10 maal Eremetaal november 2026


10 maal Eremetaal in november 2026

CIRITH UNGOL

All The Shadows

(No Remorse Records)
Metal Mike
75

Kort door de bocht biedt ‘All The Shadows’ meer van hetzelfde. De plaat ligt qua stijl, sound, zang en instrumentatie lijnrecht in het verlengde van de recente voorgangers ‘Forever Black’ (2020) en ‘The Dark Parade’ (2023). In het geval van Cirith Ungol is dat eerder een aanbeveling dan een verwijt. Van een band die al sinds 1971 bestaat en sindsdien een o zo herkenbare eigen weg bewandelt – al is het maar vanwege de love-him-or-hate-himzang van Tim Baker – wil je op de oude dag geen experimenten of rare fratsen horen. Slechte nummers staan er niet op ‘All The Shadows’. Een uitschieter is er wel, te weten de semi-ballad „In Broken Wings”, die lijkt te zijn geschreven met Judas Priests „Dreamer Deceiver” in gedachten. Cirith Ungol mag dan gestopt zijn met optreden, puike platen maakt de Californische band dus nog wel.


FORBIDDEN

Forbidden

(BLKIIBLK Records)
Stephan Gebédi
85

Opgericht in 1985, maar meerdere keren uit elkaar gevallen. In 2010 maakte Forbidden met ‘Omega Wave’ een sterke comeback, maar in 2012 viel het doek alweer. In 2023 begon de band weer met optreden en drie jaar later verschijnt er nu dus een nieuw album. Anno 2026 bestaat Forbidden naast oudgedienden Craig Locicero op gitaar en Matt Camacho op bas uit zanger Norman Skinner, drummer Chris Kontos (ex-Machine Head) en Jeremy Von Epp op gitaar. Forbidden was nooit de hardste of snelste Bay Area-thrashband, maar wel één van de muzikaal interessantste. De nieuwe plaat opent met drie snelle thrashers. Skinner heeft een prima stem en is een waardige opvolger van Russ Anderson, hoewel zijn zang niet iedereen zal bekoren. De muziek van Forbidden is vrij druk en er gebeurt in elk nummer behoorlijk veel; onverwachte melodieuze of proggy breaks, riot-vocals en veel fraaie gitaarsolo’s. Forbidden levert geen hapklare brokken, maar nummers die je een paar keer moet luisteren om ze volledig op waarde te schatten. Nummers als „DCLXVI” en „Syco­phantasy” (met Brann Dailor van Mastodon) zijn wat minder snel, maar muzikaal minstens zo sterk en behoorlijk avontuurlijk. Dat geldt zeker ook voor het lange afsluitende „Flower Of Life”, waar­in alle aspecten van Forbidden in ruim negen minuten nog een keer voorbijkomen. Ook liefhebbers van Sanctuary en Nevermore moeten dit album zeker eens gaan beluisteren. Eigenlijk is het een aanrader voor iedereen die van muzikaal en tech­nisch hoogstaande melodieuze (thrash) metal houdt.


HATEBREED

Fatal Paradox

(BLKIIBLK Records)
Wouter Dielesen
75

De eerste twee teasers van ‘Fatal Paradox’ verschenen precies een jaar na elkaar. In juli 2025 bracht Hatebreed „Make The Demons Obey” uit. Twaalf maanden later volgde „Kill Count Increase”. In de tussenliggende periode lag de metalcoreband uit Connecticut juridisch overhoop met bassist Chris Beattie, die in 2024 door de groep werd ontslagen. Hoewel het pleit nog niet is beslecht, brengt Hatebreed nu toch zijn negende album uit. In elf songs kleuren de heren veelal binnen de lijntjes. Alle vertrouwde stijlelementen zijn aanwezig, van grooves, breakdowns en raak drumwerk, tot thrashpassages en Slayer-achtige riffs. Ook frontman Jamey Jasta laat zich weer gelden, met rake oneliners. Neem ‘Remem­ber who you are’ (in „The Carrion Choir”), ‘The lone wolf dies, the pack su’vives” (in „Decisions Become Destinies”) en ‘One man’s freedom is another man’s epitaph’ (in „Fatal Paradox”). Toch gaat Hatebreed af en toe ook het avontuur aan. In de trage titelsong bijvoorbeeld, in het met gastvocalen van John Tardy (Obituary) uitgevoerde „Sacrifice Season” en in slotcover „Poison Planet”, waarvan het origineel staat op Corrosion Of Conformity’s debuutplaat ‘Eye For An Eye’ uit 1984. Verder is ‘Fatal Paradox’ is vooral een degelijke Hate­breed-plaat. Dat is gezien alle besognes prima.


INSOMNIUM

Netherworlds

(Centry Media Records)
Marlous de Jonge
85

‘Nether­worlds’ is Insomniums tiende studioalbum. Een mooie mijlpaal. En, om maar met de deur in huis te vallen, het is een ontzettend vette plaat. Het opent met het ijskoude intro „The Cold Song”. Een gesproken track met een onheilspellende jaren-tachtig-synthesizer eronder. Denk ‘Stranger Things’, maar dan metal. De eerste echte track „Shadow­life” laat een prachtig contrast horen tussen krachtige riffs en melancholische cleane vocalen. En de solo tegen het einde van de track is werkelijk om van te smullen. Dit constante spel tussen power en snelheid en rust en melancholie is waar Insom­niums kracht ligt. Luister ook maar eens naar „The Hour Grows Late” en „Pathways of the Night” voor meer voorbeelden. „Gleam In The Black” doet qua kracht en snelheid denken aan Insom­niums grote hit „Ephemeral” uit 2014. In de powerballad „Ethereal Sleep” wordt wat gas teruggenomen. Maar niet voor lang. Want in opvolger „The Banished” trekken de Finnen nog een laatste keer alles uit de kast. Deze uptempo death metaltrack blaast met volle kracht je speakers uit, alvorens je met het rustige „Journeys End” wordt losgelaten uit de wervelwind (en mogelijke nachtmerrie) die ‘Nether­worlds’ heet. Deze plaat doet denken aan succesvolle albums als ‘Shadows Of The Dying Sun’ en ‘Heart Like A Grave’. Ver­trouwd, maar toch ook vernieuwend. Misschien niet zo vernieuwend als ‘Win­ter’s Gate’ en ‘Anno 1696’, maar dat hoeft ook niet. Op ‘Nether­worlds’ keert Insomnium terug naar zijn kracht. Een heerlijk album en een prachtige kroon op een carrière die inmiddels al bijna dertig jaar duurt.


IRON SAVIOR

Deathbringer

Frontiers Music)
(Ivar de Koning
70

Zanger/gitarist Piet Sielck mag dertig kaarsjes uitblazen, want zo lang draait Iron Savior inmiddels mee. En er is meer reden tot feest. De band op leeftijd heeft onderdak gevonden bij het gerenommeerde Frontiers Mu­sic. En dan is er natuurlijk dit ‘Death­brin­ger’, dat het recente coveralbum van Sielck en consorten moet doen vergeten. Daar slaagt Iron Savior gedeeltelijk in. Het luistert makkelijk weg, maar echte verrassingen ontbreken. Sielck zingt de boel aan elkaar, maar lijkt hier en daar moeite te hebben om zijn stem zuiver te houden. En dan zijn er nog de momenten dat de band wat over de top klinkt, zoals in het slotstuk van het titelnummer of het refrein van „Climbing Higher”. Het maakt Iron Savior tot een guilty pleasure: je geniet er stiekem best wel van, maar het voelt toch aan als een buitenbeentje. Ik noemde al het eerder dit jaar uitgebrachte coveralbum… Wie daar wél met volle teugen van heeft genoten, kan zijn geluk niet op met de bonustrack op dit album: „Fever” van Judas Priest.


YNGWIE MALMSTEEN

Hell Or High Water

(Music Theories Recordings)
Wim Rueter
60

Met ‘Hell Or High Water’ voegt Yng­wie Malm­steen weer een hoofdstuk toe aan zijn al behoorlijk uitgedijde discografie. Sinds zijn eerste schreden in 1984 is dit album nummer 24. Malmsteen is een man die, op zijn zachtst gezegd, veel vertrouwen in eigen kunnen heeft. Voor ‘Hell Or High Water’ is er door hem acht maanden gecomponeerd, wat tussen de tachtig en negentig kant-en-klare nummers opleverde. Dezelfde werkwijze doe in 2021 tot het album ‘Parabellum’ leidde. Het resultaat is gelijk aan de werkwijze: meer van hetzelfde. Door de Malmsteen-adepten zal dit nieuwe plaatwerk met open armen worden ontvangen. Het is echter oude wijn in nieuwe zakken. Volgens dezelfde receptuur, want Malm­steen blijft volharden om de leadzang op zich te nemen en de productie te doen. In beide gevallen niet de beste keuze. Zingen kan hij niet echt en de productie klinkt zo achterhaald als maar kan. In de wetenschap dat Malmsteen in vroeger jaren werkelijk goede albums afleverde, is de impasse waar hij al jaren in vast zit bijna pijnlijk. Maar de beste man kan hiervoor alleen in de spiegel kijken. ‘Hell Or High Water’ bevat met het instrumentale „Antikhy­tera” en „Father”, een hommage aan zijn recent overleden vader, slechts twee songs die de middelmaat ontstijgen. Maar zolang Yng­wie onvoorwaardelijk in zichzelf blijft geloven, zal er nooit iets veranderen. Gedurende zijn carrière is hij inmiddels van innovator de kant van halsstarrige veteraan opgegaan. Jammer.


PRONG

Prong

(Napalm Records)
Jordan Stael
80

Aan de manier waarop Prong op dit titelloze album uit de startblokken vliegt is duidelijk af te horen dat Tommy Victor wat te bewijzen heeft. In Napalm Records heeft hij een nieuwe werkgever gevonden en die wil hij niet teleurstellen. De eerste twee songs, „The Banner” en „New Commission”, zijn thrashgranaten van het zuiverste water en blaken van de hervonden energie. Het was nodig, want voorganger ‘State Of Emergency’ klonk alsof die op de automatische piloot gemaakt was. Nadat de tweetrapsraket is geland schakelt Prong een tandje terug qua tempo, waardoor er meer ruimte komt voor Victors zo kenmerkende vlijmscherpe maar gortdroge monsterriffs. Dankzij de heldere mix van Andy Sneap komen die beter aan de oppervlakte dan op de vorige drie à vier albums. Victor zingt ook nog eens beter dan hij ooit deed. Dat het album eindigt met een nachtkaars in de vorm van het saaie „Our Continuance” kan de pret verder niet drukken. Victor heeft zijn punt dan allang gemaakt: Prong is weer springlevend!


RATTLESNAKES

Shadows In The Night

(Listenable Records)
Horst Vonberg
78

Wie trek heeft in een heerlijk ongecompliceerd metalplaatje zonder al te veel pretenties, waarbij de nadruk ligt op gewoon lekker knallen, die kan Rattlesnakes rustig bijschrijven op het favorietenlijstje. Het Engelse kwintet debuteerde twee jaar geleden met de EP ‘Deeper Shades Of Torment’ en viel toen al op door hun no-nonsense aanpak en de aanwezigheid van de uitstekende zangeres Rowena Neale. Deze positieve lijn heeft de band doorgetrokken op z’n eerste full-length. Muzikaal gezien hebben deze jongvolwassenen (ze zijn allen geboren in dit millennium) heel goed achteromgekeken, want de inspiratie voor hun heavy metal komt regelrecht uit de eerste helft van de jaren tachtig. Invloeden van Iron Maiden en Accept zijn alom aanwezig, maar omdat Rowena een zalige schreeuwstrot heeft is de link naar Leather Leone makkelijk gelegd en kom je ook bij Chastain terecht. Maar vergis je niet, dit is zeker geen shredplaat. Er wordt weliswaar lekker doorgeknald, maar de solo’s staan geheel in dienst van het liedje en niet het ego van de gitarist. De ritmesectie zorgt er bovendien voor dat er een prima drive in het materiaal doorklinkt, waarbij er menig leuk melodielijntje voorbijkomt en zelfs een fluitsolo niet geschuwd wordt, waardoor een nummer als „Where The River Meets The Sea” een folky ondertoontje meekrijgt. Het totaalgeluid had wel wat scherper gemogen, het is nu af en toe wat aan de wollige kant, maar de felle uitvoering maakt dan weer veel goed. Ik durf dan ook wel te zeggen dat Rattle­sna­kes een aardige belofte voor de toekomst is.


WOLF

Hour Of The Wolf

(Fireflash Records)
Renée van der Ster
85

Een plaat van Wolf klinkt altijd als een feest van herkenning voor liefhebbers van traditionele heavy metal uit de jaren tachtig. Maar één ding is anders dan toen: de glasheldere productie. Noem het maar retro-modern. Het is één van de zaken die Wolf zo ongelooflijk authentiek maken. In de basis voldoet de band aan alle verplichte ingrediënten, zoals vlijmscherpe twinsolo’s over een ultrastuwende ritmesectie. Uniek is daarbij de ietwat maffe – maar geweldige – stem van zanger, gitarist en bandbrein Niklas Stålvind. Die switcht namelijk met speels gemak tussen rauw en middelhoog met regelmatig een flinke uithaal. Dat is op dit tiende album niet anders. De krachtige opener „Death Satellite” is een steengoed visitekaartje voor wat je van ‘Hour Of The Wolf’ kunt verwachten. Uiteraard heeft Stålvind zijn creativiteit ook dit keer weer op zijn beloop gelaten in twee opmerkelijke nummers. Zo is het refreinloze „The Music Erich Zann” een bijzondere compositie en kent „Waltz Post-Mortem” een afwijkende dynamiek. Het is knap dat ook deze buitenbeentjes toch weer ontzettend als Wolf klinken. De band had als doel om één kant van een cassettebandje vol te jakkeren en dat is met vierenveertig minuten precies gelukt. Het is kort en aanstekelijk genoeg om ‘Hour Of The Wolf’ keer op keer opnieuw aan de slingeren.


XENTRIX

Allied With The Enemy

(Listenable Records)
Wouter Dielesen
88

Eind februari kondigde Xentrix aan de puntjes op de i te zetten van een nieuw album. In eerste instantie sprak de Britse thrash metalband van een release in het voorjaar. Dat is eind oktober geworden, hoewel de single „Allied With The Enemy” eind juli al verscheen. Deze zevende studioplaat is de derde sinds de groep in 2013 een doorstart maakte. Het songmateriaal is bijzonder sterk. Dat geldt niet alleen voor de single, maar voor de plaat als geheel. Xentrix speelt strak, de songs zitten vol hooks en sterke riffs, drum- en baspartijen, en weten te beklijven. Dat laatste is te danken aan de songschrijfkwaliteiten, de catchy refreinen en de krachtige zangpartijen van Walsh, die klinkt als een combinatie van Gus Chambers (Grip Inc.) en Anni­hilator-vocalisten Randy Rampage en Coburn Pharr in hun beste dagen. Zo kan het dat onder andere openingssong „Rip Saw”, „Killer Unknown”, het melancholische „On Burned Remains” en „Nil By Mouth” niet alleen behoren tot het beste materiaal dat de thrashers in ruim veertig jaar uitbrengen, maar tot de top van de thrashreleases van dit jaar. Of zoals Xentrix het zelf omschrijft: ‘Als je hunkert naar thrash met een doel, zwaarte en intelligentie, dan is ‘Allied With The Ene­my’ klaar om je van je sokken te blazen’.


Geef als eerste een reactie

Laat een reactie achter