10 maal Eremetaal mei 2025


10 maal Eremetaal in mei 2025

ANTROPOMORPHIA

Devoid Of Light

(Testimony Records)
Wouter Dielesen
85

Na een decennium van inactiviteit pakte Antropo­morphia in 2009 de draad weer op. Vanaf 2012 bracht de Tilburg­se death metalband in acht jaar tijd vier overtuigende albums uit. Na het verschijnen van ‘Merciless Savagery’ in 2019 stokte de releasereeks. De groep werkte tweeënhalf jaar aan nieuw materiaal en trok daarna nog langer uit voor de opnamen. Zo kan het dat de zesde studioplaat ‘Devoid Of Light’ nu pas verschijnt. Als de nummers iets bewijzen, is het dat gitarist/vocalist Ferry Damen, gitarist Jos van den Brand, bassist Jeroen Pleunis en drummer Marco Stubbe hun tijd nuttig besteed hebben. Met openingsnummer „The Withering Stench Of Hope” en singles „Cancerous Bane” en „Unending Hunt” voorop toont Antropomorphia zijn macht en eigenheid. De duistere death metal rolt, ronkt, groovet en buldert vervaarlijk, is verrijkt met black metalriffs en imposante growls, en bevat aanzienlijk meer melodie dan eerder werk. In elk van de negen tracks op ‘Devoid Of Light’ klinkt een grote mate van zelfverzekerdheid door. Die is volledig op zijn plaats. Soms heeft goed werk echt even tijd nodig.


BEHEMOTH

The Shit Ov God

(Nuclear Blast Records)
Stephan Gebédi
82

Ik heb het even geteld. Na het uitbrengen van het meesterwerk ‘The Satanist’ in 2014 heeft Behemoth hun fans en de metalscene met meer dan twintig releases bestookt! Daaronder twee studioalbums en talloze liveregistraties en compilaties. Overdaad schaadt. De twee vorige studioalbums van de band bliezen me dan ook niet echt omver, maar met ‘The Shit Ov God’ lijken de vier Polen eindelijk weer eens de spijker aan het kruis te slaan. Allereerst is daar de heldere, open productie van Jens Bogren, die ervoor zorgt dat de vaak zeer snelle en drukke, bombastische nummers uitstekend tot hun recht komen en dat alle instrumenten goed te horen zijn. Iets minder compressie had van de gemiddelde audiofiel wel gemogen, maar wie hoort dat nu nog via zijn earbuds of bluetooth-speaker? Nog belangrijker zijn de sterke nummers waarmee Nergal & co deze keer op de proppen zijn gekomen. Hoewel het tempo over het algemeen erg hoog ligt, zit er voldoende afwisseling en dynamiek in, zodat het album niet als een hogesnelheidstrein voorbijraast. Behemoth brengt met ‘The Shit Ov God’ z’n beste en hardste album sinds het eerdergenoemde en moeilijk te overtreffen ‘The Satanist’ uit. Verplichte kost voor de liefhebbers van deze band en black/death metalfans in het algemeen.


CIRKUS PRÜTZ

Manifesto

(Metalville Records)
Patrick de Sloover
77

Cirkus Prütz is een Zweedse band die Ameri­kaanse bluesrock speelt. Moeras-blues en southern rock die je zo naar het diepe zuiden van de VS katapulteren. De band is genoemd naar oprichter en bassist Jerry Prütz (ex-W.E.T.) die samen met drie andere gerenommeerde muzikanten een beloftevolle band vormt. Zo horen we Christian Carlsson, die gekend is als gitarist bij The Quill, maar nu ook de zangpartijen voor zijn rekening neemt. Verder treffen we drummer Per Kohlus (ook ex-W.E.T.) en gitarist Franco Santunione (Black Paisley, Locomotive) aan. Carlsson heeft een aangename stem, die de essentiële emotie in de songs kan leggen. Tekstueel is het allemaal behoorlijk eenvoudig, waarbij de inspiratie komt uit casino’s in Las Vegas, de Netflix-serie ‘Baby Reindeer’ en films als ‘The Big Le­bow­ski’. De belangrijkste factor op ‘Manifesto’ is echter producer Peter Tägtgren (Pain, Hypocri­sy), die onmiskenbaar bepalend was voor het fantastisch klinkende eindresultaat. Hierdoor is ‘Manifesto’ een bluesrockalbum met verschillende invalshoeken en constante vernieuwingsdrang. Laat je onderdompelen in fragiele en uitdagende gitaarsolo’s, waarbij de term ‘song’ steeds de hoofdmoot is, omringd door een subtiele aankleding voor de juiste sfeer.


GHOST

Skeletá

(Loma Vista)
Stephan Gebédi
80

Gebédi die het nieuwe Ghost-album bespreekt; het moet niet gekker worden hoor ik jullie denken. Ofschoon ik zeker geen fanboy ben, kan ik de muziek en het concept van Ghost wel degelijk waarderen. Dat geldt echter niet voor alles. De albums vind ik over het algemeen als geheel goed te pruimen, maar nummers als „Square Hammer” of „Dance Macabre” gaan me toch nét iets te ver qua zoetsappigheid. Maar laten we het hebben over album nummer zes van mastermind Tobias Forge. Na beluistering van ‘Skeletá’ valt het kwartje bij mij deze keer niet direct. Iets wat bij eerdere albums als ‘Meliora’ en voorganger ‘Impera’ wel het geval was. Het Eurovisie Songfes­tival-gehalte is deze keer namelijk wel érg hoog. De refreintjes zijn vaak op het kitscherige af, maar blijven daardoor wel gelijk hangen en dit is inmiddels natuurlijk een handelsmerk van de ‘band’ geworden. Dat Forge er geen probleem mee heeft om af en toe leentjebuur te spelen, wisten we al. Deze keer horen we in de sterke opener „Peacefield” duidelijk Journey’s „Separate Ways” terug en klinkt „Missilia Amori” als lekkere jaren-tachtig-stadionrock à la Def Leppard. Ook „Marks Of The Evil One” en „Umbra” klinken overtuigend. Zeker met de grootse productie die we op ‘Skeletá’ krijgen voorgeschoteld. De zeer sterke gitaarsolo’s van Opeth-gitarist Fredrik Åkesson mogen ook zeker niet onvermeld blijven en als we in „Lachryma” dan ook nog eens een mooi eerbetoon aan Mercyful Fate voorbij horen komen, kunnen we na meerdere luisterbeurten constateren dat ‘Skeletá’ tóch weer een geslaagd album is.


GIANT

Stand And Deliver

(Frontiers Records)
Ivar de Koning
87

Ik moest even serieus zoeken, maar toen was het bingo. Ergens weg­gestopt op een plank tussen allemaal stoffige CD’s trof ik ‘Time To Burn’ aan, het tweede album van Giant. Deze release maakte destijds (1992!) indruk met een sterke mix van melodieuze hardrock en AOR. Het was voor mij overigens een korte bevlieging, want al snel verloor ik de Amerikaanse band uit het oog. Ik gaf de voorkeur aan thrash, death en black metal. Nu, ruim dertig jaar later, kan ik die rustigere bands weer waarderen. Ouderdom? Hoe dan ook, ik ben blij met deze hernieuwde kennismaking met Giant. ‘Stand And Deliver’ is enerzijds pure nostalgie, maar klinkt anderzijds opvallend fris – mede door de goede productie. En wellicht ook doordat de band klaarblijkelijk door de jaren heen af en toe een nieuw album heeft uitgebracht. We hebben het hier dus niet over een comeback, maar gewoon een volgende stap in de carrière. De oude rockers trappen sterk af met achtereenvolgens „It’s Not Right”, „A Night To Remem­ber” en „Hold The Night”. Dann Huff, die in 1992 nog de zang voor zijn rekening nam, liet de microfoon later over aan Terry Brock, die inmiddels is vervangen door de uitstekende zingende Kent Hilli (Perfect Plan). Wie even gas terug wil nemen, heeft aan ‘Stand And Deliver’ een topplaat.


HAREM SCAREM

Chasing Euphoria

(Frontiers Music)
Diederick RR9660
78

‘Chasing Euphoria’ is het meest consistente album van Harem Scarem in lange tijd. Tussen de tien melodieuze hardrocksongs zit geen enkele slechte broeder en met het opbeurende titelnummer en het door de oorspronkelijke drummer Darren Smith gezongen „Gotta Keep Your Head Up” zijn er zelfs twee positieve uitschieters te noteren. En hoewel Creighton Doane al een tijdje de vaste drummer van de Canadese formatie is, is het best verrassend dat Smith vocale bijdragen blijft leveren voor de band. Het ontbreken van overige verrassingen zorgt helaas voor een beetje aftrek in de eindscore. Zouden we Harem Scarem niet al veel langer volgen, was een score van tachtig punten ook op zijn plaats geweest. Zanger Harry Hess klinkt opvallend fris (wat een fijne stem heeft hij toch) en hoewel gitarist Pete Lesperance aan snelheid heeft ingeboet, zijn de solo’s smaakvol als altijd. Gezien de hoge kwaliteit van de laatste twee albums, hoop ik dat de band niet weer vijf jaar wacht met een opvolger.


HATE

Bellum Regiis

(Metal Blade Records)
Wouter Dielesen
88

In twee achtereenvolgende weken laten twee zwaargewichten van de Poolse black/death metalscene van zich horen. Op 9 mei brengt Behemoth zijn dertiende studioplaat ‘The Shit Ov God’ uit. Een week eerder is de beurt aan Hate, met zijn eveneens dertiende album ‘Bellum Regiis’. Of de eerstgenoemde plaat de andere vanwege een populariteitsverschil in de weg zit, zal de tijd uitwijzen. Het kan haast geen toeval zijn dat Hate zijn nieuwe werk thematisch heeft vormgegeven rond de strijd om de macht en alles wat daarbij komt kijken. Ook stelde de groep uit Warschau alles in het werk om een kwalitatief hoogwaardige release te maken. Het viertal werd voor de productie bijgestaan door David Castillo (Bloodbath, Katatonia, Leprous) en Tony Lindgren (Enslaved, The Halo Effect, Swallow The Sun). Michał Staczkun (Patriarkh) tekende voor de samples en toetsen en Eliza Sacharczuk verzorgde de gastvocalen. De plaat is er een van enorme proporties, met het donderende drumwerk van Nar-Sil en de bulderende growls van ATF Sinner vooraan in de mix. Ook zijn de riffs groots, ligt het gemiddelde speeltempo hoog en verrijken black metalelementen, orkestratie, samples en akoestische gitaren het geheel. De plaat maakt indruk, van de inleidende titelsong en single „Iphigenia” tot het snijdende „The Vanguard”, „Alfa Inferi Goddess Of War” en slotstuk „Ageless Harp Of Devilry”. Met ‘Bellum Regiis’ toont Hate zijn kracht en consistentie, en bestendigt het zijn plek in de top (twee) van de Poolse black/death metalscene.


KARDASHEV

Alunea

(Metal Blade Records)
Martijn Busink
83

In de eeuwig verder vertakkende boom van metalgenres was Kardashev de band die ‘deathgaze’ toevoegde. Thematisch gaat de Ameri­kaan­se band terug naar het debuut ‘The Almanac’ uit 2017. Daar nog voor zelfs, toen zanger Mark Gar­rett op een callcenter de tijd doodde met een zelfverzonnen taal, Alunea gedoopt. Samen met beeldend kunstenaar Karl E. die al eerder hoezen maakte is het nu een heel concept met personages, een verhaal en een setting. ‘Alunea’ gaat verder waar „Beyond The Sun And Moon” van ‘The Almanac’ ophield. Inmiddels is de band natuurlijk flink gegroeid met hun mix van razende death metal en breekbare momenten, die door de hoge maar uitstekende vocalen soms aan Leprous doet denken. Ondanks de talrijke harmonieuze rustpuntjes is ‘Alunea’ bepaald geen plaatje voor op de achtergrond. Er gebeurt veel, heel veel. Met al deze proggy kronkels – de stemmingswisselingen en beatswitches – is de dosering van drie kwartier wat dat betreft prettig. Groeiplaatje, zoals dat heet.


MACHINE HEAD

UNATØNED

(Nuclear Blast Records)
André Verhuysen
70

Normaliter kun je je hand ervoor in het vuur steken: verschijnt er een nieuw Machine Head-album, dan zit Aard­schok met Robb Flynn om de tafel om erover te praten. Dit keer echter niet. Wat is het geval? Mijnheer Flynn doet alleen nog interviews met magazines die hem op de voorkant zetten. Een coverstory of helemaal geen story. Aan ons de keus. Heus. En de andere bandleden (lees: uitzendkrachten) mogen sowieso geen interviews doen. Vandaar dus geen verhaal over Ma­chine Head in deze Schok, sorry. Is dat erg? Och, ja en nee. Flynn is een prettige prater, hoewel hij zelden het achterste van zijn tong laat zien. En we kennen elkaar inmiddels een beetje, dus ik had ‘m best wel weer willen spreken. Van de andere kant, nu hoef ik ‘m ook niet te vertellen wat ik van zijn nieuwe plaat vind. Fijn, want ik ben niet onder de indruk. In feite biedt ‘UNATØNED’ (ja, met hoofdletters, zo wil Flynn het graag zien) toch alleen maar meer van hetzelfde. De riffs, de solo’s, de zanglijnen, de breaks, de door Flynn gepatenteerde gitaarpiepjes, we hebben het allemaal al eerder en beter gehoord op voorgaande albums. Alles, behalve de weinig spektaculaire pi­anoballad waarmee het album als een nachtkaars uitgaat. De tien nummers daarvoor (het intermezzo „DUSTMAKER” niet meegerekend) trekken in sneltreinvaart voorbij. De coupletten worden door Flynn vol venijn in de microfoon gespuugd, gegromd en gegrunt. Het speeksel vliegt nog net niet door de speakers. De refreinen zingt hij dan weer clean, op mierzoete toon, soms op het zeikerige af. De songs worden allemaal op hetzelfde, ultrasnelle tempo gespeeld en het geluid ervan is dichtgeplamuurd met ontelbare lagen aan gitaren en keyboards. Van enige vorm van dynamiek is geen sprake. Het is een achtbaan die alleen maar naar beneden raast en nooit eens rustig weer omhoog gaat om even op adem te kunnen komen. ‘UNATØNED’ is daardoor een erg vermoeiende luisterervaring. Nu ik er zo over nadenk had ik het Flynn toch best willen vragen: vanwaar die haast? Waar­om zo boos? Waarom al die hoofdletters? En die streepjes door alle O’s? Word je daar een gelukkiger mens van? Misschien komt het er ooit nog van, dan laat ik het jullie weten.


NIGHTFALL

Children Of Eve

(Season Of Mist)
Stephan Gebédi
78

Tussen voorganger ‘At Night We Prey’ uit 2021 en het album daarvoor ‘Cassiopeia’ zaten maar liefst acht jaar. Op het nieuwe ‘Children Of Eve’ hebben we dus slechts vier jaar moeten wachten en dat terwijl zanger Efthimis Karadimas de afgelopen jaren wederom met depressies kampte. Om dat te uiten bedekt hij tegenwoordig de helft van zijn gezicht. Tja, Grieken en dramatiek… Laten we niet vergeten dat ze zo’n dikke 2500 jaar geleden de tragedie hebben uitgevonden. Gelukkig is het nieuwe album allesbehalve dramatisch. Soms klinkt de melodieuze mix van black/death en gothic metal zelfs wat opgewekt, zoals in „The Cannibal” en het begin van „Lurking”. Nightfall weet inmiddels wel hoe het een pakkend nummer moet schrijven en deze plaat staat dan ook vol met herkenbare riffs en melodieën. Het album biedt ook voldoende afwisseling en is goed geproduceerd, hoewel de drums van mij iets organischer hadden mogen klinken. Het opvallendste nummer is „Seeking Re­venge”, dat begint met wat elektronische percussie, gevolgd door hoog gillende vrouwenzang, waarna een nummer volgt dat ietwat doet denken aan het latere Samael. Het vrij harde en snelle „The Traders Of Anathema” mag er ook zijn. Samen met Rotting Christ en Septicflesh behoort Nightfall tot de top van de Griekse metalscene en ‘Children Of Eve’ bevestigt die status