10 maal Eremetaal in januari/februari 2026
ALTER BRIDGE
Alter Bridge
(Napalm Records)
Diederick RR9660
85
De mannen van Alter Bridge gaven in de aanloop naar dit achtste studioalbum met de fraaie (ahum) titel ‘Alter Bridge’ hoog op dat het uitwijken naar de 5150-studio van hun vriend Wolfgang van Halen een flinke invloed heeft gehad op het resultaat. Wie dat hoort mag het zeggen. Eerlijk gezegd is er weinig nieuws onder de zon. Of dat een slecht teken is? Het is in ieder geval een reden om direct de krenten uit de pap te vissen. ‘AB’ opent met „Silent Divide”, een lekker stevige en typische AB-song, gekenmerkt door sterke riffs, een refrein dat én catchy én origineel is, meerstemmige vocalen van de gitaristen en zangers Myles Kennedy en Mark Tremonti, en een interessante break die voor afwisseling zorgt. Exact hetzelfde geldt voor het navolgende „Rue The Day”. Het hoge niveau wordt vastgehouden middels „Power Down”, één van de meest pakkende AB-songs van de laatste jaren. Verderop het album is „Trust In Me” een heerlijk slepende track met leadzang van Tremonti en geeft het uptempo „Playing Aces” de plaat nog wat extra variatie mee. Eigenlijk is alleen „Hanging By A Thread” een lichte uitglijder, omdat de band hier net te opzichtig heeft gespiekt bij hun eigen hitballad „Watch Over You” van het succesalbum ‘Blackbird’. Gelukkig ontbreekt een epische signature-song van de band niet. Deze keer wordt dat lekkers tot het laatst bewaard met het dik negen minuten durende „Slave To Master”. Hoewel ‘AB’ dus geen verrassingen bevat is de kwaliteit dusdanig hoog dat ook deze achtste als zeer geslaagd de boeken in kan.
BLACK SWAN
Paralyzed
(Frontiers Music)
Ron Willemsen
90
Vier jaar na ‘Generation Mind’ is ‘Paralyzed’ het derde album van Black Swan, één van de vele samengeraapte allstarbands op Frontiers. De muziekstijl is melodieuze hardrock geworteld in de jaren tachtig van de afgelopen eeuw. Met een solide ritmesectie bestaande uit drummer Matt Starr (Ace Frehley, Mr. Big) en bassist Jeff Pilson (Dokken, Foreigner) is de basis alvast gegarandeerd. Tel daarbij stergitarist Reb Beach (Winger, Whitesnake) en zanger Robin McAuley (MSG) en je hebt een geheid recept voor succes. ‘Paralyzed’ bevat elf songs, is zeer afwisselend en klinkt als een klok. Beach is in z’n element met vette riffs en splijtende solo’s, terwijl McAuley vele malen geïnspireerder zingt dan op z’n soloplaat van afgelopen jaar. Verwacht stevige hardrock die af en toe aan Winger doet denken („Different Kind Of Woman” en „The Fire And The Flame” met de beginriff uit Ozzy’s „Bark At The Moon”) maar vooral gedragen wordt door Beach. Het titelnummer is uptempo, „I’m Ready” een mooie semiballad en op „Carry On” trekt Beach de hele trukendoos open. Het afsluitende „What The Future Holds” begint met een vette basriff waarna de muzikanten fel solerend naar het einde toe werken. Met ‘Paralyzed’ begint Black Swan 2026 uitstekend.
COURSE OF FATE
Behind The Eclipse
(Rock Of Angels Records)
Sjak Roks
72
Na het debuut ‘Mindweaver’ (2020) en opvolger ‘Somnium’ (2023) keert het Noorse progressieve metalgezelschap Course Of Fate terug aan het front. De vijf heren laten op hun derde plaat opnieuw horen dat ze in staat zijn om goede nummers te pennen en het ruim tien minuten durende titelnummer en het prima opgebouwde „And So It Goes” zijn de meest aansprekende voorbeelden hiervan. Ten opzichte van de eerste twee platen is ‘Behind The Eclipse’ een stukje heavier, al zijn er ook voldoende ingetogen passages in de nummers ingebouwd. De gitaristen Kenneth Henriksen en Fredrik Jacobsen zorgen voor de doomy en bij tijd en wijlen depressief klinkende riffs, terwijl zanger Eivind Gunnesen volop de gelegenheid krijgt om zijn vocale veelzijdigheid te tonen. Course Of Fate maakt met gevarieerde songs zeker indruk, maar kan zich (nog) niet meten met de vaandeldragers in het progmetalgenre. Daar zijn de nummers op ‘Behind The Eclipse’ simpelweg niet sprankelend genoeg voor.
DYMYTRY PARADOX
Born From Chaos
(Reaper Entertainment)
Wim Rueter
70
Tsjechië staat niet echt bekend als land waar veel noemenswaardige metalbands vandaan komen. Dymytry Paradox is sinds de oprichting in 2003 binnen de eigen landsgrenzen al langere tijd populair, mede doordat men de moedertaal hanteerde. Maar nu moet het anders. Er is overgestapt op het Engels en het is tijd voor werelddominantie! Ondersteund door het dragen van insectenmaskers en overalletjes om hun mix van modern metal, alternative metal en metalcore kracht bij te zetten. Kortom, de wereld heeft Dymytry Paradox hard nodig (vinden zij zelf). Maar de weg naar bovengenoemde dominantie gaat tegenwoordig dan zeker langs platgetreden paden. Origineel is het namelijk niet wat de Tsjechen ons op ‘Born From Chaos’ voorschotelen. Slecht is het ook niet. En, eerlijk is eerlijk, ‘Born From Chaos’ klinkt als een klok en de videoclips zijn om de vingers bij af te likken. Daar is flink door de band in geïnvesteerd. Geen van de bandleden treedt echt op de voorgrond of blinkt uit, zanger Al Paradox in het bijzonder. Zijn vocalen worden regelmatig door echo ondersteund of vervormd. Luistertips zijn het titelnummer, het furieuze „Overmind” en de stemmige afsluiter „Grave With No Name”. Ik gun de band alle succes, maar die werelddominantie zit er voorlopig nog niet in.
KARNIVOOL
In Verses
(InsideOut Music)
Diederick RR9660
85
De mythe rond een nieuw Karnivool-album nam de laatste jaren Tool-achtige vormen aan. En net als Tool kostte het de band liefst dertien jaar om nieuw studiowerk uit te brengen. Lag er te veel druk op de band? Die druk zal er in ieder geval niet minder op geworden zijn voor deze Aussies. In de tussentijd groeide de waardering voor hun tweede album ‘Sound Awake’ namelijk tot bijna epische proporties. En ook het in eerste instantie wat ontoegankelijke derde album ‘Asymmetry’ bleek een groeibriljant te zijn die achteraf meer lof oogstte dan ten tijde van de release. Maar hoe goed is ‘In Verses’ nu eigenlijk geworden? Maak ik de eindbalans op, dan is de eerlijke conclusie dat het hoge niveau van de voorgangers niet helemaal wordt gehaald. ‘In Verses’ is – vooral naar het einde toe – een relatief rustige luisterplaat die qua sfeer en sound in het verlengde ligt van ‘Sound Awake’, maar best wat meer van de spanning van ‘Asymmetry’ had kunnen gebruiken. Er staan echter twee songs op die nu al tot de beste songs van 2026 gerekend mogen worden: opener „Ghost” is een schitterend opgebouwde song vol sfeer en prachtige melodieën en houdt zich moeiteloos staande tussen het beste werk uit het verleden van de band. En ook „Aozora” is er één met eeuwigheidswaarde. Wat aan ‘In Verses’ ontbreekt, is dat de band af en toe een mokerslag uitdeelt of de emotie tot volle wasdom laat komen. Met het mooie „Opal” zit Karnivool er even tegenaan, maar helaas drukt de band niet door. Helemaal aan het eind van de rit heeft het epische „Salva” de potentie om alsnog de genadeklap uit te delen en het album van heel goed naar geweldig te promoten. Mede door de inzet van het verkeerde instrument – doedelzak! – lukt het Karnivool niet om de snaar te raken die daarvoor nodig was. Een nieuwe klassieker is ‘In Verses’ dus niet geworden, maar hopelijk heeft het uitbrengen ervan de druk bij de mannen weggehaald, zodat we in de nabije toekomst snel nog meer prachtige (want dat is het) muziek van deze bijzondere band mogen verwelkomen.
KREATOR
Krushers Of The World
(Nuclear Blast Records)
Stephan Gebédi
78
Opener „Seven Serpents” is een lekker snel, typisch Kreator-nummer, maar door de koortjes klinkt het af en toe nogal bombastisch en zelfs een beetje power metal-achtig. Het blijven natuurlijk Duitsers, hè. Ook „Satanic Anarchy” heeft een vrij commercieel en clean gezongen refrein. De stem van Mille heeft zijn beste tijd een tijdje geleden al gehad, maar hij blijft er fanatiek op los blaffen. Op het midtempo nummer „Tränenpalast” krijgt hij wat hulp van ene Britta Görtz van Hiraes, maar aangezien zij dezelfde soort krijsgrunt heeft als de meeste vrouwelijke grunters, voegt dit weinig extra’s toe. Wel een bonuspunt voor het song-outro dat werd geleend van de Argento-film ‘Suspiria’. Kreator blijft gewoon op z’n best als ze het gaspedaal flink intrappen en dan doen ze gelukkig nog regelmatig, zoals op het lekkere „Barbarian”, „Blood Of Our Blood” en „Psychotic Imperator”. Verdere pluspunten zijn de prima productie en de gave gitaarsolo’s van Sami Yli-Sirniö. Die meneer snapt wel hoe je gitaar moet spelen. Of het opweegt tegen de soms wel erg brave refreintjes en clichématige meezingers, zoals het afsluitende „Loyal To The Grave”, moet je zelf beslissen. Conclusie: geen slecht album, maar ik zet liever ‘Phantom Antichrist’ nog een keer op.
MEGADETH
Megadeth
(BLKIIBLK)
Robbie Woning
85
Het verhaal is bekend: dit is de laatste studioplaat van Megadeth. De titel ‘Endgame’ had Dave Mustaine al eerder gebruikt. Deze is daarom simpelweg ‘Megadeth’ genoemd. De drie vooruitgesnelde singles maakten de afgelopen maanden al duidelijk dat meneer Mustaine zijn loopbaan in elk geval met een knaller wil afsluiten. En dat is zeker gelukt. ‘Megadeth’ is in muzikaal opzicht eigenlijk een ‘best of’ geworden van alle ingrediënten die de band de afgelopen decennia zo aansprekend en uniek maakten. De gedreven tempo’s, retestrakke riffs en prachtige, virtuose gitaarsolo’s maken dat de muziek je vanaf de eerste noten vertrouwd in de oren klinkt. Maar naast al het instrumentale geweld hebben de tien tracks ook veel pakkende hooks, sterke midtempostukken, een prettige dosis opstandigheid, veel melodie en soms ook melancholie. En dan is er nog een vage Metallica-achtige vibe die af en toe over de plaat hangt. Die komt niet eens zozeer van de bonusrack ,,Ride The Lightning’’. Nee, het zit ‘m vooral in de manier waarop Mustaine soms soleert en vooral de notenkeuze van bepaalde riffs. Die klinken daardoor heel authentiek, alsof Mustaine zijn oorspronkelijke Europese invloeden weer meer heeft laten spreken. De startriff van ,,Let There Be Shred’’ is hiervan een goed voorbeeld. De getalenteerde Finse gitarist Teemu Mäntysaari maakt op deze plaat zijn debuut. En dankzij zijn Marty Friedman-achtige vingerzetting en toonkeuze klinkt het eigenlijk alsof hij al heel lang in de band speelt. Ook het frisse drumwerk van Dirk Verbeuren mag niet onvermeld blijven. De Belgische slagwerker gaf de band op de vorige plaat ‘The Sick, the Dying… And The Dead!’ een nieuwe, jeugdige energie. Dat is op ‘Megadeth’ opnieuw te horen. Net als op de vorige plaat schreven de verschillende bandleden trouwens volop mee aan de muziek. Het siert bandbaas Mustaine dat hij hiervoor zijn medebandleden ditmaal ook keurige naamsvermeldingen gunt.
SOEN
Reliance
(Silver Lining Music)
Diederick RR9660
80
Het is genoeg geweest. Hoe mooi de muziek en teksten van Soen ook zijn, het punt van verzadiging is nu wel bereikt met ‘Reliance’. Het hele album laat zich op voorhand uittekenen en alle verrassingen zijn schijnbaar opgebruikt. De band heeft met „Mercenary”, „Discordia”, „Indifferent” en „Vellichor” enkele mooie nieuwe songs opgenomen en echte missers zal je op ‘Reliance’ niet vinden. Het is net genoeg om op bovenstaande score uit te komen, maar als je de band al lang volgt, kan je rustig tien punten aftrekken vanwege het gebrek aan spanning. Soen is verstrikt geraakt in z’n eigen formule, zijnde het harnas waarin de songs zijn gegoten. Nagenoeg elk nummer heeft dezelfde opbouw en bevat dezelfde accenten, de ene keer wat steviger uitgevoerd en de andere keer wat zalvender. Ook qua riffs en ritmes is Soen zich aan het herhalen. Dat kondigde zich al een paar albums aan, maar telkens wist de band nét even een extra interessant element toe te voegen. Die zijn op ‘Reliance’ niet te ontdekken en dus wordt het de hoogste tijd voor het kwintet om het roer om te gooien, de bakens te verzetten, om een frisse wind te laten waaien, maar vooral om weg te sturen van de dreigende middelmaat.
URNE
Setting Fire To The Sky
(Spinefarm Records)
Merijn Siben
87
Met tweede plaat ‘A Feast On Sorrow’ bleef ondanks vele positieve kritieken een doorbraak uit voor Urne. Aan half werk lag het niet. Het was namelijk een plaat die een wervelende mengeling van metalcore, sludge en groove metal bood. Zal de Britse band met ‘Setting Fire To The Sky’ wel eindelijk erkenning krijgen? Het is te hopen, want het Londense trio trekt opnieuw alles uit de kast. „Be Not Dismayed” snoert je de mond: een akoestisch gitaarintro, gevolgd door een genadeloze machinegeweerriff. Urne gaat alle kanten op. Momenten van sfeer worden bruut doorbroken met gemene groovesecties, zoals in „The Spirit, Alive”. Urne maakt er een coherent en rijk muzikaal geheel van. Zo is het avontuurlijke „Towards The Harmony Hall” een hoogtepunt, met Gojira-achtige chugs, een atmosferisch middenstuk en apocalyptische blastbeats op het eind. Daarnaast leent Mastodons Troy Sanders zijn stem aan het lange „Harken The Waves”. Om vervolgens met „Breathe”, inclusief celliste Jo Quail, een breekbaar einde te brengen aan een overweldigende plaat.
WORM
Necropalace
(Century Media Records)
Stephan Gebédi
77
Bij een bandnaam als Worm denk ik aan death/grind, maar deze Amerikanen spelen een soort van symfonische jaren-negentig-black met neoklassieke elementen. Denk aan heel veel Dimmu Borgir, een beetje Emperor, vermengd met de instrumentale ‘guitar hero’-albums van de late jaren tachtig. Dat laatste element wordt nog eens onderstreept door de aanwezigheid van Marty Friedman, die hier en daar een riedeltje meespeelt. Niet dat dit heel veel uitmaakt, want gitarist Wroth Septentrion is ook al een shredder van het zuiverste soort. Maar goed, Friedman is uiteraard altijd van toegevoegde waarde. ‘Necropalace’ klinkt bombastisch, symfonisch, episch of hoe je het ook wilt noemen en het is vooral allemaal ‘heel erg veel’. Met uiteraard ook veel gitaarsolo’s. Het wordt allemaal prima uitgevoerd en uiteraard is hier sprake van behoorlijk ‘verhalende’ muziek. Zanger Phantom Slaughter geeft aan dat ze hun eigen ‘Necropalace-universum’ hebben gecreëerd waarin de luisteraar als het ware wordt opgezogen. Liefhebbers van Dimmu Borgir, Cradle Of Filth, Carach Angren et cetera zullen wel blij worden van Worm.

