10 maal Eremetaal juli 2021


10 maal Eremetaal in juli 2021

CROWNE

Kings In The North

(Frontiers Music)
Maarten van Mameren
80

Serafino Perugino, de labelbaas van Frontiers, heeft het weer voor elkaar: een nieuwe, door hem zorgvuldig samengestelde ‘supergroep’. Mocht de Italiaan ooit een carrièreswitch overwegen, dan kan hij zo aan de slag in de uitzendbranche. De bezetting van Crowne is als volgt: Alexander Strandell (zang, Art Nation), gitarist/keyboarder/producer Jona Tee (H.E.A.T), John Levén (bas, Europe) en drummer Christian Lundqvist (The Poodles). Gitarist Love Magnusson is weliswaar geen vast bandlid, maar hij geeft wel nadrukkelijk zijn visitekaartje af met een aantal vlammende solo’s. De band balanceert op het snijvlak van melodieuze rock en metal en levert elf hapklare brokken af, compleet met supercatchy refreinen die je bij de eerste luisterbeurt gelijk kunt meeblèren. Qua sound is ‘Kings In The North’ te omschrijven als een pollepel One Desire, een eetlepel Eclipse en een theelepel elk van H.E.A.T en Art Nation. Crowne klinkt derhalve verre van origineel, maar wat de band doet, doet het zeer goed.


FEAR FACTORY

Aggression Continuum

(Nuclear Blast)
Patrick Lamberts
85

Ik heb iets met Fear Factory. Sinds ik in 1995 de ‘Mortal Kombat’-film zag en achteraf de soundtrack ervan hoorde – met naast Fear Factory onder andere Type O Negative en Napalm Death – ging er een muzikale wereld voor me open. Twee jaar later, toen ik de videogame ‘Carmaggedon’ op de PC speelde, was „Zero Signal” van klassieker ‘Demanu­facture’ het openingsnummer van dat spel en besloot ik om me meer in de band te verdiepen. Sindsdien heb ik een zwak voor de mechanisch strakke, industriële metalsound van Fear Factory. En ja, ook ik heb alle bandwisselingen en het bijkomende gezeik door de jaren heen met lede ogen aangezien. Gitarist Dino Cazares en vocalist Burton C. Bell hebben ondanks alles altijd een gouden duo gevormd (al vind ik ‘Archetype’ – de plaat zonder Cazares – ook sterk). Helaas heeft Bell Fear Factory onlangs definitief vaarwel gezegd. Heel spijtig, vooral omdat na het zeer geslaagde ‘Genexus’(2015) ook ‘Aggression Continuum’ tot het beste werk van de band mag worden gerekend. En we mogen van geluk spreken dat Bells vocalen op ‘Aggression Continuum’ bewaard zijn gebleven, want dit is toch zoals we Fear Facto­ry het liefst horen. Zowel qua productie, als qua songs en uitvoering had ik ‘Aggression Continuum’ al na de eerste paar luisterbeurten heel hoog zitten. ‘Pissed off’, zo omschreef Cazares de plaat in zijn openhartige interview in de vorige editie van Aardschok. Burton klinkt inderdaad over de zeik – let vooral op hoe venijnig hij ‘corporate fucks’ uitspreekt in het nummer „Disruptor” (vooral bij het F-woord zie je z’n rood aangelopen hoofd voor je en als het ware de spuugklodders uit z’n mond vliegen). Aan het basisgeluid van Fear Factory is door de jaren minimaal gesleuteld. Inmiddels hoef je op dat front helemaal geen vernieuwing meer te verwachten. Gelukkig maar. Net als bij bands als Motörhead, AC/DC of Iron Maiden wil je ook niet te veel experimenten horen. Als dit inderdaad Bells zwanenzang is, dan is ‘Aggression Continuum’ een plaat om extra te koesteren. Het geeft de release ook iets bitterzoets mee, maar de nasmaak die blijft hangen is toch wel die van zoet. Die van ‘zoete wraak’ welteverstaan. Van die geoorloofde zoete wraak die ook de hoofdrol speelt in films als ‘Taken’ en ‘John Wick’. Zo smakelijk is ‘Aggression Continuum’ voor de op de proef gestelde fans gelukkig wel geworden. Wie had dat nog verwacht?


HELLOWEEN

Helloween

(Nuclear Blast)
Metal Mike
80

Na de zeer succesvolle Pumpkins United-tour lag het natuurlijk voor de hand dat de combinatie van oude en huidige Helloween-leden ook een album zou maken. Ik ben nooit zo’n grote fan van de blije tot ‘happy metal’ gedoopte hardrock van de Germanen geweest, maar als je je bedenkt dat busladingen bands door Helloween beïnvloed zijn, dan hebben de heren met ‘Walls Of Jericho’ (1983) en de ‘Keeper Of The Seven Keys’-albums (‘87 en ‘88) toch baanbrekende albums afgeleverd. Met het 13 minuten durende „Skyfall” kregen we al een uitgebreid voorproefje van hetgeen ons te wachten stond. Het nummer is op ‘Helloween’ de afsluiter en het beste nummer. Het nieuwe, titelloze werkstuk start met een „South Of Heaven”-achtig intro om furieus te vervolgen met „Out For The Glory”. Het is bewonderenswaardig dat de jonge honden van weleer zo’n 35 jaar later nog net zo’n bevlogen album kunnen maken. De ‘ouderwetse’ energie spat van nummers als „Rise Without Chains”, „Cyanide”, „Down In The Dumps” en „Robot King” af, en da’s een puike prestatie.


LIGHT THE TORCH

You Will Be The Death Of Me

(Nuclear Blast)
Robert Haagsma
80

Het is opvallend hoe makkelijk popsongs zich soms in een metaljasje van denim en leer laten hijsen. Vraag het maar aan de heren van Disturbed. Dit nieuwe album van Light The Torch bevat daar ook weer een voorbeeld van. ‘You Will Be The Death Of Me’ wordt afgesloten met een prima versie van „Sign Your Name”, waarmee Terence Trent D’Arby eind 1987 een wereldhit scoorde. Light The Torch is de band rond zanger Howard Jones, die voorheen actief was in onder andere Killswitch Engage. Hij zette zijn loopbaan aanvankelijk voort in een band die Devil You Know heette, maar na het vertrek van drummer John Sankey werd de reis voortgezet onder de banier van Light The Torch. Het verleden in de metalcore van Howard Jones is nog altijd niet weggesleten. De muziek is explosief en ook vocaal haalt hij nog een paar keer fel uit. Toch wordt de toon op ‘You Will the Death Of Me’ vooral gezet door behoorlijk modern klinkende metalsongs die gepassioneerd, maar ook traditioneel gezongen worden door diezelfde Howard Jones. Goed voorbeeld daarvan is het zwaar aangezette „Let Me Fall Apart”, wat ook representatief is voor de desperate toon van veel nummers. Songs als „End Of the World”, „Death Of Me” en „Become The Martyr” volgen hetzelfde stramien. Telkens valt daarbij op dat Jones als zanger een enorme ontwikkeling heeft doorgemaakt. Minder geschreeuw, meer emotie en melodie. Samen met de opnieuw ijzersterke songs levert dat alleen maar winst op.


LOCH VOSTOK

Opus Ferox – The Great Escape

(Black Lodge Records)
Diederick RR9660
82

Loch Vostok is na twee decennia eindelijk tot het verstandige besluit gekomen om een nieuwe zanger aan te trekken. Bandleider Teddy Möller laat op het nieuwe album de cleane zang over aan nieuwkomer Jonas Radehorn en daarmee zet Loch Vostok een flinke stap voorwaarts. Helaas kon Möller het niet laten om zelf te blijven grunten en daarmee is de zwakke plek van de band meteen benoemd. Gelukkig staan de grunts niet centraal op ‘Opus Ferox’ en komen de Zweden met deze nieuwe aanpak veel beter tot hun recht dan voorheen. ‘Opus Ferox’ is een afwisselend album waarop heavy metal samensmelt met prog en death tot een smaakvol geheel. Op het eerste gehoor niet heel bijzonder, maar ga er een paar keer voor zitten en er ontvouwen zich mooie zang- en gitaarmelodieën die de songs individueel herkenbaar maken en uitnodigen tot een nieuwe luisterbeurt. Kan je bands als Manticora, Evergrey en Iced Earth waarderen, dan moet je ‘Opus Ferox’ zeker een kans geven. Deze groeiplaat is het beste dat er tot nu toe uit de koker van Möller gerold is en respect voor de man dat hij zichzelf een kleinere rol heeft toebedeeld om de band vooruit te helpen.


NEONFLY

The Future, Tonight

(Noble Demon)
Diederick RR9660
83

De openingssong van ‘The Future, Tonight’ is één van de beste melodieuze rock/metalsongs die ik de laatste jaren heb gehoord. Vooral het refrein van „This World Is Burning” bevat een melodie waar je als songwriter een moord voor zou doen. Het nummer is vorig jaar al eens als single uitgebracht, maar dat is langs me heen gegaan. Net als de eerdere twee albums van deze Britse band. Niet erg, want des te groter is de verrassing die de naam Neonfly draagt. De band schrijft compacte songs waarin AOR-melodieën gecombineerd worden met krachtige hardrock. Dat Neonfly een flink stuk steviger klinkt dan de meeste bands in deze genres, geeft ze een grote meerwaarde. Gitarist Frederick Thunder rifft er lekker op los, gesteund door de lage tonen van bassist Paul Miller en de opzwepende klappen van drummer Declan Brown. Maar de ster van het kwartet is zanger Willy Norton, die met zijn heldere stem zowel ruig als bijna vrouwelijk kan klinken. Om zijn unieke klankkleur te behouden, laat hij de sporadische screams wijselijk aan twee gasten over: Björn ‘Speed’ Strid van Soilwork en Kaan Tasan van Heart Of A Coward. Hoewel het album met de uitverkoopsong „Beating Hearts” ook een misser(tje) bevat, is het voor de rest genieten geblazen. En gezien de energie die van ‘The Future, Tonight’ af spat, kan het bijna niet anders dan dat deze band door flink wat festivals uitgenodigd gaat worden. Wat mij betreft is Neonfly dan verplicht om naast het al bejubelde „This World Is Burning” ook het titelnummer van dit nieuwe album te spelen, want dat is al net zo’n kanonsong. Laat ze maar komen spelen die Britten.


PESTILENCE

Exitivm

(Agonia Records)
Wouter Dielesen
85

Van de lineup die in 2018 ‘Hadeon’ uitbracht, was een jaar later enkel nog kernlid Patrick Mameli over. Voor de totstandkoming van negende studioplaat ‘Exitivm’ rekruteerde hij drie Nederlandse metalveteranen: gitarist Rutger van Noordenburg (Bleeding Gods), bassist Joost van der Graaf (I Chaos, Creepmime, Dew-Scented) en drummer Michiel van der Plicht (Carach Angren, God Dethroned, Prostitute Disfigurement). Met die bezetting nam Pestilence tien nieuwe songs op. Die sluiten qua progressieve death metalstijl, riffs en songstructuren aan op ‘Hadeon’, maar doen vooral ook denken aan ‘Testimony Of The Ancients’ (1991) en ‘Spheres’ (1993). De vergelijking met laatstgenoemde plaat zit ‘m behalve in de hoekige jazz- en fusionleads ook in de soundscapes. Die leiden de plaat in en uit, kleden songs als „Deificvs”, „Sempiternvs”, „Mortifervm” en „Inficiat” verder aan en zorgen voor extra (horror)dynamiek. ‘Exitivm’ biedt veertig minuten aan imposant gitaar-, bas- en drumspel, zit vol lagen en variatie en heeft een breder vocaal bereik dan het vorige materiaal. Toch klinkt het album onmiskenbaar als Pestilence, met single „Morbvs Propagationem” voorop. Een prestatie van formaat, zeker na vijfendertig dienstjaren, tal van bezettingswisselingen en flink wat controverse.


POWERWOLF

Call Of The Wild

(Napalm Records)
Renée van der Ster
80

Met hun eigenzinnige voorkomen, markante onderwerpen en buitengewoon catchy nummers werkten de wolven uit het Duitse Saarbrücken zich in no time naar de top der hedendaagse power metal. Het is wel een gevalletje ‘graag of niet’, want je houdt van ze óf je ervaart diepgewortelde haat. En daar zit niets tussenin. Dit zien we ook terug ook in het werkethos van de heren, want het is altijd alles of niets. Tussen de vele tours door werden albums in rap tempo gefabriceerd. Op afraffelen hebben we de band gek genoeg nog nooit kunnen betrappen. ‘Call Of The Wild’ is alweer het tiende studioalbum en ligt in het verlengde van de afgelopen vijf werken. Voor sommige bands geldt nou eenmaal dat dit absoluut geen bezwaar is, Amon Amarth bijvoorbeeld. Ook Powerwolf komt er mee weg. Geheel volgens vertrouwde formule leveren ze ‘gewoon’ weer een sterk album af. Powerwolf zou Powerwolf niet zijn als het eerste nummer niet gelijk aangrijpt. Deze keer heet het „Faster Than The Flame” en is enkel het lange intro wellicht iets om over te zeuren. Ook is er weer een wat zwaarmoediger nummer aanwezig („Varcolac”) en ontbreekt het Duitsertje ook deze keer niet („Glaubenskraft”). „Beast Of Gévaudan”, „Undress To Confess” en „Reverent Of Rats” kunnen linea recta door naar de setlist en dan missen we nog één zaak. Juist: de ballad. Wees gerust, ook die is aanwezig. In tegenstelling tot vele collega’s in het genre, kan Attila Dorn écht zingen. „Alive Or Undead” is daarvan het bewijs, een parel van een ballad. Klein verrassinkje horen we in de vorm van „Blood For Blood”, waar de band zich even onderdompelt in Keltische sferen. Niets nieuws aan de horizon dus, maar ze flikken het gewoon wéér: stijlvast en nog altijd op niveau.


SPACE CHASER

Give Us Life

(Metal Blade Records)
André Verhuysen
80

Space Chaser kwam voor het eerst op onze radar in 2018 met een split-EP samen met ‘onze’ Distillator. Een logische combinatie, want de twee bands bewegen (beter gezegd: bewógen, want Distillator is niet meer, RIP) zich muzikaal inderdaad in hetzelfde vaarwater. Dan weet je dus meteen dat Space Chaser een energieke hybride van speed en thrash metal maakt die met tien Duitse benen stevig in de jaren tachtig staat. Het lijkt vooral heel erg op Overkill wat Space Chaser doet. Zanger Siegfried Rudzynski zou Bobby Blitz zelfs zo kunnen vervangen, mocht het ooit nodig zijn, maar bij vlagen heeft hij ook wel wat weg van Bruce Dick­in­son. Raar maar waar. Ook muzikaal heeft Space Chaser meer dan een beetje weg van de rauwdouwers uit New Jersey. Wat heet, het zouden tweelingbroers kunnen zijn. Dames en heren, mag ik u voorstellen aan de Duitse Over­kill: Space Chaser!


STYX

Crash Of The Crown

(Alpha Dog 2T/UMe)
Diederick RR9660
82

In de vorige Aardschok sprak collega Verhuysen in de albumrecensie van oud-Styx-zanger Dennis DeYoung de hoop uit dat zijn voormalig bandmaten geïnspireerd zouden zijn om er nog een schepje bovenop te doen met hun eigen nieuwe album. Dat was gelukkig geen ijdele hoop. Want na het sterke ‘The Mission’ uit 2017, komt Styx met dit nieuwe ‘Crash Of The Crown’ opnieuw opvallend vitaal voor de dag. Het slaagt er zelfs in het hoge niveau van de voorganger vast te houden. Daarbij wijken de vijf mannen weinig af van het vertrouwde bandgeluid, dat nog het best te omschrijven is als een combinatie van Amerikaanse radiorock en licht progressieve rock. Dat laatste is best wel opvallend, want geen enkele song (van de vijftien) komt boven de vierminutengrens uit. Maar de verhalende teksten, de instrumentatie, de onderlinge variatie tussen de nummers en vooral de hemelse koortjes geven ‘COTC’ een prettig caleidoscopisch karakter. Hoewel de muziek van DeYoung steviger aandoet dan die van zijn oude makkers, voelt het album van Styx samenhangender en evenwichtiger in kwaliteit. Er staat geen slecht nummer tussen en hoogtepunten zijn er genoeg, zoals het opgewekte „A Monster”, de dromerige ballad „Hold Back The Darkness” en het melancholieke „Long Live The King”. Erg fraai. Styx heeft al drie levens gehad, maar net als bij de laatste platen van Kansas geldt hier dat zelfs beginnende bands nog inspiratie kunnen opsnuiven bij het luisteren naar album nummer zeventien van deze doorzetters.