10 maal Eremetaal in oktober 2026
7 MILES TO PITTSBURGH
Beyond Repair
(M-Theory Audio)
Ron Willemsen
95
Na het titelloze debuut (2017) en ‘Revolution On Hold’ (2019) is er eindelijk een derde plaat van het Nederlandse 7 Miles To Pittsburgh. ‘Beyond Repair’ is het logische vervolg op z’n voorgangers. Zanger Andrew Elt, gitarist Joris Lindner, bassist Martin Helmantel, drummer Dirk Bruinenberg en toetsenist Remco van Zandvoort hebben hun sporen natuurlijk al verdiend in bands als Sleeze Beez, Elegy, Plan Nine en The Gathering. 7 Miles To Pittsburgh biedt een originele doorsnee van dat alles. ‘Beyond Repair’ bevat negen lekker in het gehoor liggende classic rocksongs. De eerste kennismaking kwam middels „Pacific Coast Highway”; een heerlijk nummer voor in de auto. De tweede single was het afwisselende „Halfway There” met wat proginvloeden en heerlijk gitaarwerk. „Kansas” kent spetterend toetsenwerk van Van Zandvoort en is tekstueel gebaseerd op ‘The Wizard Of Oz’. Helmantel en Bruinenberg, tevens de ritmesectie van Elegy, leggen een superstrakke bodem die de rest ruimte laat om te excelleren. „Speed Of Life” begint met een vette basriff en kent een kort, zweverig toetsenmiddenstukje en wederom een memorabele solo. Elt bewijst nog steeds tot de beste hardrockzangers van Nederland te behoren en weet van elk nummer iets unieks te maken. In „Savage Grace” is een hoofdrol weggelegd voor Bruinenbergs originele drumwerk. „Elevator Music” is alles behalve liftmuziek en knalt de speakers uit. Het afsluitende „The Lies You Promised To Keep” geeft de veelzijdigheid van de individuele muzikanten maar ook 7 Miles To Pittsburgh als geheel nog maar eens aan. Conclusie? ‘Beyond Repair’ is een absolute aanrader voor mensen die houden van lekker in het gehoor liggende classic hardrock met een vleugje prog.
AMON AMARTH
The Allfather Awakens
(Metal Blade Records)
Gerrit Mesker
80
Amon Amarth behoort inmiddels tot de vaste waarden binnen de melodieuze death metal en met ‘The Allfather Awakens’ levert de Zweedse band zijn dertiende album af. Veel is er niet veranderd aan het beproefde recept, al heeft de band ditmaal voor een iets organischer geluid gekozen. De gitaren klinken minder modern en dat geeft de nummers wat meer scherpte. „Gjallarhorn” is een sterke opener met een mooie riff, hoog tempo en een refrein dat duidelijk voor festivals geschreven lijkt. Ook „Eight Legs Of Thunder”, geïnspireerd door Odins paard Sleipnir, behoort tot de betere nummers. De grootste verrassing is „Upphaf”, de eerste akoestische track in de geschiedenis van Amon Amarth. Dankzij sterke melodieën en fraaie koren werkt deze afwijkende aanpak beter dan verwacht. Thematisch blijft de band dicht bij de vertrouwde Noordse mythologie. Odin vormt de rode draad, terwijl de teksten vooral draaien om strijd, opoffering en doorzettingsvermogen. Muzikaal wordt nergens radicaal van de gebaande paden afgeweken, maar door de nummers afzonderlijk en met veel aandacht uit te werken, klinkt het album wel opvallend consistent. ‘The Allfather Awakens’ zal mensen die Amon Amarth al jaren niets vinden wederom niet overtuigen. Voor de liefhebbers is er echter weinig reden tot klagen. De band klinkt herkenbaar, energiek en op momenten verrassend fris. Geen koerswijziging dus, maar een geslaagde verfijning van het bekende geluid.
ANTHRAX
Cursum Perficio
(Nuclear Blast Records)
Robbie Woning
85
Een band die al 45 jaar bestaat en tien (!) jaar na de laatste plaat één van de beste en meest frisse albums in zijn carrière aflevert; Anthrax doet dat gewoon. De eerste tracks die beschikbaar kwamen van ‘Cursum Perficio’ klonken al veelbelovend en de rest van de nieuwe plaat van de New Yorkers blijkt gewoon net zo goed te zijn. Als Anthrax voor jou vooral de band van albums als ‘Spreading The Disease’ en ‘Among The Living’ was, is de kans groot dat je de band tijdens z’n muzikale dwalingen in latere jaren wat uit het oog bent verloren. Recentere platen als ‘Worship Music’ (2011) en ‘For All Kings’ (2016) gingen overigens ook alweer stevig de goede kant uit. Uiteraard is het vijftal niet ineens helemaal teruggekeerd naar de hoekige thrash van de begindagen, maar de nieuwe plaat staat wel vol gedreven nummers, die echt opvallen door een jeugdige bezieling en zelfs qua drum- en gitaarsound doen herinneren aan de oude Anthrax. En waar veel metalzangers in latere jaren wat sleets gaan klinken, is Joey Belladonna’s stem nog even krachtig en zuiver als vroeger. Van de tien tracks op de plaat zijn de thrashers „It’s For The Kids” en „NYC 93” het meest authentiek Anthrax. Ook het midtempo titelnummer met zijn korte Dream Theater-achtige intro en het toepasselijk getitelde „Infectious” klinken direct vertrouwd. Meest verrassende track is zonder twijfel „The Edge Of Perfection”, omdat Anthrax daarin met een soort Mastodon/Baroness-achtige groove en breed geharkte melodieuze black metalakkoorden met succes nieuwe terreinen verkent. De nummers op de plaat steken allemaal erg goed in elkaar en nestelen zich na wat draaibeurten snel voor langere tijd in je geheugen.
AUDREY HORNE
Achilles
(Napalm Records)
Wim Rueter
70
Het Noorse Audrey Horne, vernoemd naar het gelijknamige personage uit de populaire televisieserie ‘Twin Peaks’ brengt met ‘Achilles’ het achtste studioalbum uit. Audrey Horne begon ooit als coverband, naast de vaste bands waarin de leden actief zijn, zoals Enslaved. Inmiddels kan de groep terugkijken op een carrière van 24 jaar. In ons kikkerlandje is Audrey Horne niet echt een bekende naam, populariteit geniet de band met name in Scandinavië en Duitsland. Voor hun debuutalbum ontving de band in het thuisland zelfs de Spellemansprisen, het Noorse equivalent van onze Edison. De band overtuigt op dit album vooral met de stevigere nummers, waaronder het avontuurlijke titelnummer „Achilles”, het sterk aan KiSS refererende „In The Eye Of The Hurricane” en „Vampires”. De ballad „Pretty Little Lies” overtuigt met name door de sterke zang van Toschie. Het feelgoodnummer „God Damn Beautiful”, gezongen door bassist Espen Lien, is bovendien een aanstekelijk nummer. De kracht van ‘Achilles’ ligt in de eerste zeven nummers. Het sterke openingsblok van het album wordt afgesloten met het Maidenesque „Insanity”. Hierna worden de nummers helaas wat minder avontuurlijk en aansprekend. Hoewel het gitaarwerk op het hele album verzorgd en doordacht blijft. Voor liefhebbers van KISS, Scorpions en andere iconen uit de jaren tachtig is Audrey Horne zeker de moeite van het beluisteren waard.
GODSLAVE
Godslave
(Metalville Records)
Metal Mike
78
Godslave is typisch gevalletje van ‘onbekend maakt onbemind’. Keer op keer maakt de band uit het Duitse Saarbrücken puike platen, maar in Nederland kent geen hond ze. Heel vreemd is dat niet; Godslave trad hier nog nooit op en de voorgaande albums verschenen tot voor kort bij allerlei vage, obscure labels. Misschien dat het nu lukt, met dit inmiddels zevende studioalbum. Het is wederom gevuld met melodieuze thrash metal van hoog niveau. Met de nadruk op melodie, met name in de uitstekende gitaarsolo’s, die doen denken aan Flotsam And Jetsam. Verder hoor je dat de band Duitse wortels heeft; de invloed van het latere Kreator ligt er duimendik bovenop. De mannen kunnen musiceren als de besten, zanger Thommy heeft precies de juiste, rasperige stem en de productie is kraakhelder. Enige puntje van kritiek is dat het ‘Godslave’ ontbeert aan dynamiek, alles wordt op hetzelfde razende tempo afgewerkt. Desalniettemin, geef het album eens een kans. En begin dan met het laatste nummer, want in het zeven minuten durende „The Fire That Calls Me” gilt onze Laura Guldemond een duit in het zakje.Calls Me” gilt onze Laura Guldemond een duit in het zakje.
HARLOTT
Exsequiis
(Metal Blade Records)
Gerrit Mesker
78
Na een onderbreking van zes jaar meldt Harlott zich terug. De Australische band heeft sinds het debuut ‘Origin’ (2013) een reputatie opgebouwd als leverancier van compromisloze thrash en maakt die reputatie hier opnieuw volledig waar. Vanaf „Void” is het raak. Razendsnelle riffs, scherpe gitaren en een flinke dosis agressie bepalen het geluid, terwijl nummers als „Messiah Simplex” en „Vice Borne” laten horen dat Harlott inmiddels meer doet dan alleen maar gas geven. Vooral de gitaarpartijen van Andrew Hudson en Leigh Bartley vallen op. De solo’s zijn technisch sterk, maar klinken nergens als een demonstratie van virtuositeit. De invloeden zijn herkenbaar: Slayer, Sepultura, Overkill en Testament. Maar Harlott heeft inmiddels voldoende eigen smoel om niet als retro-thrashkopie door het leven te hoeven. De productie helpt daarbij. Het geluid is hard, helder en agressief, met opvallend veel ruimte voor de bas. Ook tekstueel kiest de band niet voor de gebruikelijke metalfantasieën. ‘Exsequiis’ kijkt naar een wereld die steeds verder ontspoort door desinformatie, sociale verdeeldheid en een obsessie met online-aanwezigheid. Niet bepaald vrolijke kost, maar wel passend bij de muziek. De Australiërs zijn hun snelheid niet kwijtgeraakt, maar hebben inmiddels genoeg ervaring om daar ook dynamiek, melodie en songwriting tegenover te zetten. Zes jaar wachten was lang, maar dit is een overtuigende comeback.
VELVETEEN QUEEN
The Greater Good
(Silver Lining Music)
Metal Mike
78
Guns N’ Roses, wie is er niet groot mee geworden? De mannen van Velveteen Queen in elk geval wel, zoveel is duidelijk, want vrijwel elk nummer op ‘The Greater Good’ is een vette knipoog naar Slash, Axl & co. Het begint al bij albumopener „Too Far Gone” (hallo „Welcome To The Jungle”) en houdt pas op bij afsluiter „Try (To Believe Me)”. Maar het moet gezegd, de Zweden serveren hun blinde adoratie vol vuur; het enthousiasme spat er werkelijk van af. Spelen kunnen ze ook en ‘The Greater Good’ heeft een heerlijke, glasheldere sound meegekregen, vol dynamiek. Het lijkt alleen wel héél erg op Guns N’ Roses. Sterker, in feite is dit het album waar GNR-fans al sinds ‘Use Your Illusion’ om smachten, alleen staat er een andere bandnaam op de hoes.
VILLAGERS OF IOANNINA CITY
Venceremos
(Napalm Records)
Marlous de Jonge
85
‘Venceremos’ is het derde album van de Griekse groep met de onuitsprekelijke naam Villagers Of Ioannina City. De band maakte eerder indruk met ‘Riza’ (2014) en ‘Age Of Aquarius’ (2019) en neemt duidelijk graag zijn tijd voor een nieuw werkstuk. Maar, lang verhaal kort, ‘Venceremos’ was het wachten meer dan waard. In negen heerlijke, uitgesponnen tracks (gemiddeld zeven minuten) nemen de Grieken je mee naar een dystopische toekomst. ‘Venceremos’ is een conceptplaat die het verhaal vertelt van een rebellengroep die zich verzet tegen de onderdrukking en alle andere ellende die de gebroken wereld met zich meebrengt. Villagers Of Ioannina City maakt progressieve heavy rock en onderscheidt zich door naast gitaar, bas en drums verschillende instrumenten te gebruiken die je veel hoort in traditionele Griekse volksmuziek. Zoals klarinet, doedelzak en kaval. Niet in elk nummer, maar waar het past. Verder speelt de band graag met tempo. Gedurende het album worden rustigere, meer slepende tracks als „Home” en „No Fear” afgewisseld met pulserende, uptempo songs als „Ghosts In The Sky” en „The Ruiner”. Maar ook binnen de nummers zijn flink wat tempowisselingen te horen. Met als absolute hoogtepunt het prachtig opgebouwde, bijna twaalf minuten durende „Here And Now”. Met ‘Venceremos’ bewijst Villagers Of Ioannina City tot de top van de Griekse rockscene te behoren. Hopelijk hoeven we niet weer zeven jaar te wachten op een opvolger van dit heerlijke werkstuk.
TYGERS OF PAN TANG
Electrifyed
(Mighty Music)
Sjak Roks
78
Met ‘Electrifyed’ bewijst Tygers Of Pan Tang dat de Britse heavy metaltraditie nog altijd springlevend is. De band, die al sinds de late jaren zeventig deel uitmaakt van de New Wave Of British Heavy Metal, klinkt op deze plaat opvallend fris en energiek. Tegelijkertijd blijft het vertrouwde DNA van de Tygers duidelijk aanwezig: stevige riffs, melodieuze gitaarpartijen en vooral veel herkenbare hooks. De gitaren klinken krachtig en scherp, terwijl de ritmesectie zorgt voor een solide fundament. Daarbovenop komen de melodieuze zanglijnen en refreinen die ervoor zorgen dat verschillende songs al na enkele luisterbeurten niet meer uit je hoofd te krijgen zijn. Gelukkig probeert Tygers Of Pan Tang niet krampachtig met de tijd mee te gaan. ‘Electrifyed’ ademt vooral authenticiteit en laat horen dat deze veteranen hun stijl door en door beheersen. De variatie had weliswaar iets groter mogen zijn en niet ieder nummer maakt evenveel indruk, maar dat zijn slechts kleine kanttekeningen. Nummers zoals opener „Rise Up!”, „The Powers That Be” en „The Fight Goes On” laten, mede door een uitstekend zingende Jack Meille, horen dat dit bandje nog niets van zijn charme heeft verloren.
XION
When Stars Collide
(Fireflash Records)
Sjak Roks
73
Het Zweedse vijftal Xion timmert pas vanaf 2022 aan de weg, maar laat op dit tweede album horen dat ze over behoorlijk wat talent en potentie beschikken. ‘When Stars Collide’ is zeker geen album dat grenzen verlegt, maar biedt voldoende sterke momenten om als een interessante release bestempeld te worden. Xion kiest er voor om z’n mix van speed en thrash metal op behoorlijk hoge snelheid af te leveren en de kracht van de band zit ‘m voornamelijk in de combinatie van de stevige gitaarpartijen van Erik Zetterström en Liam Rådman en de krachtige zang van Robin Björk. De nummers zijn over het algemeen compact en overzichtelijk, waarbij de refreinen voor de nodige herkenbaarheid zorgen. Toch kent ‘When Stars Collide’ ook zijn beperkingen. Niet iedere compositie heeft dezelfde impact en na een aantal luisterbeurten begint de gekozen formule hier en daar wat voorspelbaar aan te voelen. Iets meer variatie en wat meer buiten de geijkte paden treden, zoals in „Granted Wings”, had dit plaatje ietwat avontuurlijker kunnen maken, maar gezien de jonge leeftijd van de bandleden is er nog voldoende tijd en ruimte om verder te groeien.

