10 maal Eremetaal in augustus/september 2026
KRIS BARRAS BAND
Monsters We Made
(Earache Records)
Metal Mike n
85
Kris Barras is een Engelse, voormalig MMA-vechter (mixed martial arts) die sinds 2015 zijn sportieve carrière heeft ingeruild voor een muzikale. Na vier meer bluesy getinte albums presenteerde hij op het in 2024 verschenen ‘Halo Effect’ opeens arenarock. Op ‘Monsters We Made’ gaat hij daar gewoon mee door. Denk aan Shinedown, Daughtry en Alter Bridge. Naast een uitstekende stem weet Barras de zes snaren ook vingervlug te bespelen. Van het album zijn al drie nummers online gezet. Naast het titelnummer zijn dat „All Falls Down” en „Riot Of One”, en van „Unspoken” staat een pianoversie online terwijl op het album de elektrische uitvoering staat. Mooie ballad trouwens. De refreinen zijn makkelijk meezingbaar en blijven een hele tijd in je hoofd hangen. Vreemd dat we deze uitstekende band hier nog niet aan het werk hebben kunnen zien.
EXUMER
Death Mask Messiah
(Metal Blade Records)
Horst Vonberg
75
Onze oosterburen staan bekend als een hardwerkend volkje dat als geen ander hecht aan goede productiecijfers, maar de heren van Exumer hebben die memo duidelijk gemist. Zij vierden vorig jaar weliswaar doodleuk het veertigjarig bandjubileum, maar hun cv vertoont gaten waar een kreupele bultrug met gemak doorheen zwemt. De totale productie bleef in de jaren 80 steken bij slechts twee albums, die gekenmerkt werden door een hoog Kreator-gehalte, maar dan van belangrijk mindere kwaliteit. Het comebackalbum ‘Fire & Damnation’ (2012) had nog steeds dat typisch Duitse geluid, maar kwalitatief was de band wel behoorlijk vooruit gemarcheerd. Hun materiaal was niet alleen beter geschreven, ook geluidstechnisch klonk het allemaal een stuk minder primitief. Daarna volgden ‘The Raging Tides’ (2016) en ‘Hostile Defiance’ (2019). Beide lagen in het verlengde van ‘Fire & Damnation’ en datzelfde kan gezegd worden van ‘Death Mask Messiah’ waar bijna zeven jaar aan gesleuteld is. Het is nog steeds vette, Duitse thrash, voornamelijk op volle snelheid gespeeld en voorzien van die typische bijtende zang. Natuurlijk ontbreken de nodige breakdowns die de opmaat vormen voor agressieve scheursolo’s niet, net zomin als de nodige maatschappijkritiek; actuele onderwerpen als de Amerikaanse politiek, cultuurstrijd in eigen land en religieus fanatisme worden niet geschuwd. Ondanks de dikke knipoog naar de band met de K bevalt mij dit prima. Een leuke verrassing is voor het laatst bewaard: een geslaagde cover van Nasty Savage’s „Unchained Angel”, waarbij Nasty Ronnie himself de zang voor zijn rekening neemt. Een geslaagd slotstuk van een prima genreplaat.
GOROD
The Ember Gone
(Base Productions)
Dennis van ’t Hoofd
90
Hoewel Gorod niet dezelfde bekendheid geniet als Gojira behoort het vijftal uit Bordeaux al jaren tot de absolute top van de technische death metal in Frankrijk. Met ‘The Ember Gone’ zetten ze hun artistieke ontwikkeling overtuigend voort. Ten opzichte van voorganger ‘The Orb’ (2023) klinkt de band progressiever en avontuurlijker. Vanaf opener „Signs” is duidelijk dat Gorod weigert op routine te teren. De brute, technische death metal van weleer is niet verdwenen, maar maakt steeds vaker plaats voor een gelaagder en melodieuzer geluid, waarin progressieve composities en jazzfusioninvloeden naadloos samensmelten. Groovende death metalriffs, onverwachte tempowisselingen en subtiele jazzy accenten volgen elkaar in hoog tempo op, maar verliezen de songs nergens uit het oog. Vooral „Ignite” laat horen hoe vanzelfsprekend die invloeden inmiddels in het geluid van Gorod zijn verweven. Het gitaarwerk van Mathieu Pascal en Nicolas Alberny behoort tot het beste dat Gorod ooit heeft afgeleverd. De inventieve baslijnen van Benoit Claus en het dynamische drumwerk van Karol Diers geven zelfs de meest complexe passages een onweerstaanbare groove. Frontman Julien Deyres schakelt feilloos tussen heldere zang, rauwe uithalen en diepe deathgrunts. Hoogtepunt is „Forgiveness”, dat vanuit een sfeervolle intro uitmondt in een massieve, onweerstaanbaar groovende song met een verrassend pakkend refrein. De instrumentale stukken „Crimson” en „Ember” zijn rustpunten, waarna afsluiter „Remains” uitgroeit tot een indrukwekkende progressieve droomvlucht vol ambientinvloeden. Waar veel bands in dit genre verzanden in steriele virtuositeit, blijft Gorod de compositie centraal stellen. ‘The Ember Gone’ is een album dat de grenzen van technische death metal niet alleen opzoekt, maar opnieuw definieert.
FIVE FINGER DEATH PUNCH
Legacy
(Better Noise Music)
John van der Linden
85
Met “Legacy” levert Five Finger Death Punch een album af dat naadloos aansluit bij zijn voorganger ‘AfterLife’. Wie hoopte op een verrassende koerswijziging of experimentele uitstapjes, zal die hier niet aantreffen. Tegelijkertijd is dat waarschijnlijk precies wat de trouwe achterban van de Amerikaanse band uit Las Vegas verwacht én waardeert. Opvallend genoeg ontbreekt voor het eerst sinds lange tijd de naam van Kevin Churko achter de knoppen. De producer, die de laatste acht studioalbums van de band begeleidde en door de band als een zesde bandlid werd beschouwd, heeft zijn plaats afgestaan aan Drew Fulk (WZRD BLD). Veel verandert er echter niet aan het vertrouwde geluid. De productie klinkt strak, modern en uiterst gepolijst, waardoor elk nummer krachtig en toegankelijk uit de speakers knalt. Die gladde aanpak zal niet iedere metalliefhebber kunnen bekoren, maar past perfect binnen de muzikale identiteit van Five Finger Death Punch. Vanaf de eerste tonen maakt de band duidelijk dat er niet aan de succesvolle formule wordt gesleuteld. De titeltrack “Legacy” zet meteen de toon, waarna “De Oppresso Liber” (vernoemd naar het motto van de United States Army Special Forces ) het gaspedaal verder indrukt. Ook “Eye of the Storm” en “Nails in the Coffin” behoren tot de betere nummers van de plaat. Hier laat de band horen waar haar kracht ligt: zware riffs, stevige grooves en refreinen die zich moeiteloos in het geheugen nestelen. Halverwege het album zorgt “In Time” voor een welkome adempauze, voordat “Unscathed” de vertrouwde route weer oppakt. Hoewel het tweede deel van de plaat degelijk blijft, weet het niet helemaal hetzelfde niveau te halen als de sterke openingsfase. Dat is meteen ook het grootste kritiekpunt op “Legacy”: de verrassing ontbreekt. Waar eerdere albums af en toe nog onverwachte wendingen of frisse ideeën bevatten, lijkt de band nu volledig te vertrouwen op een bewezen recept. Daardoor weet de luisteraar al snel wat hij kan verwachten. Toch hoeft dat niet per se een nadeel te zijn. Voor veel fans schuilt de aantrekkingskracht van Five Finger Death Punch juist in die herkenbaarheid. De band kiest ervoor haar huidige positie verder uit te bouwen in plaats van muzikale risico’s te nemen. Het resultaat is een album dat precies levert wat ervan verwacht wordt: een verzameling solide, energieke en uitstekend geproduceerde nummers. Met “Legacy” bevestigt Five Finger Death Punch opnieuw zijn status als een echte love it or hate it-band. Fans kunnen dit album zonder enige twijfel blind aanschaffen, terwijl sceptici waarschijnlijk weinig redenen zullen vinden om hun mening te herzien. Vernieuwend is het allerminst.
KAMELOT
Dark Asylum
(Napalm Records)
Wim Rueter
85
Het zou geen enkele moeite kosten om het veertiende album ‘Dark Asylum’ van het Amerikaanse Kamelot snel af te wikkelen. In vergelijking met voorganger ‘The Awakening’ uit 2023 zijn de opbouw en aanpak namelijk vrijwel identiek. Opnieuw wordt gebruikgemaakt van meerdere gastzangeressen en een gastzanger, duiken er korte muzikale intermezzo’s op en overschrijdt geen enkel nummer de grens van zo’n vijf minuten. Vakmanschap wederom op orde; nummers met een kop en staart laverend tussen snelle tracks en rustigere momenten. Maar hiermee zou ik ‘Dark Asylum’ tekortdoen. Natuurlijk gaat Kamelot met dit nieuwe album weinig tot geen nieuwe zieltjes winnen. Maar zij die de multinationale band een warm hart toedragen worden zeker niet teleurgesteld. ‘Dark Asylum’ heeft een concept gebaseerd op Ravenhill Asylum, een plek waar, naarmate het album vordert, misleiding en wanhoop plaatsmaakt voor hoop en verlossing. Voorzien van een kamerbrede productie van Sacha Paeth, blijkt bovendien dat Kamelot binnen zijn vertrouwde kaders nog altijd overtuigend voor de dag komt. Het kost alleen wat moeite de aandacht erbij te houden wanneer een nummer als „Beneath The Moon” met zijn Keltische invloeden en tekst voorbijkomt. Daar staat tegenover dat er volop te genieten valt van onder meer het snelle „The Sleeping Mind” met heerlijk drumwerk van Alex Landenburg of titelnummer „Dark Asylum”, waarin Tommy Karevik bevestigt een zanger van grote klasse te zijn. In het overtuigende „Sanctuary” passeert er zowaar een goed geplaatst gruntje hier en daar. Tot slot verdient „One Last Masquerade”, met gastvocalen van Tobias Sammet (Avantasia), een speciale vermelding: een absoluut klassenummer. Kortom, Kamelot kan ‘Dark Asylum’ met gepaste trots toevoegen aan zijn discografie.
NOVERIA
Becoming After
(Scarlet Records)
Renée van der Ster
78
Prog uit Italië. Dat is meestal foute boel. In het geval van Noveria hebben we vier albums lang mogen genieten van volwassen, zorgvuldig gecomponeerde, snelle progmetal in de stijl van Symphony X, DGM en (in mindere mate) Pagan’s Mind. Een uitzondering welteverstaan. Speer-punt was onder andere de uitstekende zanger Francesco Corigliano. Eerder dit jaar besloot bandbaas Francisco Mattei dat het roer om moest. Dit resulteert in drie bezettingswisselingen: op de drumkruk, achter de toetsen en ja, ook achter de microfoon. Samen met het gedachtegoed van Mattei zorgt dit ervoor dat ‘Becoming After’ een duidelijke stijlverschuiving laat horen. Nog steeds is Noveria van de snellere progmetal, alleen wordt dit vaker afgewisseld met rustigere en melodieuze passages. Hierdoor weegt Pagan’s Mind als referent opeens een stuk zwaarder. Ook klinkt het album op zich wat melancholischer, soms zelfs onheilspellend („Echoes From The Abyss”, „The Viper’s Nest” en „Heavenfall”). Dat ‘zware’ zit hem voornamelijk in het gitaarwerk en past erg goed bij het vocale bereik van nieuwe zanger Frank Marino (tevens Dreamscape). Voor de liefhebbers ontbreekt de semi-ballad niet, die heet deze keer „Through Your Light”, waarvoor Mike Moran (hij werkte onder meer met Freddy Mercury en Ozzy Osbourne) zijn medewerking verleende. Noveria toont hetzelfde hoge niveau als voorheen, maar in een ander jasje.
MASTODON
Marrow Deep
(Loma Vista Recordings)
Matthijs Kropff
90
Mastodon laat op ‘Marrow Deep’ horen dat er leven is na Brent Hinds. Met naast diens vervanger Nick Johnston ook toetsenist João Nogueira inmiddels vast in de bezetting, keert de band terug naar het geluid van weleer. Daarnaast is er echter volop ruimte voor nieuwe accenten. Het afwisselende „Barbarian’s Blood” valt direct stevig met de deur in huis en zet de toon voor een even herkenbaar als vernieuwend album. De hoogtepunten zijn talrijk en er staat werkelijk niet één minder of zwak nummer op. Het sfeervolle „Your Ghost Again” doet onbewust natuurlijk aan Hinds denken en wisselt een toegankelijk en herkenbaar refrein af met agressieve ritmes en doet door de keyboardpartij in het tweede deel ietwat proggy aan. Die keyboards spelen ook een belangrijke rol in het catchy „Snakes For Dinner” met richting het einde ook nog een bescheiden gastrol van Josh Homme van Queens Of The Stone Age op zang. In „Out Like A Lamb” wordt het typische Mastodon-gitaargeluid gecombineerd met fraaie Hammond-accenten. Alle puzzelstukjes vallen perfect in elkaar in „In The Ruins”, waarop het samenspel van de band tot grote hoogte stijgt, wat bekroond wordt met een fantastische, door Hammond ondersteunde gitaarsolo in het tweede deel. Eén van de mooiste nummers is „Golden Spires”, dat na een uptempo begin boeit met diverse tempowisselingen en wederom een werkelijk sublieme gitaarsolo. „Moth And Bone” onderstreept het veelzijdige karakter van Mastodon nog maar eens met een mooie gelaagde opbouw vol subtiele samenzang en akoestische gitaar, voordat in het tweede deel het tempo omhoog gaat. Het psychedelische „The Vanishing” is opgebouwd rond een fraaie doomy riff en is niet enkel vanwege de zang ontegenzeggelijk een halfbroertje van Black Sabbaths „Planet Caravan”. „The Three Fates” ten slotte is een prachtig langgerekt drieluik met een eclatante mix aan invloeden uit de psychedelica, prog en jazz. Samenvattend: Mastodon lijkt een tweede jeugd te hebben gevonden en behoudt op ‘Marrow Deep’ alles wat de band altijd al zo sterk maakte, maar tilt het geheel mede door de aanzienlijke rol die toetsenist Nogueira op het album speelt naar een indrukwekkend hoog niveau. Topalbum!
RAUNCHY
Prisoner
(Mighty Music)
Sjak Roks
70
Na twaalf jaar radiostilte keert Raunchy terug aan het metalfront met ‘Prisoner’, een album dat niet klinkt als een geforceerde comeback, maar als het werk van een band die precies weet waar z’n kracht ligt. De Denen bouwen verder op de karakteristieke mix van melodieuze death metal, metalcore, industriële invloeden en elektronische soundscapes die hen begin deze eeuw zo goed lag. Die mengelmoes van diverse stijlen blijkt op deze nieuwe plaat zowel de kracht als de zwakte van de band te zijn. Messcherpe riffs worden gecombineerd met sfeervolle synthpartijen en de vocale afwisseling tussen agressieve screams en melodieuze zang zorgt voor een extra dimensie in het totale bandgeluid. De ruimdenkende metalfan zal deze variatie absoluut weten te waarderen, maar dat zal zeker niet voor iedereen gelden. De combinatie van groove, melodie en industriële accenten geeft het album een moderne uitstraling, die door de krachtige, transparante productie van Jacob Hansen uitstekend tot zijn recht komt. Het zal echter wel wat luisterbeurten vergen alvorens de tien nummers tot de verbeelding gaan spreken en niet iedereen zal die investering willen doen. De lange periode die Raunchy voor het schrijfproces heeft uitgetrokken heeft er in ieder geval wel toe geleid dat de nummers fris en energiek, maar bij vlagen ook wat chaotisch klinken. De herkenbare Raunchy-signatuur is in ieder geval overal aanwezig en de band bewijst dat een lange afwezigheid geen belemmering hoeft te zijn voor een redelijk overtuigende terugkeer.
TRIOSPHERE
Oceans Above, Stars Below
(Frontiers Records)
Wim Rueter
83
Triosphere speelt een mix waarin metal centraal staat, aangevuld met stevige proginvloeden. Aangevoerd door bassiste en zangeres Ida Haukland heeft het Noorse kwartet ruim de tijd genomen voor ‘Oceans Above, Stars Below’. Het vorige album, ‘The Heart Of The Matter’, verscheen namelijk twaalf jaar geleden. Is dat lange wachten de moeite waard geweest? Wat mij betreft absoluut. Muzikaal valt er namelijk volop te genieten van snelle tracks als „Of Tyrants” of het indrukwekkende „Orpheus Bane”. Een nummer als „Encore” daarentegen is dan weer een sfeervol rustpunt, waarin Haukland laat horen dat zij niet alleen overtuigt met krachtige vocalen, maar ook met een meer ingetogen en kwetsbare benadering. Met „Shorelines” levert de band de zijn meest melodieuze track af, ook fraai. Het veelzijdige en overtuigende gitaarwerk van Marius Bergesen en Tor Ole Byberg draagt sterk bij aan het luisterplezier en mag dan ook niet onvermeld blijven. Alleen albumafsluiter „Gjengklang” (Noors voor echo of resonantie) voelt door zijn prominente vioolwerk meer als een outro dan een song. Onder de streep is ‘Oceans Above, Stars Below’ een sterk en gevarieerd album waar vakmanschap, ambitie en toewijding duidelijk hoorbaar zijn. Een aangename verrassing.
THE VICIOUS HEAD SOCIETY
Call Of The Void
(No Remorse Records)
Diederick RR9660
78
Het goed bewaarde geheim van de Ier Graham Keane heet The Vicious Head Society. Zijn muzikale kindje is met ‘Call Of The Void’ toe aan album nummer drie. De eerste twee platen waren prima en met name ‘Extinction Level Event’ (album nummer twee) maakte indruk. Zeker als je bedenkt dat alle songs en het concept uit de koker van die ene man kwamen. Op dit nieuwe album gooit hij het niet ineens over een andere boeg, je krijgt als luisteraar nog steeds afwisselende songs vol stevige riffs voorgeschoteld met daarin veel ruimte voor toetsenpartijen, cleane zangpartijen en de spetterende solo’s van Keane zelf. Echte verrassingen blijven uit, hoewel de opening van „Ignite” opmerkelijk veel overeenkomsten vertoont met „Into The Black Hole” van Ayreon. De gelijkenis met Ayreon is iets dat collega Metal Mike in zijn recensie van het debuut uit 2017 al opmerkte, hoewel TVHS een stukje steviger is. Hoogtepunten zijn „The Void”, met daarin een flard sirtaki en een sterk refrein, en het epische „Distant Lights Of Home” van dik dertien minuten. Zanger Nathan Max heeft soms moeite het hoge niveau van de muziek te benaderen, terwijl hij op andere momenten juist uitblinkt. Toch laat Keane opnieuw een knap stuk liefdeswerk los in een overvolle markt en is het te hopen dat zijn bloed, zweet en tranen niet onopgemerkt blijven.

