10 maal Eremetaal in oktober 2025
AMORPHIS
Borderland
(Reigning Phoenix Music)
Marlous de Jonge
88
In 2025, het jaar dat de Finse band Amorphis maar liefst vijfendertig jaar bestaat, verschijnt vijftiende album ‘Borderland’. Twee prachtige mijlpalen. Want ja, een mijlpaal mogen we ‘Borderland’ zeker wel noemen. Toegankelijker dan zijn in 2022 verschenen voorganger ‘Halo’, maar zeker niet minder indrukwekkend. Misschien juist meer. ‘Borderland’ is een waar meesterwerk, waarop Amorphis meer dan op de vorige plaat teruggrijpt naar zijn kracht: sterke nummers , met zware riffs en diepe growls, afgewisseld met betoverend mooie melodieën en zanglijnen. Het album opent met het rustige „The Circle”, maar knalt er daarna vol in met het uptempo, heavy „Bones”, een van de hardste tracks die Amorphis de laatste jaren schreef, maar met een prachtig, vrolijk klinkend refrein. En precies daar ligt de kracht van Amorphis. In die perfecte balans tussen heavy en zacht. Vrolijke, groovende nummers als „The Strange” en „Light And Shadow” zullen het dankzij de heerlijk meezingbare refreinen live zeker goed doen. Ze vormen een mooie balans met rustigere tracks als „The Lantern” en de ballad „Tempest”. Met „Dancing Shadows” (werktitel: „Disco Tiger”) heeft Amorphis zijn meest dansbare nummer ooit geschreven. Echt, probeer daar maar eens op stil te zitten. Terwijl „Fog is Fog” en de titeltrack „Borderland” nog het meest ‘klassiek Amorphis’ klinken. ‘Borderland’ is verhalend, pakkend en meeslepend. Een nieuw hoogtepunt in een indrukwekkende carrière die nog lang niet op zijn einde lijkt te lopen.
AUGUST LIFE
Passage Of Time
(No Dust Records)
Sjak Roks
75
August Life is het samenwerkingsverband van gitarist Gert Nijboer en zanger Bryan Ketelaars, dat in 2018 het sterke debuut ‘New Eternity’ uitbracht. In 2021 werd nog de EP ‘The Broken Hourglass’ op de markt gebracht, maar daarna werd het stil rond de band. Die stilte wordt dan nu doorbroken met een tweede full-lengthplaat. Nijboer weet nog steeds prima nummers te pennen en de ruim twaalf minuten durende opener „Guidelines” is daar een uitstekend voorbeeld van. Het getuigt van durf om hier een plaat mee te openen, want dit redelijk complexe nummer is niet de meest gemakkelijke kost. Het geeft wel meteen weer waar August Life voor staat, namelijk goed doordachte, progressief getinte metal. Ook de overige zeven nummers zijn dik in order en vooral de langere tracks zoals het fraai opgebouwde titelnummer „Passage Of Time” en „Lost In Nothing” spreken tot de verbeelding. Er wordt lekker gevarieerd tussen heavy en ingetogen passages en samen met de prima muzikale en vocale invulling zorgt dat er voor dat de plaat van begin tot eind boeiend blijft. Nou ja, bijna dan, want het ietwat zweverige, grotendeels akoestische begin van „The Water” is net iets te langdradig. Het zorgt voor een kleine kwaliteitsinzinking aan het eind van de plaat, maar het overgrote deel van ‘Passage Of Time’ is zeer de moeite waard.
GREEN CARNATION
A Dark Poem, Pt 1: The Shores Of Melancholia
(Season Of Mist)
Anita Boel
80
Een erg productieve band is Green Carnation niet. Als deze Noren echter een nieuw album uitbrengen, is het wel altijd goed. Dat geldt ook voor ‘A Dark Poem, Part 1: The Shores of Melancholia’. Een lange titel, maar dat nemen we na het beluisteren van de in totaal zes nummers graag voor lief. Inderdaad, je leest het goed, ‘slechts’ zes nummers, maar gelukkig met een totale lengte van zo’n drie kwartier. Het beste is wat mij betreft „The Slave That You Are”. Na de ingetogen voorganger „Me My Enemy” knalt dit nummer er met een stuk black metal keihard in, terwijl het even later het meest pakkende refrein van het hele album laat horen. Het is natuurlijk typerend voor Green Carnation. Black metal, progressieve metal, gothic metal, het wordt allemaal moeiteloos met elkaar gecombineerd. Klinkt de band de ene keer als Pain Of Salvation, dan weer als Paradise Lost en vervolgens hoor je Black Sabbath. We mogen blij zijn dat het hier om het eerste deel van een trilogie gaat, want dit album smaakt zeker naar meer.
DEFTONES
private music
(Warner Music)
Ype TVS
95
Deftones is een heerlijke band om liefhebber van te zijn. Want als je dat bent, heb je waarschijnlijk een langdurige relatie met de muziek. De Californiërs zijn al 37 jaar bezig en de niet misselijke discografie blijft zich nog steeds uitbreiden. ‘private music’ (ja, met kleine letters) is album nummer tien. In de beginjaren werd de band in één adem genoemd met Korn, als zijnde pioniers van de nu-metal. Al vroeg heeft de band zich echter een bijzondere eigen identiteit aangemeten, die zich nog steeds blijft ontwikkelen. Sporen van hoe Deftones in de jaren negentig klonk zijn ook op ‘private music’ nog te ontdekken, maar het premature van destijds heeft al lang plaats gemaakt voor volwassenheid. Zoals altijd staat de muziek bol van een breed scala aan emoties, die elkaar soms zelfs binnen hetzelfde nummer afwisselen. Van somber naar vrolijk en van agressief naar romantisch. Vooral Chino Moreno’s vocalen zorgen daarvoor. Hij schakelt met speels gemak tussen getergd en wanhopig geschreeuw en melancholische cleane zang met wonderschone melodieën. Nog een prachtige tegenstelling is die tussen alternatief en toegankelijk. Enerzijds is Deftones nog altijd een ontzettend eigenwijze band met heavy elementen die verre van mainstream zijn, zoals geschreeuw en de onconventionele tonale keuzes in de zang en het gitaarwerk. Anderzijds zijn er in „infinite source” en „~metal dream” pure stadionrockrefreinen te horen, kamerbreed aangezet door de productie van Nick Raskulinecz. Die tekende eerder al voor ‘Diamond Eyes’ (2010) en ‘Koi No Yokan’ (2012), een periode binnen de Deftones-discografie waartoe ‘private music’ inderdaad gerekend zou kunnen worden. De elf songs zijn compact en intelligent geschreven, zoals allang vanzelfsprekend is bij Deftones. Hoor bijvoorbeeld hoe slim in „cXz” – één van de meest agressieve nummers – de refreinzanglijn in het einde van het nummer op het coupletstuk wordt gelegd. Direct daarop volgt met „i think about you all the time” iets wat een romantische ballad genoemd zou kunnen worden, om maar te illustreren hoe gevarieerd dit album is. De ervaring druipt van de muzikanten af. Alle partijen hebben hun plek in de muziek en er zijn geen overbodige fratsen te horen. Na al die jaren nog steeds dit niveau halen, jezelf blijven ontwikkelen én actueel blijven klinken? Briljant!
ELLEFSON-SOTO
Unbreakable
(Rat Pak Records)
Diederick RR9660
82
Waarom is er toch zo weinig aandacht geweest voor het debuut van deze band van ex-Megadeth-bassist Dick, sorry, Dave Ellefson en zanger Jeff Scott Soto uit 2021? Heeft dat te maken met het beruchte incident uit hetzelfde jaar waarbij een video uitlekte waarin Ellefson online zijn derde been aan een 19-jarige fan toonde en pardoes uit Megadeth werd gegooid? Aan de kwaliteit van het album kon het niet liggen, want het duo vlamde van begin tot eind. En zij niet alleen. Ook drummer Paolo Caridi joeg de boel flink op. De grootste ontdekking was echter de Italiaanse gitarist Andy Martongelli, die werkelijk de sterren van de hemel speelde en dat op ‘Unbreakable’ opnieuw doet. Net als op het debuut spat de energie ervan af. Die energie is een belangrijk element waarom dit een gouden combinatie genoemd mag worden. De solo’s zijn dus fantastisch, maar ook Soto is als een vis in het water. Jammer eigenlijk dat hij niet vaker op dit soort rasechte metalalbums te horen is, want hij zingt hier beter dan op de vele (vaak halfslachtige) AOR-albums waar hij in het verleden voor werd gevraagd. De topzanger staat er niet helemaal alleen voor, want onze eigen Laura Guldemond mag haar gulden mond opendoen voor wat extra ruigheid in „Poison Tears”. Het hoogtepunt is echter „Vengeance”, waarin Soto een duet aangaat met Tim ‘Ripper’ Owens, tevens de hardste track van ‘Unbreakable’. Ook vermeldenswaardig is het instrumentale „Ghost”, waarin Martongelli een mooie combinatie van muzikaliteit en virtuositeit laat horen. De kwaliteit op muzikaal gebied is dus hoog. Hoewel het debuutalbum nóg sterker was, is deze opvolger opnieuw raak.
MORS PRINCIPIUM EST
Darkness Invisible
(Perception Records)
Robbie Woning
83
In de gelederen van Mors Principium Est is door de jaren heen nogal wat verloop geweest, maar de sound en kwaliteit van de Finse melodieuze death metalband hebben daar nooit onder geleden. Het scheelt natuurlijk dat de agressieve krijser, grunter en frontman Ville Viljanen altijd trouw op zijn post is gebleven. Een paar jaar geleden zijn bovendien oprichter Jarkko Kokko en medegitarist Jori Haukio teruggekeerd. Met hen maakte de band in 2022 eerst een coole plaat met opnieuw opgenomen oude nummers. Met ‘Darkness Invisible’ levert de huidige bezetting deze maand nu ook een echt nieuw album af. En dat is ook direct een van de beste platen in de ruim 25-jarige carrière van de band. In veel snellere tracks is echt weer het vuur van de eerste albums te horen. In andere nummers wordt het tempo flink omlaag getrokken en krijgt de orkestrale kant van de band meer dan ooit de overhand, met veel herkenbare momenten en de meeslepende operazang en het vioolspel in „All Life Is Evil” als absolute climax. En dan zijn er nog de vele virtuoze gitaarsolo’s, die van typisch Finse kwaliteit zijn en daarmee echt een genot voor het oor. Dat geldt zeker ook voor de mix van producer Jens Bogren, die de vele facetten van de muziek tot een zeer beluisterbaar geheel met veel diepgang heeft weten samen te smeden.
ARJEN ANTHONY LUCASSEN
Songs No One Will Hear
(InsideOut Music)
Horst Vonberg
80
Na al het werk dat de Grote Vriendelijke Reus in het verleden al heeft uitgebracht met Ayreon, Ambeon, The Gentle Storm, Guilt Machine, Plan Nine, Stream Of Passion, Star One en Supersonic Revolution verschijnt nu zijn vierde soloalbum. Niet geheel onverwacht is ‘Songs No One Will Hear’ wederom een conceptalbum. Het thema: wat zou jij doen als je wist dat de wereld over vijf maanden zou ophouden te bestaan? De boosdoener is een allesvernietigende asteroïde die op ramkoers met onze planeet ligt. Dit gegeven wordt uitgewerkt in negen nummers waarin wanhopige ontkenning, escapisme, totale paniek en uiteindelijke berusting om de hoofdrol strijden, op semi-humoristische wijze aan elkaar becommentarieert door een radiodeejay die het van begin tot eind volgt. Muzikaal gezien komt ‘Songs No One Will Hear’ het dichtst in de buurt van het Ayreon-geluid. Lucassen neemt in dit geval weliswaar zelf de meeste vocalen voor zijn rekening, maar qua songwriting, instrumentatie en gastvocalen zou een gemiddelde progliefhebber zomaar kunnen denken dat hij naar een nieuwe Ayreon-release aan het beluisteren is. Floor Jansen, Irene Jansen en Marcela Bovio zijn weer van de partij, Robert Soeterboek mag weer een nummer inzingen, Joost van den Broek staat als vanouds te gieren op de Hammond en ook cello, fluit en hurdy-gurdy maken deel uit van het muzikale palet. Valt Lucassen hiermee in herhaling? Ja. Net zoals iedere artiest die een geluid heeft gevonden waarin ie zich comfortabel voelt dat doet. Is dat vervelend? Mwaoh, dat is maar net hoe gevoelig je daarvoor bent. Persoonlijk kan ik prima uit de voeten met ‘Songs No One Will Hear’, hoewel de grote verrassing er al een tijdje af is. Zolang ik bij iedere draaibeurt weer iets nieuws ontdek of meegesleept wordt door het fraaie samenspel van zang en instrumentatie mag Lucassen wat mij betreft tot in lengte van dagen dit soort platen maken. Ik kan me echter ook heel goed voorstellen dat er muziekliefhebbers zijn die het onderhand wel geloven met deze sound. Binnen zijn totale oeuvre is het dan ook niet zijn beste album, maar wel nog steeds bovengemiddeld goed. Iets waar menig artiest met eenzelfde lange carrière bijzonder blij zou zijn.
PARADISE LOST
Ascension
(Nuclear Blast Records)
Anita Boel
85
Begin jaren negentig: wat was het een heerlijke tijd met jonge, opwindende bands als Anathema, My Dying Bride, Type O Negative en Moonspell. Uiteraard mag Paradise Lost ook niet in dit rijtje ontbreken. Ik heb albums als „Shades Of God”, „Icon” en „Draconian Times” grijs gedraaid. Half augustus mocht ik de Britten weer eens live aanschouwen tijdens Dynamo Metalfest. Oudjes als „As I Die” en „Say Just Words” deden mij nog meer uitkijken naar dit nieuwe album, inmiddels de zeventiende studioplaat van Paradise Lost. Voorganger ‘Obsidian’ uit 2020 was ook al heel lekker en met ‘Ascension’ doet de band daar nog een schepje bovenop. Neem alleen al de zeer sterke opener „Serpent On The Cross”. Deze song bevat alles wat Paradise Lost zo lekker maakt en dat geldt eigenlijk ook voor de overige songs. Het is genieten van het zo herkenbare gitaargeluid van Gregor Mackintosh (met als hoogtepunt het perfect opgebouwde „Lay A Wreath Upon The World”) en de vertrouwde zang van Nick Holmes, die na ruim 35 jaar nog niets aan kracht heeft ingeboet. Het gevoel van de beginjaren negentig is natuurlijk onmogelijk te evenaren, maar ‘Ascension’ laat horen dat Paradise Lost nog steeds een van de belangrijkste vaandeldragers van het gothic metalgenre is.
PRIMAL FEAR
Domination
(Reigning Phoenix Music)
Diederick RR9660
0
Bijna was Primal Fear vanwege een zeer ernstige ziekte van Mat Sinner tegelijk met de bassist/oprichter overleden. Gelukkig kwam Sinner de zware periode te boven en dat inspireerde hem om, samen met mede-oprichter en zanger Ralf Scheepers en de inmiddels stevig ingeburgerde gitarist Magnus Karlsson, nog eens alles uit de kast te halen. En dat is gelukt. ‘Domination’ is met afstand het beste Primal Fear-album in lange tijd. De drive is groot en gecombineerd met sterke melodieën knalt het trio, aangevuld met nieuwe bassiste/blikvanger Thalìa Bellazecca en nieuwe drummer André Hilgers er twaalf goede tot uitstekende songs uit. „Heroes And Gods” tel ik gemakshalve niet mee, want dat is een mispeer die weggelaten had kunnen worden. Verder zou de oorwurm „I Am The Primal Fear” wel eens kunnen gaan uitgroeien tot een absolute bandhymne. In essentie is de song een simpel beukend werkje, dat door het pakkende refrein echter nauwelijks meer uit je kop te krijgen is. Ook wat betreft variatie zit het wel goed op ‘Domination’. Zo is „Hallucinations” een mooi en bondig stukkie gitaarwerk van Karlsson, is „Eden” een slepend epos van dik zeven minuten en sluit het fraai opgebouwde „A Tune I Won’t Forget” het album sfeervol af. Wat een geluk dus dat de band en z’n bassist nog steeds onder ons zijn.
THE VINTAGE CARAVAN
Portals
(Napalm Records)
Diederick RR9660
82
Zonder enige voorkennis begon ik aan ‘Portals’. En als je dan na een dikke minuut spanningsopbouw onverwacht de warme stem van Mickael Åkerfeldt van Opeth te horen krijgt, is een kippenhuidje niet te vermijden. De rest van het nummer met de titel „Philosopher” blijkt ook prachtig te zijn. Probleem is nu: hoe volg je zo’n hoogtepunt op? Daar lijkt het navolgende „Days Gone By” in eerste instantie totaal niet voor geschikt met z’n simpele openingsshuffle. Maar precies op het moment dat het nodig is, schakelt de band halverwege de song een tandje bij en eindigt het nummer daarna ook nog eens met een prachtige meerstemmige uitbreiding van het refrein. Dit is precies wat The Vintage Caravan zo’n fijne band maakt. Vanuit een op het eerste gehoor simpele basis van klassieke hardrock weten de mannen door het toevoegen van elementen uit blues-, stoner-, prog- en psychedelische rock een sound te creëren die de band herkenbaar en uniek maakt. Deze IJslandse gasten zijn naast sterke songwriters ook geweldige muzikanten. De samenzang is al genoemd, maar ook de gitaarsolo’s en zang van Óskar Logi Ágústsson zijn van grote schoonheid en het getrommel van Stefán Ari Stefánsson sluit perfect aan bij het vaak dromerige basspel van Alexander Örn Númason. Hoogtepunten te over op ‘Portals’. Zo is „Current” een ballad die in 2025 niet vaak overtroffen zal worden en is „Electrified” een echte ‘slowburner’, die relaxed begint, richting het einde versnelt en met dubbele energie eindigt. De band heeft vijf instrumentale ‘portalen’ op het album gezet die de luisteraar van de ene song naar de andere begeleiden. Deze intermezzo’s zijn kort en klinken als verlengstukken van de songs, waardoor de vaart in het album blijft. Het mag duidelijk zijn dat TVC met ‘Portals’ opnieuw aantoont wat een klasseband het is.

