III’ maakte. Sahg 2.0 is een regelrechte topband en ‘Memento Mori’ is jaarlijstmateriaal!


 

DEVIN TOWNSEND PROJECT

Transcendence

InsideOut/Sony Music
Ron Willemsen
90

Albums van de Canadese topmuzikant Devin Townsend zijn beslist niet voor mensen die op zoek zijn naar makkelijk te verteren stukjes muziek. De sonische juweeltjes die hij tot nu toe heeft uitgebracht onder verschillende band- en projectnamen hebben ervoor gezorgd dat de man een op zichzelf genre heeft gecreëerd. Het mooie is ook dat Townsend gewoon de muziek maakt die hij zelf te gek vindt. Dat hij daarmee een steeds grotere schare fans verzamelt, is mooi meegenomen. ‘Transcendence’ is de titel van zijn nieuwste meesterwerk en hoewel hij er wederom in is geslaagd om nieuwe elementen aan zijn muziek toe te voegen, is het te herkennen uit duizenden. De intense muren van geluid die hij creeërt, zijn zweverige zanglijnen, nog eens extra aangezet door de achtergrondzang van Anneke van Giers­bergen, Che Aimee Dorval en Katrina Natale, en de zoals altijd glasheldere productie. Met zijn inmiddels jarenlange partners-in-crime (drummer Ryan van Poederooyen, bassist Brian Waddell, gitarist Dave Young en toetsenist Mike St-Jean) levert de alleskunner een plaat af die volgens hemzelf de brug moet vormen tussen Townsends Z2-albums en zijn toekomstige werk. De toekomst zal het ons leren. ‘Transcendence’ opent in elk geval met een remake van „Truth” (van ‘Infinity’ uit 1998) en vanaf dat begin is het genieten van een orgie van geluid en soundscapes, die door de uitgekiende zang toch toegankelijk blijft. ‘Tran­scen­dence’ is Townsends eerste plaat waarop hij zijn mede-muzikanten alle ruimte geeft en dat pakt erg goed uit. Beste nummers zijn wat mij betreft „Failure” met z’n fascinerende opbouw, „Secret Sciences” met een mooi akoestisch intro, het titelnummer met strijkers, blazers en een geweldige Anneke van Giers­ber­gen, het zeer persoonlijke „From The Heart” en de afsluitende Ween-cover „Transdermal Celebration”. Townsends versie is twee keer zo lang als het origineel en een zeer toepasselijke, rustige afsluiter, die hard nodig was na de voorafgaande sonische aanval. Wederom een prachtplaat van een uniek artiest met een zeer eigen stijl.


You have no rights to post comments

© Aardschok Rockommunity | Design by: LernVid.com