Aardschok Radio

Komsnertagenda

198412.jpg

10maal Eremetaal mei 2018

Gebruikerswaardering: 3 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter inactiefSter inactief
 

10 maal Eremetaal in mei 2018

ANGELUS APATRIDA

Hidden Evolution

(Century Media/Sony Music)
André Verhuysen
80

Het is geen brutale bewering om te stellen dat Spaanse metalbands buiten de eigen landsgrenzen doorgaans weinig in de melk te brokkelen hebben. Angelus Apatrida is één van de spaarzame uitzonderingen. Op de vijf albums die het kwartet tot nu toe maakte ontbeerde het aanvankelijk een eigen identiteit; het was vooral heel erg Bay Area-thrash wat de klok sloeg. Maar kleine jongens worden groot. Inmiddels zijn de vier dan ook volwassen en dat is aan ‘Hidden Evolution’ af te horen. De plaat klopt van begin tot eind. Om te beginnen blaast Angelus Apatrida niet meer aan één stuk in hetzelfde hoge tempo door. Er wordt ook wel eens een versnellinkje teruggeschakeld, wat de plaat een prettige dynamiek geeft. Daarnaast is Guillermo Izquierdo in de loop der jaren steeds beter en veelzijdiger gaan zingen. Ook wel zo fijn. De Testament-invloeden liggen er weliswaar nog steeds erg dik bovenop (in „The Hum” en „Downfall Of The Nation” bijvoorbeeld), maar het smakenpalet is uitgebreid met invloeden van onder meer Megadeth en Trivium. Speltechnisch valt er geen speld tussen te krijgen en ook productioneel voldoet ‘Hidden Evolution’ aan alle eisen van deze tijd. Luistertips: de furieuze snelheidsduivels „One Of Us” en „The Die Is Cast”!


BLACK STONE CHERRY

Family Tree

(Mascot/Bertus)
Stan Novak
88

In de vorige Schok las je reeds alles over de totstandkoming van het zesde studioalbum van deze southern rockfamilie uit Kentucky. Er werd daarbij gerept van een meesterwerk en dat is zeker niet overdreven. ‘Family Tree’ is het meest overtuigende werkstuk van de mannen en wie bekend is met het eerdere plaatwerk weet dan voldoende. Als na het aftikken het vlammende „Bad Habits” wordt ingezet, weet je dat de mannen met serieuze bedoelingen de studio zijn ingetrokken; een knalharde groove, heerlijk kronkelende baslijn en een megazompig middenstuk met vuige gitaarsolo. Wat meer kan een mens zich wensen? Het nummer dat doet denken aan (Adje Vandenbergs) Manic Eden knált werkelijk de speakers uit. Een andere naam die opdoemt is die van Foghat, want songs als „Burning”, „Same Kinda Feeling” en „Southern Fried Friday Night” zijn uit hetzelfde logge hout gesneden. Het is puur krachtvoer, dat aantoont dat de band zijn ware roeping heeft gevonden. Kracht en souplesse gaan hand in hand en de goede smaak staat nooit onder druk. Luister bijvoorbeeld maar eens naar de Allman Bro­thers-getinte gitaarklanken in het deinende „Carry Me On Down That Road”. Na deze overrompelende opening voelt de gospelballad „My Last Breath” als een warme douche. Bandleider Chris Robertson heeft zich ontwikkeld tot een zanger van formaat, eentje met de nodige soul in zijn flinke lijf. Zijn duet met genre-grootheid Warren Haynes in „Dan­cin’ In The Rain” is groots en ook de op Lynyrd Skynyrd-leest geschoeide songs als „Ain’t Nobody” en „Family Tree” kunnen als geslaagd de boeken in. Het feit dat het album nergens inkakt toont aan dat het met de inspiratie wel goed zit. Vorige albums werden nog wel eens ontsierd door geforceerde meezingers, maar op ‘Famliy Tree’ is daar geen sprake van. Een kandidaat voor beste rockplaat van het jaar!


DIMMU BORGIR

Eonian

(Nuclear Blast/PIAS)
Stephan Gebédi
75

Er zijn zeven jaar verstreken sinds Dimmu Borgirs ‘Abra­hadabra’. De band heeft dus veel tijd gehad om zich te bezinnen op een nieuw album, misschien wel té veel. Want wat is er in die zeven jaar gebeurd met Dimmu Borgir? De band stond altijd garant voor symfonische black metal. Naar dat symfonische aspect hoeven we niet ver te zoeken op ‘Eonian’, maar naar black metal helaas wel. Zelfs met een flink vergrootglas is het lastig om felle black metalgitaren te ontwaren tussen de overdaad aan bombast die dit album kenmerkt. Het eerste voorproefje van ‘Eonian’, „Inter­di­men­sio­nal Summit”, deed met al zijn koortjes en poppy melodieën eerder aan Nightwish dan aan de oude Dimmu Borgir denken en die lijn wordt op het album consequent doorgetrokken. Laten we het feit dat Dimmu Borgir ooit melodieuze black metal speelde even proberen los te laten. Wat dan overblijft is een band die alles op alles heeft gezet om z’n nummers zo groots en episch mogelijk te laten klinken en als het ware een soundtrack voor een enorm heldenepos, dat zich ergens in de Romeinse oudheid afspeelt, heeft geschreven. We hebben hier dus met bijna filmische muziek te maken. En ik moet toegeven dat de Noren absoluut in hun opzet zijn geslaagd. Natuurlijk speelt metal nog wel een rol in de muziek, zoals je op „Archaic Correspondence” en „Light­bringer” kunt horen, maar niet meer de hoofdrol. De veelvuldig aanwezige keyboards en koorpartijen zorgen ervoor dat met name liefhebbers van symfonische muziek deze plaat zullen omarmen. Mensen die van harde, felle gitaren, agressie en een duistere sfeer houden, kunnen echter beter een blokje omlopen. Los daarvan klinken „I Am Sovereign” en „Alpha Aeon Omega” ook zwak en slaapverwekkend. Ik vind het moeilijk om dit album te beoordelen. Zuiver muzikaal gezien, wordt er over het algemeen prima werk geleverd, hoor je veel herkenbare melodieën en met een beetje fantasie neemt Dimmu Borgir je op ‘Eonian’ mee op een spannende en afwisselende muzikale reis. Aan de andere kant is de band qua stijl inmiddels ver verwijderd van wat het op een album als ‘Death Cult Arma­ged­don’ liet horen. Fans die het afgelopen millennium met Shagrath, Galder en Silenoz zijn mee geëvolueerd, zullen ‘Eonian’ wellicht meer kunnen waarderen, maar ik zet liever ‘Enthrone Darkness Trium­phant’ of ‘Puritanical Euphoric Misanthropia’ nog eens op.


ENGEL

Abandon All Hope

(Gain/Sony Music)
Metal Mike
85

Wanhoop niet, zoals de titel suggereert, ook niet als je belangrijkste songwriter en naamgever van de band, gitarist Niclas Engelin, alleen nog maar op de achtergrond van jouw muzikale gezelschap werkt. Wel logisch, aangezien ‘onze Engel’ steeds onderweg is met In Flames en ook nog bij Mustasch en We Sell The Dead zijn vingers in de pap houdt. De kwaliteit van het materiaal dat Engelin voor ‘Abandon All Hope’ - het eerste album sinds ‘Raven Kings’ (2014) - heeft aangeleverd heeft er echter niet onder te lijden gehad. Vanaf de opener „The Darkest Void” worden we bestookt met melodieuze en bombastische Gotenburg-metal. Überfett geproduceerd door Thomas Johansson, die eerder werkte met onder meer Soilwork en Scar Symmetry. De grootste stap voorwaarts heeft Engel gezet door Mikael Sehling met meer melodie te laten zingen, geholpen door aangedikte achtergrondzang en mooie teksten van dichter/bassist Steve Drennan. Door semi-ballads als „Abandon All Hope” en „As I Fall” af te wisselen met opzwepende In Flames-achtige krachtpatsers als „Book Of Lies” en „Bu­ried” bezit het album ook een heerlijke dynamiek. Ga dat beluisteren!


GUS G.

Fearless

(AFM/Suburban)
Robert Haagsma
75

De Griekse gitarist Konstantinos Karamitroudis alias Gus G. speelde zich in de kijker als lid van onder andere Firewind, de band van Ozzy Osbourne en dankzij een aantal soloplaten. ‘Fearless’ is de titel van zijn nieuwste werkstuk, waarop hij zich laat begeleiden door zanger en bassist Dennis Ward (o.a. Pink Cream 69) en drummer Will Hunt (o.a. Eva­nes­cen­ce). Het is een afwisselend geheel geworden, dat bij elkaar gehouden wordt door het als altijd fenomenale gitaarwerk van Gus G.. Hij is geen muzikant die snel buiten de lijnen zal kleuren. ‘Fearless’ staat vol klassieke en dus tijdloze hardrock, geweldig neergezet door het trio. Vocaal werk wordt afgewisseld met wat instrumentale stukken, waaronder het titelnummer. De enige echte verrassing is een cover van „Money For Nothing” van Dire Straits. Leuk gedaan, het klinkt steviger dan het origineel, maar overtreft het allerminst. Ook aardig is „Mr. Manson”, waarin de onlangs overleden sekteleider gememoreerd wordt, wiens volgelingen eind jaren zestig zoveel bloed vergoten in Hollywood. Zijn voormalige werkgever deed dat toch een stuk aangrijpender met „Bloodbath In Paradise”. Het maakt ‘Fearless’ in weerwil van de titel een wat veilige plaat, die het vooral van het verzamelde muzikale vakmanschap moet hebben.


KOBRA AND THE LOTUS

Prevail II

(Napalm/PIAS)
Diederick RR9660
82

Daar is ie dan eindelijk. Met flinke vertraging verschijnt het tweede en laatste deel van de ‘Prevail’-tweeling van Kobra And The Lotus. Beide albums werden tegelijkertijd opgenomen en dat is te horen: zowel in kwaliteit, stijl als geluid ligt ‘Prevail II’ helemaal in het verlengde van de voorganger. En dat is geen straf! Als je deel één kon waarderen dan zal je ook zeker genieten van de zeer puike prestaties van Kobra Paige en haar mannen op beukende tracks als „Losing My Humanity” (de eerste single), „Fallen Empire” en „You’re Insane”. Enkele verrassingen zijn er ook te noteren. Zo is „Ribe” een fraaie akoestische opmaat naar „My Immortal”, dat misschien wel de sterkste song van het album is. In ieder geval is dit nummer hét voorbeeld van de nieuwe stijl die Kobra And The Lotus heeft omarmd met dit tweeluik. En als extra verrassing krijgen we dit keer ook de Japanse bonustrack van ‘Prevail I’ voorgeschoteld: een bijzondere bewerking van de Fleetwood Mac-klassieker „The Chain”. De band heeft het nummer met de helft ingekort en zelfs het mooie refrein achterwege gelaten, zodat het beter in het concept van het album past. Apart en intrigerend. Kortom: opnieuw goed werk van deze Canadezen.


PARKWAY DRIVE

Reverance

(Epitaph/PIAS)
Robert Haagsma
80

Parkway Drive geldt als een van de meest prominente metalcorebands, maar het gezelschap uit Australië lijkt al enige jaren wat te worstelen met dat etiket. Met ‘Deep Blue’ uit 2012, dat geproduceerd was door Joe Barresi (o.a. Tool, QOTSA, Avenged Sevenfold), leverde de band het tot nu toe hardste en meest agressief klinkende album af. Het leek erop alsof de band uit een reactie daarop op de twee volgende albums meer melodie verwerkte en ook wat muzikale experimenten aanging. Metalcore was een stijl die Parkway Drive wilde ontstijgen, werd er in interviews geroepen. ‘Reverence’ werd weer aangekondigd als een terugkeer naar de intensiteit van weleer. Parkway Drive hield woord, althans ten dele. Een nummer als „Prey” knalt inderdaad ouderwets, en het massaal gezongen refrein maakt de impact alleen maar groter. De band knalt ook met songs als „Absolute Power”, „I Hope You Rot” en „In Blood”, terwijl zanger Winston McCall zijn stembanden niet spaart. Het zijn muzikale explosies die wel afgewisseld worden met rustiger momenten als „Chronos”, „Cemetary Bloom” en het afsluitende „The Colour Of Leaving”. Vanwege de zwarte sfeer die eromheen hangt, passen ze toch perfect in het geheel. Ze bieden bovendien een welkome afwisseling. Zo laat Parkway Drive een vertrouwd geluid horen, terwijl het album absoluut geen herhalingsoefening is.


RIOT V

Armor Of Light

(Nuclear Blast/PIAS)
André Verhuysen
77

In 2011 verraste het onverzettelijke Riot ons met hun beste plaat sinds ‘Fire Down Under’ uit 1981: ‘Immortal Soul’. Des te wranger was het dat enkele maanden na het verschijnen van het album bandbaas/doorzetter/meestergitarist Mark Reale overleed aan de gevolgen van een inwendige bloeding na zijn halve leven al aan de ziekte van Crohn te hebben geleden. De rest van de band weigerde echter de handdoek in de ring te gooien. In 2014 verscheen onder de aangepaste bandnaam Riot V het album ‘Unleash The Fire’, waarop Reale’s vervanger Nick Lee en nieuwe zanger Todd Michael Hall hun intrede deden. Het was begrijpelijkerwijs een beetje een zielloze en zonder veel inspiratie ingespeelde plaat. Inmiddels zijn we vier jaar verder en is de rouwverwerking wel voorbij. Er klinkt weer spelvreugde en bezieling door in ‘Armor Of Light’. Het gemiddelde songtempo ligt twee versnellingen hoger dan op ‘Unleash The Fire’, de plaat staat werkelijk bol van de sprankelende gitaarsolo’s, en Todd Michael Hall ontpopt zich als een waardig opvolger van Tony Moore, die ‘Immortal Soul’ inzong. Kanttekeningen zijn er echter ook. Zo is openingssong „Victory” wel heel erg afgekeken van Iron Maiden - je kunt de tekst van „The Trooper” er letterlijk overheen zingen en het eind is honderd procent „Hallowed Be Thy Name”. Ietsje verderop is „Messiah” in feite niets meer of minder dan een herbewerking van Riots eigen „Thundersteel”, en zo hoor ik nog wel een paar oorspitsertjes. Het zij de mannen vergeven. Het belangrijkst is dat Riot nog bestaat en een puike plaat aflevert, met of zonder V erachter doet dan niet ter zake.


ROSS THE BOSS

By Blood Sworn

(AFM/Suburban)
Stan Novak
78

Voormalig Manowar-gitarist Ross The Boss is lekker bezig. In 2017 stond de inmiddels 64-jarige New Yorker veelvuldig op de planken om met de naar hemzelf vernoemde band de Manowar-gospel te verkondigen. Daarnaast toert hij ook nog regelmatig met The Dictators, de punkrocklegende waarmee hij dik veertig jaar geleden zijn naam vestigde, en houdt hij er het metalgezelschap Death Dealer op na. Het Manowar-verleden zal echter altijd aan hem blijven kleven. Begrij­pe­lijk, want het gaat hier om de man die hoofdverantwoordelijk is voor een heuse serie klassiekers en na wiens vertrek de artistieke bloedarmoede binnen Manowar zijn intrede deed. Wie op basis van de recente toer en de clichématige albumhoes een plaat in Manowar-stijl verwacht, komt echter bedrogen uit. Opener „By Blood Sworn” is dan wel een Manowariaans strijdlied, maar het is de enige song die teruggrijpt op het karakteristieke, marcherende ritme. Een ijzersterke opening trouwens, maar vervolgens laat The Boss zijn artistieke ambities de vrije loop middels een collectie even gevarieerde als oerdegelijke metalsongs. Slechts enkele stukken, zoals „This Is Vengeance”, bieden lichte Manowar-aanknopingspunten. Van metaalmoeheid is evenwel geen sprake en omdat elk nummer een eigen karakter heeft, slaat de verveling nergens toe. Naar een slechte song is het op ‘By Blood Sworn’ vergeefs zoeken. Tot de uitschieters behoort het doomy en sfeervolle „Lilith”, een stonersong van buitencategorie. Ook pakkend zijn het grimmige „We Are The Night” en de semi-ballad „Faith Of The Fallen”, waarin The Boss zich van zijn gevoeligste kant toont. Voor de liefhebber van traditionele metal staat er op ‘By Blood Sworn’ genoeg. The Boss blijkt op zijn oude dag meer in z’n mars te hebben dan je zou vermoeden en zijn spel is bij vlagen om de vingers bij af te likken. Met een bijzonder goede neus voor sterke riffs en een lava aan fraaie solo’s weet hij de songs te voorzien van de nodige kleur en dramatiek. Liefhebbers van de eerste twee albums (‘Hailstorm’ en ‘New Metal Leader’) kunnen met een gerust hart toeslaan. De verstokte Manowar-fan zal zijn plezier echter vooral uit de liveshows moeten halen.


TESSERACT

Sonder

(K-Scope/Bertus)
Diederick RR9660
85

Het is lastig om de stijl op het nieuwe album van het Britse Tesseract in een paar woorden te vangen. Tesseract speelt een geëvalueerde vorm van djent, waarin elementen uit die stroming worden vermengd met progressieve metal en een flinke scheut ambient. Kenmerkend hierbij is dat je als luisteraar het gevoel hebt dat er een warme deken om je heen wordt geslagen. Op ‘Sonder’ komt dit het beste tot uiting in songs als „Beneath My Skin” en vooral „Orbital”: een rustig intermezzo dat je inderdaad het gevoel geeft dat je in alle stilte in een baan rond de aarde zweeft. Ik kom in twee woorden niet verder dan ‘ethereal djent’. Maar Tesseract heeft meer in petto, zoals een funky bas in het swingende „Juno”. En wat te denken van „King”, de langste song van het album waarin Tesseract alles lijkt samen te voegen tot een heerlijke cocktail: scheurende gitaren, cleane akkoorden, schreeuwzang, cleane zang en dat alles in een nummer dat het ene moment explosief is en het volgende bijna meditatief. Van alle albums die de band uitbracht, lijkt de muziek op ‘Sonder’ het best in balans te zijn. En natuurlijk is de zang van Daniel Tompkins weer top. Met zijn warme en krachtige stem drukt hij een grote stempel op het totaalgeluid. Er zijn twee redenen dat het album niet nog hoger scoort. Ten eerste omdat de emotie bij Tesseract niet zo tastbaar wordt als bij bijvoorbeeld Voices From The Fuse­lage, de band van ex-Tesseract-zanger Ashe O’Hara. Ten tweede omdat 36 minuten wel erg aan de magere kant is voor een album van deze topband.


 

You have no rights to post comments