10 maal Eremetaal november 2025


10 maal Eremetaal in november 2025

AVATAR

Don’t Go In The Forest

(Black Waltz Records)
Sjak Roksv
82

Een liveshow van Avatar is door de kolderieke ca­priolen van beroepsclown en zanger Jo­hannes Eckerström altijd een belevenis op zich, maar ook zonder het visuele aspect weet de Zweedse band keer op keer te overtuigen. De vorige plaat ‘Dance Devil Dance’ was al erg sterk en ook deze ‘Don’t Go In The Forest’ is weer een uitstekend werkstuk. Het is en blijft erg lastig om de intensiteit die Avatar op het podium laat horen vast te leggen op plaat, maar de tien nummers klinken erg fris en energiek, en lijken met elke luisterbeurt alleen maar aan kracht te winnen. In typische Avatar-stijl wordt geopend met het fraaie „Tonight We Must Be Warriors”, maar dat is slechts een voorbode van wat er verder voorgeschoteld wordt. Met name de heerlijke, heavy tracks „In The Airwa­ves” en „Abduction Song” maken indruk, terwijl de melodieuze oorwurm „Don’t Go In The Forest” al snel niet meer uit je hoofd te krijgen is. Aan variatie geen gebrek, want in de vorm van „Howling At The Waves” is er ook een prima wat meer ingetogen nummer op de plaat te vinden. Die variatie in het songmateriaal geeft Eckerström volop de gelegenheid om zijn veelzijdigheid als zanger te etaleren. ‘Don’t Go In The Forest’ is van begin tot eind een erg onderhoudende plaat die ook op het podium zeker voor het nodige vuurwerk zal gaan zorgen.


BIOHAZARD

Divided We Fall

(BLKIIBLK)
Jordan Stael
85

Vorig jaar druppelden de berichten binnen dat de Bio-mannen bezig waren met een nieuw album. En dan ook nog in de originele bezetting. Met het leven dat sommige van de hen leefden is het een godswonder dat ze er allemaal nog zijn. Om maar met de deur in huis te vallen: ze kunnen het nog! ‘Divided We Fall’ is een Biohazard-album dat simpelweg niet onderdoet voor de klappers van de vorige eeuw. Bizar, de energie die deze band op plaat weet vast te leggen is ouderwets vet. Met dezelfde snelle riffs, solootjes, en vooral voor springende mensenmassa’s gemaakte eastcoasthardcore met een beetje metal. Het is bijna ongelofelijk dat ze dat een heel album volhouden, zeker gezien de bizarre levensloop van bijvoorbeeld Evan Seinfeld, die wel effe wat anders vast te houden had dan een gitaar. De heren schreven een paar nummers die in intensiteit dicht in de buurt komen van hun klassiekers: „Eyes On Six”, „The Fight To Be Free” en „Fuck The System” bijvoorbeeld. Stuk voor stuk hardcoresongs van klasse en met de onmiskenbare Biohazard-sound. Ze swingen als een stel dikke, siliconen pornotieten. Ook „I Will Overcome” had niet misstaan op de klassieke albums van de voormalige, al lang uitgevlogen New Yorkers. Conclusie? Totaal niet verwacht, maar ‘Divided We Fall’ is een plaat om heel blij van te worden en zelfs een klein beetje kippenvel van te krijgen.


DEFECTO

Echoes Of Isolation

(Frontiers Music)
Diederick RR9660
87

Na een dikke vijf jaar heeft Nicklas Sonne eindelijk de handen weer ineengeslagen met zijn bloedbroeder en gitarist Frederik Møller om een nieuwe Defecto-album op de wereld los te laten. Na een instrumentale introductie met de titel „The Unraveling” laat „Eternal Descent” horen dat het heilige vuur nog steeds brandt bij Sonne, ondanks zijn wat mindere soloalbum van een paar maanden terug. Alle powerprog-ingrediënten zijn direct aanwezig: een lekker tempo, de mooie, krachtige zang van Sonne, indrukwekkende muzikaliteit en een werkelijk machtig refrein, dat het live ongetwijfeld fantastisch zal doen. Let ook even op de hypersnelle riffjes die opduiken en de invloed van thrash-icoon Jeff Waters verraden. Vervolgens zakt het tempo ietwat met „Sacred Alignment”, maar dat maakt het zeker geen mindere song. De break halverwege wordt gevolgd door enkele stevige grunts van Sonne en een machtige solosectie die niet onderdoet voor Dream Theater in beste vorm. Hierin tonen Møller en Sonne aan wat een verschrikkelijk goede gitaristen ze zijn. Met name de hypersnelle vingers van Møller maken diepe indruk. Net als de refreinen. Man, die refreinen! Vooral die van „Eclipsed By The Void” is er eentje van grote schoonheid, met een enorme urgentie, waarin de emotie uit de teksten over innerlijke strijd en mentale problemen in doorklinkt. Fans van Judas Priest, Dream Theater, DragonForce en alles wat zich daartussen bevindt, moeten dit album zeker een kans geven. Slechts één song drukt de pret en dat is het simpele „Heart Of Fire”. Deze song (met de in Denemarken zeer populaire musicalzanger/acteur Stig Rossen) had beter als standalone-single uitgebracht kunnen worden. Voor de rest is het genieten en hoewel het extreem hoge niveau van de eerste helft van de plaat niet helemaal vastgehouden wordt, sluit de geweldige titelsong één van de betere albums van 2025 op een hoogtepunt af.


JELUSICK

Apolitical Ecstacy

(Escape Music)
Diederick RR9660
82

Dino Jelusick is de laatste jaren uitgegroeid tot één van de beste en meest populaire rock/metalzangers. Bekende muzikanten als David Coverdale, Arjen Lucassen en Michael Romeo hebben al beroep op de Kroaat gedaan. En met zijn band Jelusick is hij nu toe aan het tweede album. De lineup is identiek aan die op het debuut ‘Follow The Blind Man’ en dus heeft de zanger nog steeds gitarist Ivan Keller, bassist Luka Brodaric en drummer Mario Lepoglavec om zich heen. De muziek wijkt niet heel wezenlijk af van de metal die ze op het vorige album lieten horen, maar het geheel heeft net wat meer ‘bite’. De gitaren en drums knallen uit de speakers en Jelusick stijgt daar als een grootvorst bovenuit. De inhoud van ‘Apolitical Ecstasy’ varieert van stevige mid- en uptempo songs – met „How Many Times” als hoogtepunt – via het korte akoestische en grappige „What The Hell Is Going On” naar semi-ballads en het afsluitende titelnummer, dat een meer episch karakter heeft. Deze tweede van Jelusick is opnieuw een erg lekker album, maar de échte uitschieters waar je op elk album naar uitkijkt, ontbreken nog. Hopelijk komt dat de volgende keer.


MAMMOTH

The End

(BMG)
Wim Strijbosch
80

Natuurlijk heeft hij te maken met het ‘Jordi Cruijff-syndroom’. Het syndroom waarbij je je hele leven geconfronteerd zult worden met de bekendheid én genialiteit van je vader. Maar syndroom is eigenlijk geen goede woordkeuze, want dat zou impliceren dat het een soort ziekte is, een afwijking. En dat klopt in dit geval zeker niet. Evenals Jordi Cruijff heeft Wolfgang van Halen de wetenschap dat zijn vader wereldberoemd en geniaal was namelijk omarmd, in plaats van er onder gebukt te gaan. Hij heeft er een positieve draai aan gegeven. Mede daardoor maakt hij nu al jaren fijne muziek met zijn eigen band Mammoth. Met ‘The End’ brengt de zanger/multi-instrumentalist (lees: alleskunner) nu zijn derde studioalbum uit. Hierop zijn de muzikale verwijzingen naar zijn vader bijna helemaal verdwenen. Op wat korte arpeggio’s en andere gitaartrucs na heeft het niets meer te maken met de muziek van Van Halen. Wat is gebleven is een fijne mix van traditionele heavy rock en typisch Amerikaanse poprock. Muziek in het straatje van Foo Fighters, Velvet Revolver, Slash en Alter Bridge. Met de aantekening dat Mammoth veel minder heavy is dan de drie laatstgenoemde bands. Alle liedjes liggen gemakkelijk in het gehoor en hebben aanstekelijke refreinen die na één luisterbeurt al in je hoofd zitten. Knap gecomponeerd derhalve. Als zanger staat hij echt zijn mannetje; Wolfie heeft een stem die qua bereik, kracht en flexibiliteit perfect past bij de riffs en melodieën die hij heeft geschreven. Er staan geen slechte nummers op deze schijf, positieve uitschieters zijn „Happy” (dat doet denken aan het akoestische werk van Alice In Chains), „Better Off” (dat op een album van Velvet Revolver had kunnen staan) en het met gitaarhoogstandjes doorspekte titelnummer.


OMNIUM GATHERUM

May The Bridges We Burn Light The Way

(Century Media Records)
Ivar de Koning
85

Omnium Ga­therum is al bijna dertig jaar een vaste waarde binnen de melodieuze death metalscene en typisch zo’n band die iedereen wel eens heeft meegepikt op een festival of als support voor een grotere band. ‘May The Bridges We Burn Light The Way’ is een prachtige, goedgekozen albumtitel. Dat geldt echter niet voor de hoes ervan, waarop slechts het beeldmerk van de band te zien is. Beetje saai, in tegenstelling tot de inhoud. Na het intro schiet de band lekker uit de startblokken met achtereenvolgens „My Pain”, „The Last Hero” en „The Darkest City”. In die laatste flirt de band wat met progmetal. In feite staan deze drie nummers symbool voor wat je op het verdere album kunt verwachten. Markus Vanhala trakteert ons op lekkere gitaarrifs, de toegankelijke grunts van Jukka Pelkonen klinken vertrouwd, de meerstemmige refreintjes zijn goed getimed, de strakke ritmesectie van drummer Atte Pesonen en bassist Mikko Kivistö is op orde en tot slot smeert Aapo Koivisto de boel dicht met zijn keyboards. Het instrumentale slotakkoord „Road Closed Ahead” dreunt bovendien nog lang na tussen je oren. Dit album kent geen slechte momenten en behoort absoluut tot het beste werk van de Finnen. Liefhebbers van Amorphis, Insomnium, Dark Tranquillity en Om­ni­­um Gatherum kunnen toeslaan. En: in 2026 op Eu­ropese tour met als supports Fallujah en In Mourning. Gegarandeerd een topavond!


RONNIE ROMERO

Backbone

(Frontiers Music)
Maarten van Mameren
80

Deze zanger behoeft natuurlijk geen nadere introductie. Ron­nie Romero is namelijk in de afgelopen pak ‘m beet vijftien jaar bijzonder actief geweest in het hardrock- en metalgenre. Een echte broodmuzikant – Romero’s schoorsteen moet immers ook roken – die zijn stem leende aan tal van bands en projecten. Ook veel gastbijdragen prijken op zijn cv, net als een aantal soloplaten – waarvan dit inmiddels alweer de vijfde is. ‘Back­bone’ werd voorafgegaan door twee coveralbums (‘Rai­sed On Radio’ en ‘Raised On Heavy Radio’), eentje met eigen werk (‘Too Many Lies, Too Many Mas­ters’) en een liveplaat (‘Live At Rock Imperium Festi­val’). Deze kersverse schijf bevat tien riffgeoriënteerde songs met veel verwijzingen naar Black Sabbath (ten tijde van Ronnie James Dio en Tony Martin), terwijl ook wat invloeden van Rainbow en Deep Purple (Hammond-orgel) doorsijpelen. Het titelnummer en „Running Over” zijn lekkere midtempo beukers, „Lost In Time” is een fraaie powerballad en in afsluiter „Black Dog” wordt het gaspedaal flink ingetrapt. In tegenstelling tot veel Frontiers-acts hebben we hier niet te maken met inmenging van huisproducers of vaste songwriters van het Italiaanse label. Romero (composities en productie) en José Rubio Jiménez (mede-componist, mix en mastering) hielden wijselijk alles in eigen beheer, en het resultaat mag er zijn. De ruige, krachtige zang van Romero vormt de kers op de taart, die hij wel moet delen met Jiménez, vanwege diens vette riffs en afwisselend melodieuze en shreddende gitaarcapriolen. ‘Backbone’ is op geen enkele wijze vernieuwend en dat gebrek aan originaliteit wordt vaak als kritiek gespuid. Dit is echter precies de stijl waarin Romero het best gedijt en wat fans van hem en zijn band verwachten, onder het motto: u vraagt, wij spelen!


TESTAMENT

Para Bellum

(Nuclear Blast Records)
Stephan Gebédi
90

Testament is zonder meer één van de meest constante thrash metalbands. Live staan de mannen altijd als een huis en ook hun albums zijn vrijwel altijd van een hoog kaliber. Daar komt ook nog eens bij dat de groep het met het verstrijken van de jaren allerminst rustiger aan is gaan doen. Integendeel, de eerste twee nummers op ‘Para Bellum’ behoren tot het hardste en snelste werk ooit van de band. De blastbeats, vlijmscherpe riffs en agressieve uithalen van Chuck Billy vliegen je letterlijk om de oren. Eric Peterson mag meteen zijn voorliefde voor black metal uitleven in opener „For The Love Of Pain”, dat je met recht mag omschrijven als black/thrash metal, halverwege horen we zelfs een paar lompe breakdowns. Het navolgende „Infanticide AI” knalt er al net zo hard, snel en meedogenloos in, waardoor fans van het iets melodieuzere en meer toegankelijke werk van deze Bay Area-giganten wel eens vroegtijdig zouden kunnen afhaken bij dit album. Wie dacht dat het vertrek van meesterdrummer Gene Hoglan een aderlating zou betekenen, komt eveneens bedrogen uit, want Chris Dovas is minstens zo’n indrukwekkend drumbeest als zijn voorganger. Vanaf het derde nummer „Shadow People” neemt de band dan toch wat vaker gas terug en horen we even de andere, melodieuzere kant van Testament, hoewel dit nummer ook nog wat tempoversnellingen kent. Ik ga niet alle nummers opnoemen, maar naast andere snelheidsmonsters als „Witch Hunt” en het lekkere old-school-achtige titelnummer valt ook de semi-ballad „Meant To Be” op. Misschien niet zo sterk als „The Legacy” en af en toe iets te ‘Duits’ en te gedragen, maar absoluut een aangename en geslaagde afwisseling tussen al het geweld op ‘Para Bellum’. Door de fraaie solo’s en melodielijnen is er toch altijd voldoende ruimte voor melodie. Ondanks of juist door de ietwat gladde mix van Jens Bogren klinkt het album uiteraard als een klok en knallen de nummers uit de speakers. De vier muzikanten en Chuck Billy zijn allen in bloedvorm en dat heeft geresulteerd in een geweldig album dat van begin tot einde weet te boeien.


WRETCHED

Decay

(Metal Blade Records)
Stephan Gebédi
75

‘Decay’ is alweer het vijfde studioalbum van dit Amerikaanse kwintet en hun eerste voor Metal Blade. De band speelt naar zeggen ‘melodic tchnical deathcore/death metal’. Waar de meeste van dit soort bands als een malle uit de startblokken schieten, opent dit album met het midtempo titelnummer dat een gestage opbouw kent. Goede productie, lekker heavy nummer en mooie solo’s, dat belooft wat. Ook op de navolgende nummers lijkt de nadruk meer op groove dan op snelheid te liggen. De soms iets te ‘smeuïge’ en gelaagde, langgerekte dubbele zangpartijen (grunt en krijs) werken soms een beetje vermoeiend, maar muzikaal is er weinig mis met ‘Decay’. Soms doet de band me ietwat aan het zwaar ondergewaardeerde Britse trio Dyscarnate denken, maar dan wel iets minder extreem en een stuk melodieuzer. Na vijf midtempo nummers, begin ik onderhand een beetje naar blastbeats te verlangen, maar Wretched gaat vol voor groove en melodie en dat is prima. Alleen begint het aanhoudende gebrul en gekrijs van Billy Powers een beetje op de zenuwen te werken. Hij heeft een aardige strot, maar als hij af en toe even zijn mond houdt kunnen we beter genieten van de fraaie solo’s en sterke melodieuze passages. Dit is dus geen typische deathcoreband waar de blastbeats je om de oren vliegen, maar eerder een melodeathband met deathcore-achtige zang.


1914

Viribus Unitis

(Napalm Records)
Ivar de
Koning

Sinds de Russen hun thuisland Oekraïne zijn binnengevallen, heeft de muziek van 1914 voor mij een extra dimensie gekregen. De loopgraven uit de Eerste Wereld­oor­log waar de band over zingt, zijn voor hen immers geen geschiedenis maar dagelijkse realiteit. De onmacht, de woede, het verdriet – ze hebben hoorbaar een plek gekregen op het vierde album ‘Viribus Unitis’. Er zijn redenen genoeg om deze plaat in huis te halen. Allereerst is er de overweldigende blackened death metal, die van hoog niveau is. 1914 borduurt daarmee voort op het vorige, sterke album ‘Where Fear And Weapons Meet’ uit 2021. Vanaf de aftrap „War In” tot afsluiter „War Out” klinkt de band volwassen, gevarieerd en strijdbaar. Luister maar eens naar het knappe „1915 (Easter Battle For The Zwinin Ridge)”, dat gevolgd wordt door het aanstekelijke „1916 (The Südtirol Offensive)”. En wat te denken van het emotionele slotakkoord „1919 (The Home Where I Died)”? Het is niet voor te stellen hoe de vijf muzikanten tot zo’n topprestatie zijn gekomen, wetende dat hun thuisland in puin ligt. Dat is meteen de volgende reden om dit album aan te schaffen. Deze heren kunnen jouw en mijn steun ongetwijfeld goed gebruiken. De band moest het voorbije jaar veel shows annuleren, omdat ze Oekraïne niet mochten verlaten. Nu trekken ze Europa weer door als ambassadeurs van de vrijheid. Kopen dit album, als dikke middelvinger naar Poetin!