Aardschok Radio

Komsnertagenda

199701.jpg

10Maal Eremetaal Augustus/September 2018

Gebruikerswaardering: 2 / 5

Ster actiefSter actiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

 

10 maal Eremetaal in Augustus/September 2018

HALESTORM

Vicious

(Atlantic/Warner Music)
Ron Willemsen
90

Sinds hun titelloze debuutalbum uit 2005 gaat het de dame en heren van Halestorm voor de wind. Het bijna onafgebroken toeren heeft zeker bijgedragen aan de grote populariteit van de band, evenals de productiviteit op platengebied. Naast de reguliere albums maakte Halestorm ook nog een aantal EP’s met covers die duidelijk aangeven waar de invloeden van de band liggen. In bassist Josh Smith en drummer Arejay Hale beschikt Halestorm over een solide en uiterst creatieve ritmesectie, terwijl gitarist Joe Hottinger zorgt voor de riffs en (korte) solo’s die dan weer perfect bij de nummers passen. Boegbeeld van de band is zangeres/gitariste Lzzy Hale, die tot een van de beste zangeressen van dit moment gerekend mag worden. Met het grootste gemak zingt ze gevoelig en hartstochtelijk als in „Heart Of Novocaine”, of heavy en krachtig als in „Black Vultures” en „Painkiller”. Ook het radiovriendelijke, een beetje naar Pink neigende „Killing Ourselves To Live”, met een lekkere, korte gitaarsolo, of het speelse „Con­flic­ted”, dat van een akoestisch intro is voorzien, klinken overtuigend. De plaat eindigt met het fraaie, akoestische „The Silence”. Halestorms vorige plaat ‘Into The Wild Life (2015) kreeg nog de kritiek dat het allemaal te poppy en bluesy werd, waar de band hun toenmalige producer de schuld van gaf, maar met hulp van Nick Raskulinecz levert het kwartet een plaat af die de band weer helemaal op het hardrockpad zet!


GRAHAM BONNET BAND

Meanwhile, Back In The Garage

(Frontiers/PIAS)
Diederick RR9660
82

Iedereen die de opkomst van het fenomeen Yngwie Malmsteen in de jaren tachtig heeft meegemaakt, weet wat een opwindende periode dat was. Een van de bands die hierin een centrale plek innamen, was Alcatrazz met een nog piepjonge Yngwie op gitaar en geleid door de dan al zeer ervaren zanger Graham Bonnet (Rainbow, Michael Schenker Group). De laatste jaren is Bonnet weer opvallend actief, zowel met Schenker als met zijn eigen band. Tot nu toe wist hij me daarmee nog niet volledig te overtuigen, maar dit album is andere koek. Het titelnummer dat de plaat opent voelt als een trip terug naar het eerste Alcatrazz-album. Het gitaargeluid is bijna identiek aan dat van Malmsteen en gaat als vanouds hand in hand met de herkenbare keyboardpartijen van Bonnets maatje Jimmy Waldo. En daar houdt het goede nieuws niet bij op. ‘Meanwhile, Back In The Garage’ bevat namelijk veel meer klasse songs, zoals „The Hotel” (sterke zanglijnen) en de prachtige ballad „The Crying Chair”. Een Bonnet-album is echter niet compleet zonder een paar enorm catchy songs die tegen poprock aanleunen. „Livin’ In Suspicion” is er zo één. Een song bovendien waar een verloren zoon zijn kunsten op gitaar laat horen. Dit nummer is namelijk ingespeeld door ene Kurt James, die ooit het debuut van Dr. Mastermind (met o.a. Deen Castronovo op drums) in 1986 voorzag van spetterende loopjes en solo’s en daarna in de marge verdween. Hij wordt in de bijgevoegde bio ook meteen aangekondigd als de nieuwe vaste gitarist van de Graham Bonnet Band. Of we daar blij mee moeten zijn valt nog te bezien, want Joey Tafolla - de gitarist die alle andere nummers op dit album heeft ingespeeld - is namelijk de echte ster van deze show. Ooit door Mike Varney als gitaarheld in de markt gezet, is het deze virtuoos die dit album boven het laatste werk van Bonnet uittilt met zijn smakelijke solo’s en slagwerk. En dus is het erg jammer dat hij al weer vervangen is. Maar niet getreurd, want de gehele Bonnet Band is in vorm, met de oude Graham voorop. Want wie zelfs van het matige „We Don’t Need Another Hero” (Tina Turner) iets weet te maken, is voorlopig nog niet uitgeblust.


JUNGLE ROT

Jungle Rot

(Victory/Suburban)
Wouter Dielesen
70

Na vijfentwintig jaar achtte de uit Kenosha, Wisconsin afkomstige death metalband Jungle Rot de tijd eindelijk rijp om een release te vernoemen naar zichzelf. Gesteund door bassist James Genenz, gitarist Geoff Bub en teruggekeerde sessiedrummer Jesse Beahler levert oprichter Dave Matrise (gitaar/ zang) met ‘Jungle Rot’ zijn tiende studioplaat af. Anders dan een allesbepalend album uit te brengen, vervalt de groep direct bij opener „Send Forth Oblivion” in zijn vaste gedrag en klinkt er een voorspelbare mix van midtempo death metal, grooves en beatdowns. De muziek bevat hooguit wat meer thrash­elementen dan voorgangers ‘Terror Regime’ (2013) en ‘Order Shall Pre­vail’ (2015). Dat blijkt niet alleen uit de gastvocalen van Schmier (Destruction) in „Fearmonger” en afsluitende Kreator-cover „Terrible Certainty”, maar ook uit de aanpak van de overige acht tracks. Jungle Rot laat nergens een muzikale of vocale steek vallen. Ook op het mix- en masteringwerk van Dan Swanö valt niets aan te merken. Toch baren de nummers geen moment opzien. De riffs, solo’s en bas- en drum- en zangpartijen bevatten weinig creativiteit, het ontbreekt aan spanningsbogen en de songs lijken te veel op elkaar. Waar Jungle Rot zich voor eens en voor altijd had kunnen profileren als death metalinstituut, geldt de gedeelde albumtitel en bandnaam nu vooral als blijk van weinig inspiratie.


LIKE A STORM

Catacombs

(Century Media/Sony Music)
Ron Willemsen
90

In 2009 vertrekken de Nieuw-Zeelandse broers Chris (zang, gitaar, didgeridoo), Matt (gitaar, zang) en Kent (bas, zang) Brooks naar Amerika met maar één doel: slagen in de muziek. Hun debuutt ‘The End Of The Beginning’ wordt goed ontvangen en ze bouwen verder aan een groeiende fanschare door veel te toeren. Hun tweede album ‘Awaken The Fire’ leidt zo mogelijk tot nog positievere kritieken. Nu is het tijd voor de cruciale derde studioplaat. Voor ‘Cata­combs’ is het donkere concept ontstaan na een bezoek aan de catacomben van een Parijs kerkhof. Tekstueel geeft het album een kijkje in de psyche van de band. In opener „The Devil Inside” zijn alle karakteristieke elementen aanwezig: enorme riffs, gevoelige zang afgewisseld met screams en de kenmerkende didgeridoo. „Out Of Control” klinkt als ‘Linkin Park meets 30 Seconds To Mars’, maar dan heavier met veel tempo- en sfeerwisselingen. Chris Brooks is een veelzijdig zanger die met evenveel gemak de gevoelige als de screampartijen voor z’n rekening neemt. In „Solitary” neemt Matt de zang voor z’n rekening en doet dit meer dan verdienstelijk. „Until The Day I Die” groovet enorm, in „Bullet In The Head” wordt subtiel gebruikgemaakt van de digeridoo, terwijl „These Are The Bridges You Burned Down” met z’n grunts en vele screams laat horen dat Like A Storm ook wel van death metal gecharmeerd is en de muziek van de band dus eigenlijk geen grenzen kent. Met het bijna zeven minuten durende „Pure Evil” besluit de plaat in stijl en wordt een spookachtig sfeertje opgeroepen door slim gebruik van de piano. Conclusie? Een dijk van een moderne ‘hardrock meets nu-metal meets post grunge’-plaat. Geloof me: deze band is nog lang niet uitgegroeid!


PRIMAL FEAR

Apocalypse

(Frontiers/PIAS)
André Verhuysen
75

Van Primal Fear weet je bij elke nieuwe plaat van tevoren al precies wat je krijgt voorgeschoteld. Power metal van de bovenste plank. Straatje Judas Priest, Helloween en Accept. Er wordt telkens op hoogstaand niveau gemusiceerd en de productie is steevast om door een ringetje te halen. Op experimentele uitstapjes of gewaagde zijsprongen zul je Primal Fear nooit kunnen betrappen. De band vond al jaren geleden de winnende formule. Elke verandering zou vrijwel zeker achteruitgang betekenen. En dus hoor je ook op ‘Apocalypse’ weer gewoon meer van hetzelfde. In het geval van Primal Fear kan ik daar prima mee leven. Schoenmaker blijf bij je leest. Het is daarnaast ook bepaald geen straf om Ralf Scheepers uit volle borst te horen galmen. Hij is nu eenmaal een van de beste, misschien zelfs wel dé beste zanger in het genre. Conclusie: fans van Primal Fear kunnen meteen tot aanschaf overgaan.


MICHAEL ROMERO

War Of The Worlds // Pt. I

(Mascot/Bertus)
Diederick RR9660
85

Symphony X-liefhebbers opgelet. Michael Romeo, de componist en gitarist van deze band brengt met ‘War Of The Worlds // Pt. I’ onder eigen naam een collectie nummers uit die klinken als nieuw Symphony X-werk, maar dan met een andere zanger. Voor veel SX-fans zal het ontbreken van Russell Allen zorgen voor twijfel of ze dit album wel in huis moeten halen, maar laat me die groep geruststellen: Romeo heeft een meer dan aardig alternatief opgedoken. De man heet Rick Castellano en hoewel hij (nog) niet de emotie van Allen in zijn stem heeft, past hij zeer goed bij de harde, symfonische metal die je voorgeschoteld krijgt. Samen met bassist John DeServio en drummer John Macaluso (ook te horen op het nieuwe Tomorrow’s Eve-album) vormt hij een goed team rondom Romeo. Wat opvalt is dat de gitaarsound van Romeo prettiger klinkt dan bij zijn hoofdband. Minder scherp en voller vooral. Daarnaast zijn invloeden uit filmmuziek nog sterker aanwezig dan bij Symphony X, maar wat wil je ook met zo’n albumtitel? Het instrumentale „War Machine” is hier een mooi voorbeeld van; een song die geknipt lijkt te zijn voor een filmscène waarin gigantische ruimteschepen passeren. Ook „F*cking Robots” geeft je een sciencefictiongevoel vanwege de gerobotiseerde dubstepelementen in de coupletten. Toch staan er nog veel betere nummers op ‘War… Pt. I’, zoals het krachtige „Black”, het pakkende „Differences” en vooral „Djinn”, waarin Castellano en Romeo om beurten schitteren tegen een achtergrond van oosterse melodieën. ‘War Of The Worlds // Pt. I’ zal de harten van zowel hard­rockers als progliefhebbers harder laten kloppen.


SINSAENUM

Repulsion For Humanity

(earMUSIC/Edel/V2)
Robbie Woning
80

Voormalig Slipknot-drummer Joey Jordison en DragonForce-bassist Frédéric LeClercq brachten in 2016 met hun nieuwe band Sinsaenum een prima death metalplaat uit. Opmerkelijk genoeg heb ik in de periode daarna nauwelijks nog iemand over de band horen praten. Misschien komt dat ook wel doordat de band het debuut ‘Echoes Of The Tortured’ nooit live heeft gepromoot. Met de opvolger ‘Repulsion For Humanity’ gaat dat schijnbaar wel gebeuren. Voor het najaar staan in elk geval flink wat Europese shows gepland. ‘Echoes Of The Tortured’ bevat opnieuw een stel goed geschreven, extreme metalnummers, waarin Morbid Angel en Pestilence de best traceerbare invloeden zijn. De muziek is soms woest en overweldigend, maar ligt dankzij de goede arrangementen en opzwepende ritmes wel altijd prettig in het gehoor. De gitaarsolo’s zijn opnieuw erg cool en voegen soms een mooie extra dimensie toe. Sinsaenum probeert ook wat nieuwe dingen. Zo is in het nummer „Final Resolve” een schijnbaar bekende Franse industriële percussiegroep te horen. Verder is het wel goed dat de band op deze plaat wat minder vaak het gaspedaal intrapt en in plaats daarvan zijn sterke midtempo riffs soms heel faai uitbouwt. Vooral het meebrulbare „I Stand Alone” zal hierdoor straks bij concerten zeker aanslaan. Ook het Bathory-achtige, maar moderner gemixte „My Swan Song” is halverwege het album door zijn bezwerende toonzetting erg de moeite waard. Mayhem-zanger Attila Csihar was op het Sinsaenum-debuut prominent aanwezig, maar had ditmaal weinig tijd. Zijn rol beperkt zich daarom tot wat achtergrondvocalen. Dankzij de hoorbare ervaring en verschillende achtergronden van de bandleden is ‘Repulsion For Humanity’ desondanks een prima en afwisselend album geworden.


SKELETONWITCH

Devouring Radiant Light

(Prosthetic/Suburban)
Wouter Dielesen
80

Na het vertrek van zanger Chance Garnette in 2015 paste Skeletonwitch zijn muzikale koers aan. Daar droeg vervanger Adam Clemans (Wolvhammer, ex-Veil Of Maya) zeker aan bij, zoals twee jaar geleden te horen was op de EP ‘The Apothic Gloom’. Ook bij ‘Devouring Radiant Light’ ligt de nadruk niet langer op melodieuze death metal met thrash-elementen, maar op vernuftige black metal. Anders dan enkel op hoog tempo voort te razen, kiest de groep in de nieuwe songs voor verdieping en muzikale verbreding. Daar nemen de heren de tijd voor. Vier van de acht tracks klokken meer dan zesenhalve minuut en zitten vol verdiepende melodieën, uitgesponnen partijen, tempowisselingen en cleane stukken. Onderweg tipt Skeleton­witch diverse genres aan, van death metal en thrash tot heavy metal, doom en prog. Gitaristen Nate Garnette en Scott Hedrick spelen op de top van hun kunnen en zorgen samen met bassist Evan Linger en de in mei vertrokken drummer Dustin Boltjes (ex-Demiricous) voor een buitengewoon interessante en avontuurlijke luisterervaring!


DEE SNIDER

For The Love Of Metal

(Napalm/PIAS)
Bastiaan Tuenter
78

‘For The Love Of Metal’ is Dee Sniders manier om sorry te zeggen. Weg is de dubieuze poprock waartoe hij zich na Twisted Sisters afscheid op ‘We Are The Ones’ liet verleiden. Terug is de ouderwets dampende heavy metal met krachtige vocalen. Snider liet zich tijdens een interview voor (Hate­breeds) Jamey Jasta’s podcast ‘The Jasta Show’ overhalen om weer een echt heavy album te maken, wat dus heeft geresulteerd in een mooie samenwerking van de iconen van glam metal enerzijds, hardcore anderzijds en metal in het algemeen. Het is ook goed te horen dat Jasta aan boord is, zoals in het Hatebreed-achtige „Running Mazes”, met smerig riffwerk, en „American Made”, dat ook uit Zakk Wylde’s koker had kunnen komen. Snider wijkt anno 2018 niet gek veel af van de de headbangers die hij veertig jaar lang met Twisted Sister speelde, maar ‘For The Love Of Metal’ is zeker een waardevolle toevoeging aan zijn oeuvre. Het is geen nostalgiatrip, maar een modern klinkend album met actuele, regelmatig serieuzere teksten. Eén ding is hetzelfde gebleven en dat is die markante en rebellerende stem, die niet aan kracht ingeboet heeft. ‘For The Love Of Metal’? Excuses aanvaard, meneer Snider!


VENUES

Aspire

(Arising Empire/ADA)
Metal Mike
80

Er zijn honderden bands die schreeuwzang en melodieuze zang combineren, maar er zijn er maar weinig die dat zo goed doen als het uit Stuttgart afkomstige Venues. Dat komt ten eerste omdat Nyves Krithinidou een geweldige zangeres is wiens stem opvallend goed contrasteert met de schuurpapieren strot van Robin Baumann, ten tweede omdat het zestal weet hoe het goede nummers moet schrijven; de refreinen blijven na één luisterbeurt al in je hoofd hangen. En last but not least: de uitstekende productie van Annisokay-gitarist Christoph Wieczorek. De twaalf nummers klinken als een klok en zijn afwisselend genoeg om te blijven boeien.


You have no rights to post comments