10 maal Eremetaal juli 2025


10 maal Eremetaal in juli 2025

JOE BONAMASSA

Breakthrough

(Provogue Records)
Stan Novak
80

Verwacht ditmaal geen tegen de hardrock schurend album als ‘Black Rock’ of ‘Dust Bowl’. Op ‘Breakthrough’ verkent één van ’s werelds grootste bluesgitaristen de vele facetten van de rijke Amerikaanse muziekstroming. Voor niet-puristen is het wellicht smullen geblazen van soulvolle klanken die we kennen van artiesten als Bonnie Raitt, Little Feat en John Hiatt, liefhebbers van Bonamassa’s scheurwerk daarentegen zullen ditmaal te weinig van hun gading vinden. Slechts vier van de tien songs zouden qua stijl namelijk gepast hebben op voorganger ‘Time Clocks’. Mij mag je echter wakker maken voor zulk een smaakvolle excercitie. Als je ervoor in de wieg bent gelegd biedt ‘Break­through’ drie kwartier luisterplezier. Over het hoe en waarom ervan kun je elders in deze Aardschok alles lezen.


CEREMONY

Solitary Bleed

(No Dust Records)
Gerrit Mesker
78

De herstart van deze Zuid-Hollandse band in 2015 blijkt een gouden greep. Met het vorige album ‘Retribution’ lieten de mannen al horen dat ze vol nieuwe energie een verpletterende plaat konden afleveren. Op ‘Solitary Bleed’ gaan ze zelfs nog een stap verder. Dit keer is er duidelijk meer aandacht besteed aan theatrale elementen; samples, keyboards en koorpartijen geven het geheel een bombastisch karakter dat uitstekend uitpakt. Vooral de orkestrale toevoegingen van Frank Schiphorst (Mayan) tillen de brute composities naar een hoger plan. Het meeslepende „Bull Of Phalaris” is daar een sterk voorbeeld van. Vergeleken met de voorganger klinkt Ceremony nu zwaarder dan ooit. De mix is rauw en massief, en de zang van Mark Ketelaar klinkt een tikje lager dan we gewend zijn. Linda van Vugt (Sisters Of Suffocation, Everything Decays) speelt een opvallend puike gastrol in het titelnummer. Alles bij elkaar is dit een flinke stap vooruit. Nu is het hopen dat Ceremony al die elektronische grandeur ook live overtuigend kan neerzetten.


HELMS DEEP

Chasing The Dragon

(Nameless Grave Records)
Horst Vonberg
85

Om met de clou te beginnen: ‘Chasing The Dragon’ is een hele vette schijf! Mits je van de meer traditionele Ameri­kaanse heavy metal houdt zoals die in de jaren tachtig werd gemaakt. Helms Deep is namelijk het geesteskind van zanger/gitarist Alex Sciortino, opgericht in 2017 met het doel een sound te creëren die gebaseerd zou zijn op het old-schoolgeluid van bands als Iron Maiden, Riot en Judas Priest, aangevuld met elementen uit progmetal en fusion. Hij kreeg daarbij hulp van onder anderen John Gallagher (bas, Raven) en Mike Heller (drums, Raven), die beiden op het debuut ‘Treacherous Ways’ (2023) te horen zijn. Dit was zeker geen vervelende plaat, maar de ideeën van Sciortino kwamen hierop nog niet helemaal lekker uit de verf: te veel standaard metal en te weinig andere invloeden. Op ‘Chasing The Dragon’ is de balans wat dat betreft beter. Alex is er namelijk niet alleen in geslaagd meer onderhoudende songs te schrijven die geen moment vervelen, ook komen de invloeden van buiten de eightiesmetal duidelijker naar voren. Dat heeft ten dele te maken met zijn vocalen. Deze gebruikt hij op een zeer gevarieerde manier, waarbij er raakvlakken zijn met Tim Baker (Cirith Ungol), Warrel Dane (in zijn Sanctuary-tijd) en Eric Wagner (Trouble). Dat geeft de nummers op ‘Chasing The Dragon’ wat elementen van genoemde bands mee. Over het algemeen zou je kunnen stellen dat de muziek rust op een fundament van de typisch Amerikaanse uptempo power metal uit de jaren tachtig (strakke riffs en veel ruimte voor lekkere gitaarsolo’s), aangevuld met wat doominvloeden, waarbij ook het gebruik van akoestische gitaren en traditionele Chinese en Hindoestaanse instrumenten niet geschuwd wordt. Een goed voorbeeld hiervan is de instrumentale afsluiter „Shiva’s Wrath”, waarin al deze elementen op een geweldige manier bij elkaar komen. Ook vermeldenswaardig is wat dat betreft „Craze Of The Vam­pi­re”, een stevige track die in de tweede helft echter wat gas terugneemt om ineens heel verrassend uit de hoek te komen met een Satriani-achtige solo. Mensen die kwalitatief hoogstaande metal een warm hart toedragen doen zichzelf tekort als ze ‘Chasing The Dragon’ niet de kans geven die het verdient. Ga er maar eens lekker voor zitten!


MALEVOLENCE

Where Only The Truth Is Spoken

(Nuclear Blast Records)
Gerrit Mesker
77

Sinds de oprichting van de band in 2010 slaagt Malevo­len­ce erin brute metalcore te verenigen met opvallende muzikale souplesse. Het resultaat is een massieve geluidsmuur waarin regelmatig progressieve gitaarpartijen opduiken. Het is een kenmerk dat de band binnen het genre direct herkenbaar maakt. Die progressieve invloeden blijven echter subtiel genoeg, zodat ook de doorgewinterde metalcoreliefhebber zonder vrees kan aanhaken. De zang van Alex Taylor biedt weinig variatie, maar in dit genre is dat nauwelijks een bezwaar. Het zijn vooral de verfijnde gitaarlijnen en de combinatie met loodzware riffs die dit album boven het maaiveld laten uitsteken. ‘Where Only The Truth Is Spoken’ biedt meer gelaagdheid en vakmanschap dan menig soortgelijk metalcorealbum. En dat is op zichzelf al een knappe prestatie.


PHILOSOPHOBIA

The Constant Void

(Sensory Records)
Diederick RR9660
77

Philosophobia is gegroeid sinds het titelloze debuutalbum uit 2022. Dat album was nog vrij kleur- en identiteitloos, maar zanger Domenik Papaemmanouil, gitarist Andreas Ballnus, drummer Alexander Landenburg, toetsenist Tobias Weißger en bassist Sebastian Heuckmann (vervanger voor bassist/zanger Kristoffer Gildenlöw) maken op ‘The Constant Void’ een veel sterkere indruk. Op alle vlakken is er vooruitgang te horen: de songs, de zang, de sound. De muziek ligt in het straatje van het Deense Anu­bis Gate, maar het niveau van die klasbakken wordt nog niet gehaald. Na een intro van een kleine minuut is „King Of Fools” de ideale binnenkomer en tevens het sterkste nummer dat de band tot nu toe opnam. Papaem­manouil gebruikt hier zijn stem op verschillende manieren en zet tevens de meest memorabele refrein(zang)lijn van het album neer. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de rest van het album aantoont dat hij, ondanks een sterke verbetering, nog geen wereldzanger is en dat daar nog winst te behalen is. Na de aangehaalde sterke opening volgen nog vijf degelijke songs, waarna de band afsluit met het indrukwekkende epos „The Forgotten, Part II” dat boven de twintig minuten klokt en onderstreept dat Philosophobia een enorme stap voorwaarts heeft gezet.


SODOM

The Arsonist

(Steamhammer)
Stephan Gebédi
85

Tom Angelripper en zijn maten zijn de laatste decennia steeds meer als Slayer gaan klinken en, om het wat dichter bij huis te houden, als Legion Of The Damned. Simpele maar effectieve thrash metal die lekker stuwend het hele album doordendert. Angelripper doet op „Trigger Discipline” zelfs verwoede pogingen om op Tom Araya te lijken. Desalniettemin is ‘The Arsonist’ gewoon een lekker thrash metalalbum. Het tempo ligt over het algemeen hoog, de productie is goed en de nummers zijn behoorlijk pakkend. Vermeldenswaardig is ook het eerbetoon aan voormalig drummer Christian ‘Witchhunter’ Dudek in de vorm van het nummer „Witchhunter”. De midtempo rampestampertjes als „Scavenger” klinken misschien wat overbodig maar zorgen wel voor de nodige afwisseling en dynamiek, waardoor de snelle nummers er dan net weer iets lekkerder in knallen. Hoogtepunt is het felle „Gun Without Groom”, één van de betere Sodom-nummers ooit, maar ook het Motörhead-achtige „A.W.T.F.” en het vrij afwisselende „Twilight Void” mogen er zijn. Het wederom Slayer-achtige „Return To God In Parts” sluit de plaat overtuigend af. Als je ‘The Arsonist’ snel koopt, krijg je naast het reguliere album met dertien nummers ook nog een bonus-live-EP met vijf nummers.


TRANSCENDENCE

Nothing Etched In Stone Pt. 1

(Cosmic Fire Records)
Horst Vonberg
73

Het blijft iets triests houden: de neiging van platenlabels om bands die na hun eerste release al in de vergetelheid belandden tientallen jaren later doodleuk een legendestatus toe te dichten. Neem dit Transcendence bijvoorbeeld. Eind jaren negentig opgericht in Dallas kwam het progmetalgezelschap nooit verder dan het debuut ‘The Meridian Project’ in 2001 en een eigenbeheer-EP twee jaar later. Het debuut was op zich best een aardige plaat, maar kende een matige productie en een veel te standaard progmetalgeluid. Wil je in deze tak van sport iets bereiken, dan zal je verder boven het maaiveld moeten uitsteken. Wat lokale voorprogramma’s voor echte kanonnen als Dream Theater en Geoff Tate kon de band nog wel bijschrijven als persoonlijke hoogtepunten, maar langzaam ging de kaars uit. Fast forward naar 2025 dan. De originele kern is weer bij elkaar gekomen om Transcendence nieuw leven in te blazen. Voor de zangpartijen had men Crimson Glory-frontman Travis Wills in gedachten. Die had geen tijd, maar adviseerde wel om Brian Dixon (Resonance Theory, X Opus) te vragen voor de klus. Het resultaat laat zich beluisteren in ‘Nothing Etched In Stone’, waarbij de belangrijkste vraag natuurlijk is of ze de opgeblazen verwachtingen kunnen waarmaken. Nou, dat gaat natuurlijk niet lukken. Weliswaar is het totaalgeluid sterk verbeterd in vergelijking met 25 jaar geleden (een lekker heldere productie) en zowel de vocalen als instrumentatie kunnen uitstekend genoemd worden. Het pijnpunt zit ‘m echter in het gebrek aan een eigen smoel. De manier van songwriting leunt veel te veel op die van grootheden als Dream Theater, Queensrÿche en Fates Warning. Mocht je hier geen problemen mee hebben dan is ‘Nothing Etched In Stone’ een leuke genreplaat die je zeker moet beluisteren. Ben je echter op zoek naar een eigen en/of grensverleggend geluid, dan hoef je hier verder geen aandacht aan te besteden.


TIFFANY KILLS

World On Fire

(Chris Tones Music)
Ron Willemsen
75

Tiffany Kills debuteert met ‘World On Fire’, een melodieuze, klassieke hardrockplaat met tien songs. Producer, labelbaas en gitarist van het gezelschap is de Duitse muzikant Christian Tolle (Christian Tolle Project) die hulp krijgt van gitarist Mathias ‘Don’ Dieth (ex-U.D.O.) en zanger John ‘Jaycee’ Cuijpers (Praying Mantis). De subtiele vrouwelijke vocalen komen van Mandy Sneijers. ‘World On Fire’ bevat krachtige nummers als „The Higher They Climb” en „Rock My World”, maar er is ook ruimte voor een rustpuntjes als de semi-ballad „Breathless”, met een sfeervolle gitaarsolo. Aan goede solo’s sowieso geen gebrek, zoals ook in „Star Rider”, „Pulling The Trigger” en „Too Young” (dat aan Rainbow doet denken. Cuijpers zingt gevarieerd en onderstreept andermaal een prima zanger te zijn die richting Dio neigt. Onderhoudende plaat.


TURNSTILE

Never Enough

(Roadrunner Records)
Matthijs Kropff
88

Vier jaar na ‘Glow On’ experimenteert Turnstile er op het nieuwe ‘Never Enough’ misschien wel nog meer op los dan de band dat destijds op het doorbraakalbum al deed. Verrassend is dat nauwelijks meer te noemen, Turnstile is het hardcoregenre inmiddels al lang en breed overstegen en is geen band die zich iets aantrekt van grenzen of zich in een hokje laat stoppen. Vanaf de lichtmelancholische opener „Never Enough”, die overigens meer dan een beetje weg heeft van ‘Glow On’-opener „Mystery”, wordt er dus weer stevig buiten de lijntjes gekleurd en dat levert andermaal een bijzonder interessante verzameling nummers op. De focus is daarbij meer dan ooit tevoren richting indie, synthpop en altrock opgeschoven. Zoals in het The Police-achtige „I Care”, het swingende „Dreaming”, waarin blazers een prominente rol spelen, en het fraaie „Light Design” met een heerlijk gitaargeluid en subtiele zang. De meer traditionele en stevigere nummers als „Sole”, „Sunshower” en „Birds” zorgen voor de nodige balans en laten horen dat de band z’n hardcoreroots nog niet vergeten is. Verder gaat het met het voor Turnstile-begrippen lange „Look Out For Me”, dat in het rustige middenstuk in de vorm van een sample uit ‘The Wire’ is voorzien van een subtiele verwijzing naar thuisstad Baltimore, waar de briljante tv-serie zich destijds afspeelde. Het afwisselende „Slowdive” is het beste nummer van het album en laat nog maar eens horen hoe ontzettend inventief en catchy de nummers op ‘Never Enough’ in elkaar steken. Daardoor blijven ze keer op keer boeien en verveelt het album geen seconde. Het in elkaar overlopende tweeluik „Time Is Happening”/„Magic Man” sluit het album af, waarbij er nog één keer geschakeld wordt tussen de uptempo rock in het eerste deel en de dromerige ambient van de definitieve afsluiter; illustratief voor dit overtuigende en heerlijk afwisselende album.


WYTCH HAZEL

V: Lamentations

(Bad Omen Records)
Ivar de Koning
85

Is het een gimmick of serieus bedoeld? Wanneer een gesprek op Wytch Hazel terechtkomt, is dit de onvermijdelijke vraag. Want of je nu een gewoon kruisje draagt of een omgekeerd kruis om je nek meetorst: iedereen loopt weg met Wytch Hazel. De Engelse band lijkt christelijke hardrock te spelen. Dat doen de heren gekleed in het wit, met grote kruizen om hun nek. Navraag bij de band leert echter dat de leden uiteenlopende achtergronden hebben. Zo zit er een atheïst in de band, maar is zanger Colin Hendra een diepgelovige man. Laten we daarom bij de etiketjes wegblijven. Dan blijft de muziek over en die is op dit vijfde album wederom van hoog niveau. Enkele voorbeelden: het gedreven „I Lament”, het sterke „Run The Race”, het knappe „Elements” en het met folklore gekleurde tussendoortje „Elixir”. Nergens is de band op een misstap te betrappen. Alles klopt en klinkt ook nog eens fantastisch. Zanger Colin Hendra is daarbij gezegend met een prachtige, karakteristieke stem. Het maakt ‘V: Lamen­tations’ tot het beste wat de band tot nu toe heeft uitgebracht. En het bewijst dat Wytch Hazel in een paar jaar tijd is uitgegroeid tot een van de smaakmakers van de nieuwe lichting Britse heavy metalbands.