10 maal Eremetaal


10 maal Eremetaal in maart 2024

ART OF ANARCHY

Let There Be Anarchy

(Pavement Entertainment)
Renée van der Ster
80

In 2015 verscheen er een titelloos debuut met niemand minder dan Scott Weiland (ex-Stone Tem­ple Pilots, ex-Velvet Revol­ver) achter de microfoon. Nog vóór de release liet Wei­land echter weten niets meer met Art Of Anar­chy te maken te willen hebben. Hij beweerde zelfs er ingeluisd te zijn. Niet veel later overleed de zanger aan een overdosis. In 2017 vond de band, met gitarist Ron ‘Bum­blefoot’ Thal (ex-Guns N’ Roses) en de tweeling Jon en Vince Vetta (respectievelijk gitarist en drummer), in Creed-zanger Scott Stapp een nieuwe Scott. Dit leverde een vrij acceptabel tweede album (‘The Madness’) op, maar ook deze samenwerking hield niet lang stand. Er moest een rechter aan te pas komen en zodoende ging het zooitje, dat zichzelf graag met het etiket ‘supergroep’ opplakt, op non-actief. Tot nu. Ironisch genoeg vond de band in niemand minder dan Jeff Scott Soto z’n derde Scott. Met daarbij ook bassist Tony Dickinson (SOTO, Trans-Siberian Orchestra) zou de band dan alsnog op oorlogssterkte moeten zijn. Of het deze keer tot optredens komt, blijft spannend, maar de heren hebben het in elk geval met elkaar uitgehouden voor de opnames van een videoclip voor het Annihilator-achtige nummer „Die Hard”. Art Of Anarchy levert met ‘Let There Be Anarchy’ een prima derde album af. Wederom staat het vol met catchy hardrocknummers. Denk aan een combinatie van Godsmack, P.O.D., Drowning Pool en Five Finger Death Punch met hier en daar een stevige grungefundering. Zo houdt „Vilified” het midden tussen het melancholische van Iced Earth en de groove van 5FDP, en ontmoeten laatstgenoemde en Alice In Chains elkaar in „Rivals”. „Blind Man’s Victory” lijkt eerst een P.O.D.-ballad, maar maakt een ommekeer naar hardcorezang, terwijl „Bridge Of Tomorrow” door Incubus geschreven had kunnen zijn. In „Disarray” passeren er zelfs nog wat stuwende stonerpassages. Het zijn onderling sterk van elkaar verschillende tracks, maar allemaal van oerdegelijk niveau en vooral met een enorm Amerikaanse vibe. Gaan we Art Of Anarchy dan eindelijk in deze samenstelling op de planken aantreffen? Met Scott III zou dat zomaar eens een daverend succes kunnen worden.


BORKNAGAR

Fall

(Century Media Records)
Marlous de Jonge
85

‘Fall’ is het twaalfde studioalbum van de Noorse band Borkna­gar en de langverwachte opvolger van succesplaat ‘True North’. ‘Fall’ is net als zijn voorganger een waar meesterwerk. Het album opent met de bijna acht minuten durende track „Sum­mits”, die direct als een razende sneeuwstorm je speakers uit knalt met pijlsnelle black metalriffs en boze growls. Maar Borgknagar zou Borknagar niet zijn als het tempo niet al vrij snel omlaag gaat. Hoe langer „Summits” duurt, hoe progressiever de track wordt. Heerlijk. „Moon” is een prachtig opgebouwd nummer dat slepend en traag begint, opbouwt naar een flinke versnelling, en na een paar minuten flink knallen weer terugzakt naar het slepende tempo van het begin. Dit soort uitgesponnen, enorm progressieve muziekstukken zijn de nummers die Borknagar zo herkenbaar en vooral zo goed maken. Minstens net zo kenmerkend is de dissonante cleane zang van ICS Vortex. Vooral in een nummer als „Unraveling” werkt het goed. De lichte valsigheid waarmee hij het woord ‘unravelling’ zingt, laat rillingen over de rug van de luisteraar lopen. Maar ook in het rustige „The Wild Lingers” past de dissonantie perfect en werkt het bijna hypnotiserend. „Nordic Anthem” is een ode aan het noorden. En aan de strijdlust die al sinds de tijd van de vikingen in de noorderlingen leeft. ‘Dit is ons thuis, hier zijn we vrij’, zingt Lars Nedland. ‘Ketenen kunnen ons niet vasthouden, wij zullen nooit buigen.’ Een rustigere track die in iets uitgekledere vorm niet zou misstaan op een album van landgenoten Wardruna. Afsluiter „North­ward” is met bijna tien minuten het langste nummer op ‘Fall’. En ook hier hoor je de perfecte combinatie tussen hard en zacht. Tussen uptempo en downtempo. Tussen black metal en progressief. En tussen cleane zang en growls. Hoewel „North­ward” iets minder op- en afbouw heeft dan opener „Summits” voelt het toch alsof deze twee tracks bij elkaar horen. De cirkel is daarmee rond.


BRUCE DICKINSON

The Mandrake Project

(BMG)
Gerrit Mesker
82

Niet eerder heeft Bruce Dickinson er zo lang over gedaan om een nieuw soloalbum uit te brengen. Het vorige, ‘Ty­ran­ny Of Souls’, verscheen maar liefst negentien jaar geleden. ‘The Mandrake Project’ is een conceptalbum over een zekere Dr. Necro­polis. Hij is een genie en haat het leven, maar hij is betrokken bij het Mandrake-project, dat als doel heeft de menselijke ziel op het punt van de dood te brengen, op te slaan en weer in iets anders te stoppen. De man die het project leidt, professor Lazarus, heeft één visie op wat er met deze technologie gaat gebeuren, en Necropolis is het daar niet mee eens. Een interessant concept dat een mooi verhaal oplevert. Een lang verhaal ook, want dit album duurt bijna een uur. Dickinson heeft daarvoor de hulp ingeroepen van deels dezelfde muzikanten die ook op ‘Tyranny of Souls’ te horen waren. Roy Ramirez neemt wederom de gitaarpartijen voor zijn rekening, maar bespeelt ook de bas. Dave Moreno doet de slagpartijen. ‘Never change a winning team’ gaat ook nu op, want het klinkt wederom uitstekend. Dickin­son is na alle jaren nog verbazingwekkend goed bij stem. Zó goed hebben we hem zelfs in tijden niet gehoord. Maar vlak ook Ramirez niet uit. Zonder hem was dit een heel ander album geworden. Niet alleen omdat hij deels verantwoordelijk was voor de composities; zijn gitaarwerk is subliem en hij weet perfect de balans te leggen tussen subtiele gitaarpartijen, virtuoos gefreak en het stevige stampwerk. Zijn bijdrage heeft geresulteerd in een prachtig sfeervol album. Het nummer „Eternity Has Failed” is daarbij een geval apart, want dat stond al onder de titel „If Eternity Should Fail” op het album ‘The Book Of Souls’ van Iron Maiden. Deze nieuwe uitvoering is echter iets gepolijster en een fractie korter, maar het herkenbare Iron Maiden-geluid druipt ervan af. Het heeft zoals gezegd even geduurd, maar Dickinson is er wederom in geslaagd een album uit te brengen dat de tand des tijds moeiteloos kan doorstaan. Ook over tien jaar zal deze plaat nog regelmatig door metalliefhebbers uit de kast gehaald worden, ondertussen mijmerend over de goede oude tijd.


EXHORDER

Defectum Omnium

(Nuclear Blast Records)
Wouter Dielesen
82

Tussen Exhor­ders comebackplaat ‘Mourn The Southern Skies’ (2019) en voorganger ‘The Law’ (1992) zat zevenentwintig jaar. ‘Defec­tum Omnium’ verschijnt slechts vijf jaar na het vorige album. In de tussenliggende periode stapten twee gitaristen op. Toch ging de thrash/groovemetalband uit New Orleans niet bij de pakken neerzitten. Zanger en oerlid Kyle Thomas nam de gitaar op en voormalig Cannibal Corpse-gitarist Pat O’Brien voegde zich bij de groep. Bassist Jason Viebrooks (Heathen, Grip Inc.) en drummer Sasha Horn (Forbidden, Novembers Doom) completeren de lineup. Exhorder schreef zijn vierde album als collectief en nam alles zelf op. Alleen de mix besteedde de groep uit aan Jens Bogren. Meer dan in eerder werk klinken de punk- en hardcoreroots van de heren door in de twaalf nieuwe nummers, met „Forever And Beyond Despair” en „Sedition” voorop. Maar Exhorder toont zich van meerdere markten thuis. Zo klinkt er groovende thrash in „Wrath Of Prophecies”, „Divide And Conquer”, single „Year Of The Goat” en „Desensitized” en doet het sterk gezongen en kalme „The Tale Of Unsound Minds” denken aan Pantera. Het eerste deel van „Defectum Omni­um/Stolen Hope” bestaat juist uit koorzang, terwijl „Three Stages Of Truth/Lacing The Well” opent met een clean gitaarstuk. En dan zijn er nog de doominvloeden, benadrukt door gastbijdragen van Trouble-gitaristen Rick Wartell en Bruce Franklin. De plaat vaart wel bij zijn veel­zijdigheid. De Latijnse titel ‘Defectum Omnium’ (de mislukking van alles) kan dus onmogelijk op de muziek slaan.


MYRATH

Karma

(earMUSIC)
Diederick RR9660
92

Laat je niet afschrikken door het het feit dat deze band uit Noord-Afrika komt. Ooit begonnen met zwaar door Symphony X geïnspireerde muziek, bewijst Myrath, uit Tunesië, al ruim vijftien jaar dat er steengoede bands uit onverwachte hoeken van de wereld komen. Na het debuut ‘Hope’ nam bandleider en gitarist Malek Ben Arbia het besluit om ene Zaher Zorgati als nieuwe zanger aan te stellen en meer oosterse invloeden aan de muziek toe te voegen. Het bleken gouden grepen te zijn die de band redelijk wat bekendheid en waardering heeft opgeleverd. Toch kwam er kritiek van fans toen bleek dat de sound op het laatste album ‘Shehili’ (2019) meer gepolijst was en de progmetalaspecten deels naar de achtergrond waren verdrongen. Die kritiek heeft Myrath er niet van weerhouden om de sound in de tussentijd nog toegankelijker te maken. Best wel gedurfd. En nog belangrijker: het pakt geweldig uit. Ben je bekend met de band, gooi dan je idee over hoe de band zou moeten klinken overboord en luister onbevangen naar ‘Karma’, een album dat meer als een stevige versie van Journey klinkt dan als Symphony X. En waarop Myrath de pot met de gouden melodieën gevonden lijkt te hebben. Ik heb in tijden niet zo’n catchy album gehoord dat bovendien zo goed in balans is. De eerste keer dat ik ‘Karma’ luisterde, ergerde ik me nog aan de keyboards die erg nadrukkelijk in de mix staan, maar uiteindelijk blijkt dit juist prima te passen bij de songs die Myrath tegenwoordig maakt. Alle elf op dit album duren tussen de drie en vijf minuten en bevatten superpakkende melodieën met vaak een oosterse inslag. Oorspronkelijk toetsenist Elyes Bouchoucha is op dit album vervangen door Myraths huisproducent en de van de Franse band Adagio bekende Kevin Codfert. Dit verklaart ongetwijfeld een groot deel van de gewijzigde aanpak. Maar niet alleen Codfert drukt nadrukkelijk zijn stempel op ‘Karma’. Het is vooral Zorgati die een topprestatie levert en laat horen zich binnen deze nieuwe stijl als een vis in het water te voelen. Hij schaart zich hiermee bij een elitegroep van topzangers in het melodieuze segment. Nu maar hopen dat Myrath met deze fris klinkende kruising tussen oriental metal, hardrock en AOR een groter publiek voor zich weet te winnen.


NECROPHOBIC

In The Twilight Grey

(Century Media Records)
Stephan Gebédi
90

Met ‘Mark Of The Nekro­gram’ legde Necrophobic de lat zes jaar geleden erg hoog. Niet alleen voor zichzelf, maar voor het blackened death metalgenre in het algemeen. Op­volger ‘Dawn Of The Damned’ was ook goed te pruimen. Op deze nieuwste plaat probeert Necrophobic het wiel zeker niet opnieuw uit te vinden, maar ‘In The Twilight Grey’ is wederom een masterclass in melodieuze death/black geworden. Sebastian Ramstedt grossiert zoals gebruikelijk in fraaie solo’s en melodielijnen. Of ik nu het pakkende, sfeervolle „As Stars Collide” of het snelle, ruige Dis­sec­tion-achtige „Storm Crow” noem, de nummers staan allemaal als een huis. Enige kleine minpuntjes zijn de ietwat ‘krasserige’ gitaarsound en het drumwerk van oprichter Joakim Sterner. Niet dat het echt storend of slecht is, maar met een écht goede drummer zou Necrophobic nog nét iets beter klinken. Zolang de Zweden ons echter blijven bestoken met klassenummers als „Shadows Of The Brightest Night” valt er eigenlijk niets te janken. En wat te denken van de twee epische songs die het album afsluiten? Zowel het ietwat Immortal-achtige „Nordan­vind” als het bijna acht minuten durende titelnummer behoren tot de sterkste nummers die Necrophobic ons ooit heeft voorgeschoteld. Absoluut jaarlijstmateriaal!


SCOTT STAPP

Higher Power

(Napalm Records)
Patrick de Sloover
77

Scott Stapp is berucht om zijn mentale inzinkingen en zijn bipolaire stoornis, waardoor er automatisch een bron van tekstuele inspiratie ontstaat. Donkere gedachten zorgen voor een constante zoektocht naar een bundel licht in een wereld waar schaduwen heersen en waar gevaar voor herval behoort tot een dagelijkse tweestrijd. Na zijn vorig album ‘The Space Between The Shadows’ (2019) waren de meningen verdeeld. Enkele voorspelbare songs, verpakt in een goede uitvoering, maar toch met een gemis aan vinnigheid. Het leek alsof de ideeën alomtegenwoordig waren, terwijl de leeuw het klauwen nog niet onder de knie had. Met ‘Higher Power’ mikt de voormalig Creed-zanger op meer ballen in de broek en hoewel de portie stadionrock is afgenomen, is de kracht van de eenvoud gegroeid. Op dit vierde solowerk krijg je van Stapp persoonlijke teksten waarin hij zijn ziel volledig blootlegt („What I Deserve”, „You’re Not Alone”). Een dynamische benadering zorgt dat de songs meer gevoel en veerkracht hebben, waarbij je het gevoel krijgt dat de man echt tot het uiterste gaat. De Griekse gitaarvirtuoos Yiannis Papadopoulos zorgt voor enkele bijdragen, waardoor de songs een meerwaarde krijgen. Maar het is vooral de puurheid en zuivere benadering van de nummers die zorgt dat dit album meerdere keren de middelmaat overstijgt. Scott Stapp stelt zijn innerlijke demonen op een geraffineerde manier tentoon en dit kan er wel eens voor zorgen dat hij sterker dan ooit uit de strijd zal komen.


SUICIDAL ANGELS

Profane Prayer

(Nuclear Blast Records)
Sjak Roks
75

Suicidal Angels is al sinds jaar en dag een gevestigde naam binnen het thrash metalgenre en ‘Profane Prayer’ zal die status alleen maar bevestigen. Gedurende negen nummers laten onze Griekse vrienden overduidelijk horen het thrashen nog niet verleerd te zijn. Opener „When The Lions Die” laat al meteen horen wat de kracht van Suicidal Angels is: heerlijke, fris klinkende riffs van de gitaristen Nick Melissourgos en Gus Drax, waarbij laatstgenoemde zich ook niet onbetuigd laat in het solo-werk. Dat levert de nodige prima songs op, waarbij vooral „Purified By Fire”, titelnummer „Profane Prayer” en „Virtues Of Destruction” in positieve zin opvallen. De band gaat niet elk nummer op volle snelheid tekeer, maar weet op de juiste momenten ook de voet van het gaspedaal te halen om zo te zorgen voor voldoende variatie in het songmateriaal; met de langere nummers „Deathstalker” en afsluiter „The Fire Paths Of Fate” bewijzen de engelen dat ze niet altijd op topsnelheid hoeven te opereren om interessante nummers af te leveren. ‘Profane Prayer’ is daarmee de volgende overtuigende stap in het ontwikkelingsproces van Suicidal Angels.


TURBULENCE

B1nary Dream

(Frontiers Music)
Diederick RR9660
92

Turbulence is een naam die nog niet veel belletjes zal laten rinkelen. Op het vorige album ‘Fron­tal’ uit 2021 liet de band reeds flink wat talent horen, maar dat deed niet vermoeden welke groei de Libanezen daarna nog zouden doormaken. De songs van dit nieuwe album zijn beter uitgewerkt, bevatten sterkere hooks, het album heeft een prettiger lengte (met vijftig minuten ruim een kwartier korter dan de voorganger) en zanger Omar El Hage heeft een extra vat kwaliteiten aan weten te boren. El Hage zingt met meer variatie en emotie, waarmee hij songs als „Hybrid” en „Corrosion” naar grote hoogte brengt. Hij heeft inmiddels een mooie ‘tekening’ in zijn stem gekregen, waarmee hij de redelijk complexe metal van het viertal van kleur en gevoel voorziet. De kracht van ‘B1nary Dream’ schuilt echter in de eenheid van het collectief. Dat blijkt ook wel uit de erg sterke instrumentale songs (functie boven vorm!) en de lange instrumentale stukken in het titelnummer. Gitarist Alain Ibrahim heeft een feilloos oor voor zowel pakkende riffs als heerlijk melodieuze solo’s en is samen met toetsenist Mood Yassin verantwoordelijk voor de songwriting. Deze Yassin zorgt voor een stemmige aanvulling op de strakke muzikale basis. De ene keer bezwerend en de andere keer bijna industrieel. Over de ritmesectie eveneens niets dan lof, mede door de mix, die ervoor zorgt dat alle instrumenten goed te horen zijn. Af en toe hoor je de oosterse afkomst van Turbulence, maar op zo’n manier dat dit niemand zal afschrikken. De band heeft z’n roots zo subtiel en knap in de muziek weten in te passen, dat dit groot respect afdwingt. Zo kan ik nog wel even door blijven gaan met het benoemen van al het moois dat er op ‘B1nary Dream’ te vinden is. Het zelf gaan ervaren is echter een veel betere optie.


WHOM GODS DESTROY

Insanium

(InsideOut Music)
Diederick RR9660
85

Toen Mike Portnoy vorig jaar terugkeerde op zijn oude Dream Theater-nest, betekende dat direct het einde van de band Sons Of Apol­lo. Twee leden uit die band, toetsenist Derek She­ri­nian en gitaarbeul Ron ‘Bumblefoot’ Thal, duiken nu op in Whom Gods Destroy. Van het feit dat de drummer Bruno Valverde van Angra is en de bassist meteen luistert als iemand Yas Nomura roept, zal amper iemand wakker liggen. Nee, de interesse wordt vooral aangewakkerd doordat de zanger van dienst ene Dino Jelusick is. U weet wel: die gast die hard op weg is om één van de grote rock/metalzangers van zijn generatie te worden en dat op dit debuut nog maar eens onderstreept. De al eerder verschenen single „In The Name Of War” liet volgers al watertanden en opent dit debuutalbum op grootse wijze. Let vooral op hoe Thal tijdens zijn solo in dit nummer vanuit een atonaal begin naar een mooie melodie ‘glijdt’. Fantastisch! Nóg mooier wordt het wanneer het erop volgende „Over Again” een hele agressieve song blijkt te zijn waarin we een nieuwe kant horen van Jelusick. Hij spuugt zijn coupletten staccato over de muziek heen en combineert melodie en agressie in de refreinen. Song nummer drie – „The Decision” biedt dezelfde hoge kwaliteit, maar met meer melodie en melancholie. Wow. Wat heeft de band nog meer in petto? Maar „Crawl” zorgt ineens voor twijfel: een aardig nummer, echter zonder interessante invalshoeken of vernieuwende elementen. Meer hardrock dan de progmetal van ervoor. Exact hetzelfde kan gezegd worden van de semi-ballad „Find My Way Back”. Een lichte teleurstelling maakt zich van mij meester. „Crucifier” (inclusief lelijke friemelsolo), „Keeper Of The Gate” en het instrumentale „Hypermova 158” weten het tij helaas niet te keren. Het is nog steeds goed en knap, maar de magie van de eerste drie songs keert alleen op het afsluitende titelnummer nog even terug. Dan is er ook nog de bonustrack „Re­quiem”, die een heel andere, veel melodieuzere kant van de band laat horen. Lekker als opfrissertje. Het vakmanschap straalt af van Whom Gods Destroy en de band is een meer dan fijne toevoeging voor fans van het genre. En toch…