Aardschok Radio

Komsnertagenda

199202.jpg

10maal Eremetaal april 2018

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

 

10 maal Eremetaal in April 2018

ANGRA

ØMNI

(earMUSIC/Edel/V2)
Justin Erkens
83

Fabio Lione op zang: check. Overmelodische opening: check. Uptempo symfmetal: check. De eerste minuut van „Light Of Transcendence” voldoet aan alle voorwaarden van Rhapsody (Of Fire). Schijn bedriegt uiteraard. Lione heeft de Rhapsody-deur twee jaar terug achter zich dichtgetrokken en al sinds 2013 zich gevoegd bij de power metaltrots van Brazilië: Angra. Toch blijft het wennen, ook al is het alweer drie jaar na het eerste Angra-album met Lione (‘Secret Garden’, 2015). Pas tegen het einde van het openingsnummer en bij „Travelers Of Time” begint het verschil echt duidelijk te worden. Waar Rhapsody altijd symfonischer en verhalender moest, gaat het op Angra’s nieuwe kunstwerkje ‘ØMNI’ veel meer om de individuele nummers. Lione’s vocalen worden niet meer overstemd, maar ingebed in een complimenterende omgeving van progressief power metalgeweld. Na „Black Widow’s Web” - met Arch Enemy brulboei White-Gluz - verdwijnen de Rhapsody-associaties helemaal. Wat volgt is misschien wel het beste werk dat we tot nu toe van Angra hebben gehoord. Veel variatie, veel power en nummers die blijven hangen zonder na een week al te vervelen. Dat deze band een enorm potentieel had, wisten we al langer. ‘ØMNI’ is het bewijs dat het niet alleen bij potentieel gebleven is.


BARREN EARTH

A Complex Of Cages

(Century Media/Sony Music)
Diederick RR9660
83

Mis je de Opeth van pakweg vijftien jaar geleden, dan kan Barren Earth dat gat wellicht voor je vullen. Het avontuur in de nummers, de gitaarschema’s, de afwisseling hard/zacht en clean/grunt, alle ingrediënten zijn aanwezig. De invloed van Opeth hoor je met name terug in de ritmes en melodieën van songs als „Further Down” en „Spire”. En in „Solitude Pith” horen we zelfs nog even ‘Opeth nieuwe stijl’ in het middenstuk langskomen. Barren Earth is echter zeker geen kopie te noemen en stopt ook voldoende andere elementen in z’n muziek, zoals een kort stukje tango in het al eerder aangehaalde „Further Down”. De Finnen onderscheiden zich daarnaast ook door het integreren van doominvloeden en zo nu en dan hoor je zelfs een sfeervolle saxofoon op de achtergrond meeblazen. Vooral het nummer „Zeal” laat zien waar de band toe in staat is: een spookachtig begin wordt gevolgd door een interlude met Ayreon-vibe, waarna met razende riffs vaart gemaakt wordt richting een bijna symfonische climax. Om Barren Earth al op het niveau van Opeth te plaatsen, gaat (nog) te ver. Zo is de cleane zang van Jón Aldará weliswaar prima, maar hij haalt geen Åkerfeldt-niveau. Daarvoor is zijn voordracht te gedragen en ook mis ik de pakkende hooks die Mikael Åkerfeldt schijnbaar achteloos uit zijn mouw schudt. ‘A Complex Of Cages’ is echter wel een ijzersterk album met meer dan zeventig minuten aan intense muziek die volle passie wordt uitgevoerd. Een speelduur van zestig minuten was trouwens ook voldoende geweest en had het geheel naar mijn idee alleen maar krachtiger gemaakt.


BETWEEN THE BURIED AND ME

Automata I

(Sumerian/ADA)
Robert Haagsma
80

Elke band die progressieve trekjes vertoont, is het aan zijn verstand verplicht om ooit een conceptalbum op te nemen. Deze band uit North Carolina deed dat trouwens al meerdere keren, maar zoals de titel aangeeft, wordt ‘Automata I’ gepresenteerd als het eerste deel van een heus tweeluik. Het tweede deel zal nog dit jaar uitkomen. Het thema is ditmaal het idee dat dromen gebruikt zouden kunnen worden als entertainment voor anderen. Het is een subtiele verwijzing naar de manier waarop het grote publiek eigen verwachtingen en ambities vaak projecteert op grote sterren uit de muziek- of entertainmentwereld. Het is een stevig gegeven dat goed aansluit bij de als altijd complexe muziek van Between The Buried And Me. De band plakte zich al jaren geleden het progmetal-etiket op en dat dekt de lading heel aardig. Net als op de voorgaande zeven albums leeft de groep rond zanger en toetsenist Tommy Giles Rogers Jr. zich uit op uitgesponnen, complexe songs vol instrumentaal geweld. In de muziek zitten echter veel meer stijlen verweven. Zo zijn de wortels in de metalcore nog altijd hoorbaar en worden er ook zijstappen richting melodieuze death metal gemaakt. Vocaal wordt alles perfect ingevuld, van heftig gegrom tot loepzuivere zang. Het is stevige kost. Van het thema tot de tempowisselingen, het is een album dat een paar keer luisteren vergt. Zelfs daarna blijf je muzikaal en tekstueel telkens nieuwe lagen ontdekken.


BOREALIS

The Offering

(AFM/Suburban)
Metal Mike
90

Liefhebbers van progressieve powermetal komen deze maand royaal aan hun trekken. Naast Kamelot en Collibus is Borealis de derde band in dit genre die in de top 3 van de Soundcheck staat. En het had weinig gescheeld of ‘The Offering’ was net zoals de voorganger ‘Purgatory’ (2015) CD van de Maand geworden. Ondanks het vertrek van sologitarist Michael Briguglio is er qua stijl niet zoveel veranderd. Het terughalen van Ken Fobert, die op ‘Fall From Grace’ (2010) nog schitterde, zal daarvoor de belangrijkste reden zijn. De productie - ook nu weer door drummer Sean Dowell - is supervet. Tel daarbij op de machtige zang van Matt Marinelli, die qua stemgeluid veel wegheeft van Rus­sell Allen (Symphony X) en je snapt dat we hier met een topband te maken hebben. De Canadezen bezitten de kunst om nummers met een kop en een staart te schrijven, die hoofdzakelijk rond de vijf minuten klokken. Geen progressief gepiel om te bewijzen hoe goed je als muzikant bent, maar gewoon alles in staat stellen om zo goed mogelijke songs af te leveren, en die staan er op ‘The Offering’ veel.


COLLIBUS

Trusting The Illusion

(No Dust/Suburban)
Diederick RR9660
90

Collibus. Wat is dat nou voor een naam? Meestal geeft de naam van een band wel een eerste indicatie van wat je kan verwachten, maar hier tastte ik volstrekt in het duister. Omdat de naam me niet meteen aansprak, verwachtte ik ook niet te veel van de muziek op ‘Trusting The Illusion’. Maar direct met het eerste nummer „What We’ve All Become” trapt deze band uit Manchester mijn vooroordeel knalhard de grond in. Zo-de-tering-zeg, wat een klassesong. Harde riffs, sfeervolle keyboards, een drummer met een dwingende en toch swingende speelstijl en een gitarist die solo’s als splijtende demarrages door het nummer jaagt. En dan die zang: kippenvel! Het duurt echter even voordat ik doorheb dat er een vrouw achter de microfoon staat. Wat een heerlijke, Magali Luyten-achtige, ruige en toch melodieuze stem schittert hier. Gemma Fox heet de dame, die vervolgens vijftig minuten lang de sterren van de hemel zingt. Zij schreef ook de tweede song van de plaat, het al net zo sterke „The Last Time”. Dit nummer verscheen in 2016 reeds op een EP, samen met drie akoestische bewerkingen van songs van het debuut van Collibus uit 2014. Het zijn twee releases die me ontgaan zijn (schaam schaam) ondanks het feit dat Queen-gitarist Bryan May, die ik toch op de voet volg, al lovende woorden over deze band sprak. Collibus doet me nog het meeste denken aan Nevermore en vooral Ghost Ship Octavius, hoewel Fox met haar zang wel iets extra’s toevoegt ten opzichte van laatstgenoemde band. Dat hoor je vooral richting het einde van de plaat, waar meer plek is ingeruimd voor akoestische elementen en Fox me nog een aantal keer kippenvel bezorgd, onder andere op de schitterende ballad „Give Into Me”, waarin Queen-invloeden duidelijk hoorbaar zijn in de koortjes en de gitaarpartijen. Gitarist Stephen Platt mag overigens niet ongenoemd blijven, want zijn talent spat werkelijk uit de speakers. Desondanks stelt hij zich volledig in dienst van de songs, net als de overige bandleden, waardoor Collibus als geheel sterker is dan de som van de individuen. Het album klinkt vol, vet en toch open en heeft geen enkel zwak nummer. Conclusie: Collibus wordt een van dé bands van 2018!


THE CROWN

Cobra Speed Venom

(Metal Blade/PIAS)
Wouter Dielesen
85

Single ‘Iron Crown’ snelde in januari dit album vooruit. Het krachtige nummer blijkt model te staan voor de nieuwste release van The Crown. De death/thrashact uit het Zweed­se Trollhättan is duidelijk opgeveerd door een hervonden bandgevoel en de vaste aanstelling van drummer Henrik Axelsson (Implode). ‘Cobra Speed Venom’ opent met dreigend cellospel van Alexander Bringsoniou. Daarna barst het geweld los. The Crown beukt, vuurt riff na riff af en zanger Johan Lindstrand spuwt gif. Axelsson bepaalt met zijn blastbeats en snelle basdrumpartijen het hoge tempo. Toch zit de plaat vol variatie. Zo horen we Slayer-riffs („Iron Crown”), klinkt in „We Avenge!” een constant doorstampende backbeat en ontwaren we vleugen rock-’n-roll. Ook pakken „In The Name Of Death”, het instrumentale „Where My Grave Shall Stand” en „The Sign Of The Scy­the” erg melodieus uit. In de tien nummers van het reguliere album en de drie bonustracks klinkt een combinatie van honger, energie, agressie en drive, gevangen door producer Fredrik Nordström (Arch Enemy, In Flames, Dimmu Borgir, Dark Tranquillity). Diezelfde heer nam eerder ook al de succesplaten ‘Deathrace King’ (2000) en ‘Possessed 13’ (2003) onder handen. En laat die releases in stijl en uitvoering nu juist lijken op het nieuwe materiaal, treffend gevangen in albumtitel ‘Cobra Speed Venom’.


GOZU

Equilibrium

(Metal Blade/PIAS)
Robert Haagsma
82

Gozu kwam tien jaar geleden bovendrijven in de muziekscene van Boston. De band bracht een paar albums uit vol solide stonerrock. Het leverde de nodige aandacht op, maar pas op het derde album ‘Revival’ uit 2016 bleken alle stukjes op de juist plaats te vallen. Die positieve lijn wordt doorgetrokken op ‘Equilibrium’. Als voorheen wordt de sound gedomineerd door kolossale riffs. Het geweld wordt echter afgewisseld met melodieuze songs en melancholieke zanglijnen die herinneren aan Alice In Chains en Sound­garden. Zanger Marc ‘Gaff’ Gaffney klinkt in de openingssong Ricky ‘The Dragon’ Steamboat zelfs als een jonger broertje van Glenn Danzig - dat nog steeds de volle beschikking over alle stembanden heeft. Voor een band uit de stonerhoek biedt Gozu daarmee veel variatie. Wat mij ook bevalt is de kwaliteit van de songs. Geen opstapeling van akkoorden, maar nummers met een kop en een staart. Herkenbaar en melodieus. Net als op het voorgaande werk is de stem van Gaff de belangrijkste troefkaart van de band, zonder daarbij de rest van de band te kort te willen doen. Hij weet kracht en emotie in vocalen te verenigen. Het beste album van de band tot nu toe.


KINGFISHER SKY

Technicoloured Eyes

(KFS/Suburban)
Anita Boel
87

Wist het Nederlandse Kingfisher Sky vorig jaar al te verrassen met de eigenzinnige EP ‘To Turn The Tables’, het nieuwe album ‘Technicoloured Eyes’ is helemaal verbazingwekkend goed! Nou moet ik bekennen dat de band mij in het verleden nooit heeft teleurgesteld, maar van het materiaal op dit nieuwe album word ik wel heel enthousiast. In eerste instantie is het de zang waar ik echt ontzettend blij van word; Judith Rijnveld heeft zichzelf echt overtroffen. Ik weet niet precies hoe dit komt, maar ik denk dat ze vooral haar gevoel meer heeft laten spreken. Hierdoor komt haar soulkant tot volle wasdom en klinkt ze geregeld als een bijzondere kruising tussen Anneke van Giersbergen en Alanis Morissette. Indrukwekkend is ook de invloed van de nieuwe toetsenist Erik van Ittersum. De ruimte die er is voor het Hammond-orgel vind ik te gek, of wat te denken van de prachtige pianoballad waar hij samen met Judith echt een pareltje van heeft gemaakt. Ook de variatie op ‘Techni­coloured Eyes’ valt te prijzen. Van pro­gressieve rock tot klassiek en pop. Daarnaast heeft moeder Joke Rijnveld-Stortenbeek weer prachtig artwork verzorgd. Zo bijzonder en in het oog springend als dit is geworden, zo klinkt eigenlijk ook de plaat. En dan is er ook nog eens sprake van een ijzersterke productie. Verbazingwekkend goed!


LIGHT THE TORCH

Revival

(Nuclear Blast/PIAS)
Bastiaan Tuenter
70

‘Revival’ - opleving of wedergeboorte - is van toepassing op Light The Torch, dat voorheen door het leven ging als Devil You Know. Het is de metalcoreband met zanger Howard Jones (ex-Killswitch Engage), gitarist Francesco Artusato (ex-All Shall Perish) en bassist Ryan Wombacher (ex-Bleeding Through). Drummer John Sankey is vertrokken, wat naar verluidt de reden is voor de naamsverandering. Na twee albums gemaakt te hebben met Devil You Know introduceert Light The Torch op ‘Revival’ een vernieuwde stijl, waarbij de focus nadrukkelijk op cleane zang en refreinen ligt. Met een uitstekende Jones in de hoofdrol werken songs als „Die Alone”, „Calm Before The Storm”, „The Bitter End” en „Lost In The Fire” steeds snel en effectief naar pakkende meezingmomenten toe. Het zijn prima, opzwepende songs, maar er knaagt iets, want alles gebeurt heel erg volgens het boekje. De eigenzinnige riffs van Artu­sato zijn jammer genoeg verdwenen. In plaats daarvan speelt hij louter dragend akkoordenwerk. Alleen in het heftige „The Sound Of Violence” durft de band buiten de lijnen te kleuren, wat direct vuurwerk oplevert. ‘Revival’ is een prima moderne metalcoreplaat zonder een zwak moment, maar ook zonder spannende composities en spetterende instrumentatie. Voor liefhebbers van Wovenwar en in mindere mate Killswitch Engage.


PRIMORDIAL

Exile Amongst The Ruins

(Metal Blade/PIAS)
Leon van Rijnsbergen
85

In het jaar dat Primordial vijfentwintig jaar bestaat, is het tijd voor het negende album. Als we terugkijken op de imposante carrière van deze Ieren, dan kunnen we concluderen dat ze aan de wieg hebben gestaan van hun eigen subgenre: een mix van Keltische folkrock, black metal en heavy metal. Voor het schrijven van dit nieuwe album lukte het de leden nauwelijks om gezamenlijk aan nieuwe nummers te werken, dus veel van het schrijfwerk gebeurde individueel thuis. Het was in de studio dan ook een flinke klus voordat het album tot stand kwam, maar eigenlijk is dat Primordial ten voeten uit. Het gaat zelden gemakkelijk, maar door extreme toewijding en keihard ploeteren komt de band telkens uitstekend voor de dag. Op ‘Exile Amongst The Ruins’ krijgen we acht nummers te horen met een gemiddelde speelduur van dik acht minuten. Alle ingrediënten voor een goed Primordial-album zijn opnieuw aanwezig. De nummers zijn sterk opgebouwd en bevatten machtige gitaarriffs, veel (onderhuidse) spanning en een flinke dosis overtuigingskracht. Opnieuw een aanrader!


You have no rights to post comments