10xEremetaal November 2009

10xEremetaal in November 2009

 

 

CREED

Full Circle

WindUp/EMI
www.myspace.com/creed
Anita Boel
76

Creed begon in 1995, verkocht meer dan dertig miljoen albums en gooide in 2004 het bijltje erbij neer. Brian Marshall (bas), Mark Tremonti (gitaar) en Scott Phillips (drums) gingen zonder zanger Scott Stapp verder onder de naam Alter Bridge. Stapp ging solo. Er was een paar jaar voor nodig, maar de meningsverschillen tussen beide kampen lijken bijgelegd en Creed is nieuw leven ingeblazen. Na het horen van ‘Full Circle’ mogen we daar ook nog eens blij mee zijn. Al bij opener „Overcome” begrijp je weer waarom Creed een van de meeste succesvolle rockbands van de afgelopen tien jaar was. Met nummers als „Suddenly” (mijn persoonlijke favoriet) en „Rain” (echte hitsong) lijkt de draad moeiteloos weer te zijn opgepakt. Luister ook maar eens naar „Away In Silence” of „Time”. Daarentegen doet een song als „Fear” me toch vooral aan Alter Bridge denken. Persoonlijk vind ik het allemaal net wat te Amerikaans (lees: te gelikt) klinken, maar ik weet zeker dat ‘Full Circle’ de weg naar het grote publiek probleemloos zal vinden.


EPICA

Design Your Universe

Nuclear Blast/PIAS
www.myspace.com/epica
Liselotte Hegt
85

Na enige turbulentie, zowel privé als binnen de line-up, staat Epica weer helemaal op de rit. En dat de band weer volledig in topvorm is bewijst de nieuwe CD ‘Design Your Universe’. Het album is net zoals zijn voorgangers weer schitterend aangedikt met orkestrale, soundtrackachtige intermezzo’s en opzwepend zingende koren, met dank aan de vertrouwde samenwerking met producer Sascha Paeth. En dan is er vervolgens niet alleen een grote rol voor zangeres Simone Simons weggelegd, maar ook voor gitarist/grunter Mark Jansen, die brult en krijst alsof zijn leven er van afhangt. Ook mag nog even gezegd worden dat Simons een sterke vocale groei heeft doorgemaakt en bijvoorbeeld prachtig voor de dag komt in het emotioneel klinkende „Tides Of Time”. Bijzonder fraai is ook haar gevoelige duet met Tony Kakko (Sonata Arctica) in „White Waters”. Verder laat ‘Design Your Universe’ vooral ook vele harde, vette en energieke bombastische metal horen, waarbij de band zich regelmatig vastbijt in complexe materie en orkaansnelheden najaagt. Gitaarsolo’s zijn aangenaam uitgewerkt en de opbouw van de nummers is spannend, waarbij zeker de toegankelijkheid niet uit het oog wordt verloren. ‘Design Your Universe’ bevat wat dat betreft alles wat je van Epica mag verwachten, alleen heeft de band zich nog verder weten uit te strekken binnen zijn eigen ontworpen muzikale universum.


FIVE FINGER DEATH PUNCH

War Is The Answer

Spinefarm/Universal
www.myspace.com/ffdp
Bastiaan Tuenter
78

Met de debuutplaat ‘The Way Of The Fist’ boekte Five Finger Death Punch (5FDP) in korte tijd het nodige succes. Het is vrij logisch dat het bonte gezelschap met ‘War Is The Answer’ voortborduurt op dezelfde formule. Wederom is alles tot in de puntjes uitgewerkt. Het artwork waarop de teksten en bandfoto’s naadloos aansluiten en natuurlijk ook de muziek. De mix van hardcore en (nu) metal werkt ook hier weer perfect en hoewel er op los wordt gebeukt valt het vooral op hoe makkelijk alles in het gehoor ligt. Nummers als „Dying Breed”, „Bulletproof” en „No One Gets Left Behind” hebben een hoog meebrulgehalte en ook „Hard To See” blijft al na één luisterbeurt de hele dag in je hoofd zitten. Aan variatie geen gebrek, al zijn de bombastische ballads („Far From Home”, „Crossing Over” en „Walk Away”) minder geslaagd. De Free-cover „Bad Company” wordt daarentegen niet onaardig neergezet, maar is wel de vreemde eend in de bijt. 5FDP moet het in ieder geval van de hardere nummers hebben, waarvan er gelukkig nog genoeg overblijven. Daarin vormen de sporadisch opduikende solo’s bovendien een aangename verrassing. Al met al geen verrassende, maar wel een zeer aangename release.


Immortal

All Shall Fall

Nuclear Blast/Suburban
www.myspace.com/immortalofficial
Henri Serton
88

In het begin van juni 2006 zei Abbath: ‘I didn’t really want to say it, but I don’t give a shit. We will come back, stronger than ever’. En daarmee was de terugkeer van Immortal een feit. Na de aankondiging over de terugkomst speelde Immortal in 2007 op het Inferno-festival in Noorwegen, Rock Hard en Graspop. Die optredens werden bijzonder goed ontvangen, zowel door de fans als door de critici. De verwachtingen voor dit nieuwe album waren dan ook bijzonder hoog. Zoals je in Aardschok 8/9 hebt kunnen lezen is het album gemixt door Peter Tägtgren en klinkt dus uitstekend. De grote vraag is echter: lost ‘All Shall Fall’ de verwachtingen in? Ik denk dat het antwoord sterk zal afhangen van wat je verwachtingen precies waren. Het is in ieder geval duidelijk dat dit album geen nieuwe ‘At The Heart Of Winter’ is. Qua sound zit het dichter tegen het voorgaande album ‘Sons Of Northern Darkness’ aan. Toch zijn er verschillen. Zo treden de thrash- invloeden, inclusief gitaarsolo’s, nog meer op de voorgrond. Er staan met „Norden On Fire”, „Arctic Swarm” en „Unearthly Kingdom” ook een paar prachtige epische nummers op. Dit album illustreert wel hoezeer het geluid van Immortal van de pure black metal in het begin van hun carrière naar de kant van de mainstream metal op ‘Sons Of Northern Darkness’ en dit album is geëvolueerd. Valt dat te betreuren? Wat mij betreft niet. ‘All Shall Fall’ is namelijk een geweldig album, dat bewust de bakens van het black metalgenre verzet. Puristen zullen het haten, maar het gros van de Immortal-fans zal het, terecht, in de armen sluiten. ‘All Shall Fall’ is bij uitstek geschikt is om lekker hard te draaien. Lees de teksten mee en je rijdt samen met de mannen over de bevroren toendra om Blashyrkh, het rijk van de Mighty Ravendark te verdedigen tegen zijn vijanden. De sfeer van dit album is dan ook geweldig. Net als bij de optredens is het gevoel dat van de muziek van Immortal afstraalt enorm. Het zorgt er voor dat ik de woorden van Demonaz geloof toen hij in Aardschok zei dat Immortal muziek vanuit het hart speelt. En precies daarom voelt de discussie over welk genre de band precies speelt als volkomen irrelevant aan. Wat mij betreft is dit een van de beste albums die Immortal ooit gemaakt heeft!


KISS

Sonic Boom

Loud & Proud/Roadrunner
www.myspace.com/kiss
Robbie Woning
87

Het nieuwe Kiss-album ‘Sonic Boom’ is de CD die de Amerikaanse rockband eigenlijk direct na zijn succesvolle reünietoer in de jaren negentig had moeten uitbrengen. In plaats daarvan kwam Kiss in 1998 met ‘Psycho Circus’; een plaat die haastig in elkaar gestoken was, weinig echt goede nummers bevatte en door de zeer beperkte rol van gitarist Ace Frehley en drummer Peter Criss ook niet de uitstraling van een bandalbum had. ‘Sonic Boom’ heeft alles wat zijn voorganger miste en meer. De CD grijpt muzikaal sterk terug op albums als ‘Destroyer’ en ‘Love Gun’, heeft de geldingsdrang en volwassen sound van ‘Revenge’ en staat vol retecatchy zanglijnen en riffs, die je de rest van de dag niet meer uit je hoofd krijgt. Dit is geen zoveelste plaat van een 35-jarige rockband. Dit is een staaltje rock-’n- rollvakmanschap, waar andere bands een hoop van kunnen leren. Eigenlijk zou ik nieuwe gitarist Tommy Thayer moeten afkraken, omdat al zijn solo’s volledig uit schaamteloos gekopieerde Ace Frehley-licks zijn opgebouwd, maar gvd, wat passen ze perfect in het plaatje en wat laten ze de muziek ontzettend authentiek klinken. De CD bevat met „Modern Day Delilah” en „Russian Roulette” een stel ijzersterke nummers die live tussen oude klassiekers niet zullen misstaan. Ook „Never Enough” en „I’m An Animal” behoren tot de betere songs die de band in zijn lange carrière schreef. Vrolijke, eindeloze meezingers als „Yes, I Know” en „All For The Glory” zijn aan mij wat minder besteed, maar klinken nog altijd stukken beter en harder dan het materiaal dat Kiss in zijn ‘Crazy Nights’-dagen uit durfde te brengen. ‘Sonic Boom’ is in alle opzichten een kwaliteitsplaat. Uitstekend gearrangeerd en afgewogen, smakelijk vertolkt en heel afwisselend. Zo heeft Kiss me toch weer in de tang: enerzijds hebben de heren Simmons en Stanley voor mij totaal afgedaan sinds ze besloten hebben dat het best oké is om met een nep-Ace Frehley en -Peter Criss rond de wereld toeren. Anderzijds heb ik een grenzeloos respect voor de manier waarop de band op het frisse ‘Sonic Boom’ zichzelf weer eens totaal opnieuw heeft uitgevonden.


KATATONIA

Night Is The New Day

Peaceville/Suburban
www.myspace.com/katatonia
Robert Haagsma
85

Door de jaren heen heeft Katatonia een ingrijpende gedaantewisseling ondergaan. De Zweedse band speelde aanvankelijk doomy death metal, met een belangrijke rol voor grommende zang. In de loop van de tijd slopen daar steeds meer progressieve invloeden in, waarbij de grunts uiteindelijk bij het grof vuil eindigden. Het is verleidelijk om Katatonia als een melodieuze Opeth neer te zetten, vooral omdat de bands bijna twee decennia met elkaar optrokken en leden elkaar troffen in de gelegenheidsband Bloodbath. Toch zou dat Katatonia te kort doen. Want hoezeer het gezelschap ook veranderde, één unieke kwaliteit bleef gehandhaafd: een delicaat soort melancholie die in alle nummers doorklinkt. Het is met ‘Night Is The New Day’ dan ook weer heerlijk wegsomberen. In een heel ruimtelijk klinkend geluidsspectrum worden stevige passages afgewisseld met rustige stukken, gedomineerd door subtiele percussie, ijle gitaarklanken en meerstemmige zang die zacht als fluweel klinkt. Vooral bij herhaalde beluistering treft het me hoezeer die koortjes zich ontwikkeld hebben tot het geheime wapen van de band. Druilerigheid klonk zelden zo mooi. „Forsaker”, „Idle Blood” en „New Light”; eigenlijk telt de CD louter hoogtepunten. De sfeer, het spel, de songs en de zang vormen een bijna volmaakte combinatie. Dit is een van de beste platen van Katatonia tot nu toe, zo niet dé beste.


SHADOW GALLERY

Digital Ghosts

InsideOut/EMI
www.myspace.com/officialshadowgallery
André Methorst
92

In oktober 2008 stierf zanger Mike Baker op 45-jarige leeftijd geheel onverwacht als gevolg van een hartaanval. Shadow Gallery verloor daarmee een van zijn belangrijkste troeven. Met zijn charismatische en herkenbare stem drukte Baker een zwaar stempel op het unieke geluid van deze Amerikaanse progressieve metalband. In plaats van de stekker eruit te trekken gingen Gary Wehrkamp, Carl Cadden-James en Brendt Allman niet bij de pakken neerzitten en werkten zij verder aan het nieuwe (zesde) studioalbum. Er werd intussen een beroep gedaan op een aantal gastmuzikanten, waaronder de zangers Clay Barton (Suspyre) die zeer goed voor de dag komt op „Venom” en ‘zekerheidje’ Ralf Scheepers (Primal Fear) op het mooie „Strong”. In de persoon van Brian Ashland werd een vervanger voor Mike Baker gevonden. Ashland klinkt als een mix van Geoff Tate in zijn beginjaren bij Queensrÿche en Fish gedurende zijn eerste Marillion-albums. Er zijn zelfs overeenkomsten met Baker, waardoor het ‘gewenningsproces’ niet lang zal duren. In tegenstelling tot de vorige releases is ‘Digital Ghosts’ geen conceptalbum. Er is wel een rode draad te herkennen: het thema ‘verlies’, dat onder andere te maken heeft met de dood van Baker. Op het merendeel van de zeven songs wordt een wat hardere koers gevaren, maar is er ook voldoende ruimte voor rustige en emotionele passages, die gepaard gaan met mooie melodielijnen en vloeiende refreinen, doorspekt met de voor Shadow Gallery zo typerende samenzang. Het technisch hoge niveau van de band was altijd al een constante factor. Daarnaast is ‘Digital Ghosts’ vrij toegankelijk met de nadruk op ‘het liedje’. Slechts sporadisch wordt geëxperimenteerd en gefreakt (zoals in het titelnummer). Shadow Gallery levert (wederom) een geniaal meesterwerk af en heeft met Ashland een waardige opvolger voor Baker in huis gehaald. De eerste oplage van het album zal verschijnen in een gelimiteerde digipack, die voorzien is van bonusmateriaal zoals een demoversie van „Gold Dust”, waarop Carl Cadden-James de leadvocalen voor zijn rekening neemt, een bewerkte uitvoering van „Two Shadows”, dat als bonusnummer op de Japanse versie van ‘Room V’ verscheen, en een demoversie van het niet eerder uitgebrachte „World Of Fantasy’ dat nog door Baker werd ingezongen.


SLAYER

World Painted Blood

American/SonyBMG
www.myspace.com/slayer
Robbie Woning
86

Slayer zou nog maximaal drie CD’s willen uitbrengen en ‘World Painted Blood’ is daarvan de eerste. Luisterend naar het album lijkt het wel alsof er met de beslissing om ermee te kappen ook een flinke last van de schouders van de bandleden is gevallen. ‘World Painted Blood’ klinkt voor Slayer-begrippen erg ongedwongen en vaak ouderwets ruig en opstandig. De heren hebben hun muziek ditmaal gezamenlijk in de studio geschreven en dat hadden ze jaren eerder moeten gaan doen. De elf albumtracks lopen allemaal heerlijk door en staan bol van de aanstekelijke, zanggerichte riffs. Waar de vorige twee albums soms wat geforceerd modern overkwamen, blijft Slayer ditmaal veel dichter bij zijn oorspronkelijke sound. De meeste nummers op het nieuwe album liggen grofweg tussen ‘Hell Awaits’ en ‘Seasons In The Abyss’ in. Vooral „Hate Worldwide” en „Unit 731” zijn heerlijke old-school Slayer- nummers, met een felle hardcore/punkdrive en prachtig wild gitaarwerk. In dreigende midtempo tracks als „Beauty Through Order” en „Human Strain” gaat de band duidelijk meer voor een ‘War Ensemble’-achtige sfeer. Ook „Americon” en „Playing With Dolls” zijn overwegend midtempo en worden beide op een voor Slayer wat ongebruikelijke manier gedrumd. En dan is er nog de klank van de plaat, waarmee de band zich totaal onderscheidt van de geperfectioneerde computermixen van tegenwoordig. De nieuwe Slayer klinkt juist enorm direct en kaal, alsof de band de muziek in een middag in de oefenruimte op de band heeft geramd en er vervolgens amper nog iets aan heeft gemixt. ‘World Painted Blood’ is niet de meest grensverleggende CD die Slayer ooit gemaakt heeft, maar het is voor een tiende album wel een erg frisse, spontane en explosieve plaat geworden.


W.A.S.P.

Babylon

Demolition/Suburban
www.myspace.com/wasp
Ron Willemsen
85

Blackie Lawless keert op ‘Babylon’ terug naar de conceptplaten van weleer en neemt deze keer het bijbelse thema ‘The Four Horsemen Of The Apocalypse’ (de ruiters staan voor verovering, oorlog, honger en dood) als uitgangspunt. Hoewel je hier dus een plaat verwacht die over hel en verdoemenis gaat, is de algemene sfeer helemaal niet zo negatief. Sterker nog, het concept komt wat mij betreft niet echt tot uiting in de nummers, met als meest vreemde eend in de bijt de Chuck Berry-cover „Promised Land”, waarbij Lawless een puike Elvis-imitatie ten beste geeft. Het concept even terzijde geschoven blijft er een dijk van een plaat over met prima nummers, waarin vooral een hoofdrol is weggelegd voor gitarist Doug Blair. Absolute krakers zijn „Babylon’s Burning”, de hartverscheurende ballad „Into The Fire” en het krachtige „Godless Run”, waarin weer eens blijkt dat Lawless op z’n best is wanneer hij veel emotie in z’n stem legt. Verrassend is ook de spetterende cover van Deep Purple’s „Burn”, dat door de W.A.S.P.-bewerking een geheel nieuwe sfeer ademt. Het concept mag dan misschien niet zo uit de verf komen, de nummers doen dat des te meer.


WOLFMOTHER

Cosmic Egg

Modular/Universal
www.myspace/wolfmother
André Verhuysen
80

Het verhaal is bekend: na een ongekend succesvol debuutalbum te hebben uitgebracht in 2006 toerde Wolfmother twee jaar lang de wereld rond. Een paar maanden na afloop van die uitputtingsslag stond zanger/ gitarist Andrew Stockdale er alleen voor; drummer Myles Heskett en bassist/toetsenist Chris Goss hielden Wolfmother voor gezien. Officieel gebeurde dat vanwege muzikale onenigheid, maar het is een slecht bewaard geheim dat Heskett en Goss het helemaal hadden gehad met het prima-donnagedrag van Stockdale. Even leek het erop dat Wolfmother ten grave gedragen zou worden en Stockdale (net als zijn oud-medestrijders) een nieuwe band zou beginnen. Eigenlijk heeft hij dat ook gedaan – Stockdale vond drie verse rekruten – maar op aandringen van zijn achterban (lees: management en platenmaatschappij) adopteerde het kwartet toch de naam Wolfmother. En waarom ook niet? Want wie ‘Cosmic Egg’ beluistert kan niet anders dan concluderen dat de plaat lijnrecht in het verlengde licht van ‘Wolfmother’. Blijkbaar is Stockdale’s stem- en gitaargeluid en zijn manier van songschrijven zo kenmerkend voor Wolfmother dat hij de naamsrechten moeiteloos kan claimen. Toch is ‘Cosmic Egg’ zeker geen ‘Wolfmother II’. De plaat ‘rockt’ namelijk iets minder dan zijn voorganger en ‘zweeft’ iets meer. ‘Cosmic Egg’ vliegt weliswaar à la ‘Wolfmother’ uit de startblokken met „California Queen” (lijkt die riff overigens niet heel veel op die van Budgie’s „Breadfan”?) en „New Moon Rising”,maar vanaf „White Feather” wordt er langzaam wat gas teruggenomen. Met name invloeden van The Beatles laten zich dan gelden („In The Morning”, „Far Away” en „Pilgrim”) en ook Led Zeppelin („In The Castle”) en zelfs Oasis („Violence Of The Sun”) hebben hoorbaar hun sporen achtergelaten. Het titelnummer daarentegen had zo op een Queens Of The Stone Age-plaat kunnen staan. Alles bij elkaar is ‘Cosmic Egg’ dan ook een superaanstekelijke ratjetoe van verschillende stijlen en songs, die toch allemaal in één ooropslag te herkennen zijn als Wolfmother. Dat heeft die Stockdale toch maar mooi geflikt.