10 maal Eremetaal augustus/september 2023


10 maal Eremetaal in augustus/september 2023

ANY GIVEN SIN

War Within

(Mascot Records)
Liselotte Hegt
80

Any Given Sin is een viertal uit Maryland dat debuteert met ‘War Within’ via Mascot Records. De band maakt emotioneel geladen moderne metal. De elf tracks zitten toegankelijk in elkaar en daarin speelt zanger Victor Richie een grote rol in. De man heeft een aangenaam stemgeluid, zet geregeld een ruige rand in en klinkt bovendien zeer zelfverzekerd. Hij wordt daarin gesteund door een stevig aanvoelend muzikaal korset. De met distortion besmeurde gitaren voeren daarin de boventoon. Producer Chris Dawson heeft daar gelikte elementen en subtiele stemeffecten aan toegevoegd en er wordt veelvuldig gespeeld met dynamiek en drive om iedere keer weer de spanning mooi op te bouwen naar een melodieuze ontlading. ‘War Within’ klinkt hartstikke Amerikaans en is rijp voor een mainstream (rock)publiek en perfect voor de alternatieve radiostations. Bands als Shinedown en Distur­bed zijn Any Given Sin al met succes voorgegaan, ergens in dat genre moet je het zoeken. De meeslepende songs „Cold Bones”, „The Way I Say Good­bye” en „Dynamite” onderstrepen extra dat deze band uit oprechte emoties put, zeker met de wetenschap dat Richie zeven jaar in het leger heeft gezeten en daar een en ander heeft meegemaakt. ‘War Within’ reflecteert dan ook de nodige donkerheid en neerslachtigheid, maar tegelijkertijd verbindt de band het met een positieve boodschap.


PHIL CAMPBELL AND THE BASTARD SONS

Kings Of The Asylum

(Nuclear Blast Records)
Sjak Roks
77

Na de dood van Lemmy en het uiteenvallen van Motörhead besloot gitarist Phil Campbell met zijn drie zonen en zanger Neil Starr verder muziek te gaan maken onder de toepasselijke naam Phil Campbell And The Bastard Sons. Dat resulteerde in twee studioalbums, die vol stonden met punky hardrocknummers. In 2021 verliet Starr de band, hij werd opgevolgd door Joel Peters. Voor het bandgeluid heeft deze wisseling niet veel gevolgen gehad, want ‘Kings Of The Asylum’ gaat naadloos verder waar de uit 2020 stammende voorganger ‘We’re The Bastards’ ophield. Nog steeds wordt de traditionele metalsound doorspekt met punk en rock-’n-rollinvloeden. Dat levert een interessante mengelmoes op. De geest van Motörhead is nooit ver weg en mede hierdoor klinken de twaalf nummers vanaf de eerste luisterbeurt erg bekend in de oren. Het gitaarspel van Phil en zijn zoon Todd klinkt lekker smerig en dat zorgt er voor dat nummers als „Too Much Is Never Enough”, „Schizophrenia” en „The Hunt” heerlijk wegluisteren. De nieuwe zanger blijft moeiteloos overeind binnen de spierballensound van de band. Liefhebbers van ietwat chaotisch klinkende hardrock(-’n-roll) en Motörhead-fans in het bijzonder zullen dit zeker op juiste waarde weten te schatten.


CYHRA

The Vertigo Trigger

(Nuclear Blast Records)
Patrick de Sloover
80

Vanaf de start hadden zanger Jake E (ex-Amaranthe) en gitarist Jesper Strömblad (ex-In Flames) een gezamenlijk en duidelijk doel: muziek maken met alle gekende Zweedse ingrediënten en grossieren in degelijkheid, melodie, samenzang, herkenbaarheid en kwaliteit van begin tot eind. Het debuutalbum ‘Letters To Myself’ (2017) was misschien iets té poppy door het gebrek aan een ruw randje. De opvolger ‘No Halos In Hell’ (2019) evolueerde iets meer in de richting van Kamelot, maar had een gemis aan spannende momenten. Het gebrek aan spanningsbogen en frisse ideeën is met dit derde album ‘The Vertigo Trigger’ volledig tenietgedaan. Nieuwe gitarist Marcus Sunesson (ex-The Crown) werd in het schrijfproces betrokken. Hij en andere gitarist Euge Valovirta (ex-Shining) schreven elf nummers die alle goede elementen van Kamelot, Amaranthe, Eclipse, Pyramaze en Dynazty combineren: opzwepende ritmes, uitgekiende structuren en een hoog meezinggehalte. Cyhra is erin geslaagd om meeslepend en innovatief te zijn, met intrigerende riffs en inventieve wendingen („Live A Little”), charisma en punch („Buried Alive”, „If I”). Ver­plichte aanschaf voor fans van Kamelot, Amaranthe en In Flames, ondanks de afschuwelijke hoes.


GRETA VAN FLEET

Starcatcher

(Universal)
Stan Novak
82

Het fenomeen Greta Van Fleet dendert voort. Op 8 november staat het viertal in de Ziggo Dome, een prima graadmeter voor de explosieve populariteit van de voormalige retrobroekies. Niet dat er in recente jaren veel veranderd is hoor. De muziek ligt nog steeds stevig verankerd in de jaren zeventig en de invloed van Led Zeppelin viert nog steeds hoogtij. Maar stoort dat nog? Nee, totaal niet als je het mij vraagt. The Tea Party droeg ik ondanks de Zeppe­lin-print ook jarenlang op handen en in het geval van Greta Van Fleet ben ik wat dat betreft ook om. Met dit vierde album lijkt de band uit Michigan definitief te zijn gearriveerd. Het materiaal klinkt frivool, bezwerend en ontwapenend. Het kleurrijke en veelzijdige gitaarwerk van Jake Kiszka snijdt als een vers geslepen slagersmes overal doorheen. De snerpende zang van zijn broer John zal nog steeds voor verdeeldheid blijven zorgen. Het is echter een essentieel en inmiddels onmisbaar deel van de bandsound. Als het eerdere werk van GVF je boeit, kun je ‘Starcatcher’ blind aanschaffen. Het album overtuigt van begin tot eind en gepassioneerde songs als „The Archer”, „Meeting The Master”, „Farewell For Now” en (vooral) „Fate Of The Faithful” zijn om door een ringetje te halen. Enige vreemde eend in de bijt is de energieke garagerocker „Runaway Blues”, omdat dat stuk na een dikke minuut smaakloos wordt weggedraaid. Merkwaardig…


MAMMOTH WVH

II

(BMG)
Matthijs Kropff
85

Dat de muzikale appel meestal niet ver van de boom valt bewijst Wolfgang van Halen op zijn nieuwe album. Het heeft zo zijn voordelen als je rijkelijk van het juiste dna bent voorzien. Zo neemt de alleskunner net als op het in 2021 verschenen titelloze debuut ook nu weer alle instrumenten en de zang voor eigen rekening. ‘II’ is echter veel diverser dan het debuut en laat op alle vlakken horen hoe ‘Wolfie’ gegroeid is als songwriter en performer. Het album schiet uit de startblokken met het energieke „Right?”, met een ijzersterke melodie en voorzien van overtuigende zang. Eerste single „Another Celebration At The End Of The World” is een heerlijk feelgoodnummer. Het makkelijk meezingbare „Miles Above Me” heeft dan weer een licht punkrockrandje. Het valt sowieso op hoeveel variatie er tussen de nummers is. Het afwisselende „Take A Bow” bijvoorbeeld had ook niet misstaan op één van de recentere Foo Fighters-albums, voordat het fantastische gitaarwerk in het tweede deel van het nummer er een hele dikke Van Halen-handtekening onder zet. Het dromerige „Waiting” is weliswaar wat aan de zoete kant, maar heeft wel de nodige hitpotentie. Zowel het hypnotiserende pianootje als het gitaarwerk in „I’m Alright” doen in de verte aan Queens Of The Stone Age denken. Het afsluitende „Better Than You” is opgebouwd rond een pakkende riff die afgewisseld wordt met mooie koortjes, die het een Beatles-randje geven. Eindoordeel: met dit klasse-album op zak en supportslots bij shows van Def Leppard/Mötley Crüe en Metallica net achter rug ziet de toekomst er rooskleurig uit voor Wolf­gang en zijn Mammoth.


PRIMAL FEAR

Code Red

(Atomic Fire Records)
Horst Vonberg
77

De blauwdruk die Matt Sinner en Ralf Scheepers in 1997 uitrolden als basis van hun power metal waarbij de Judas Priest-invloeden nooit ver weg zijn is 25 jaar later nog steeds in gebruik. Dat is de overduidelijke conclusie na het beluisteren van ‘Code Red’. Het betekent dat iedereen die op zoek is naar nieuwe invalshoeken of radicale veranderingen binnen het genre deze plaat met een gerust hart kan overslaan. Primal Fears dertiende studioalbum sluit namelijk naadloos aan op zijn twaalf voorgangers en is daarmee net zo voorspelbaar als de uitkomst van het huidige For­mule 1-seizoen. Een paar vlotte deuntjes? Check! Wat midtempo beukers? Check! De traditionele ballad? Check! En zo zit de bingokaart in no time vol. Dat gezegd hebbende is het natuurlijk niet zo dat er hier geen kwaliteit wordt geleverd. Stuk voor stuk zijn de heren muzikanten vaklui en Scheepers is en blijft één van de beste zangers in het genre. Er valt dus best wel wat te genieten. Met name het snelle „Cancel Culture” komt heel lekker binnen, net als „Their Gods Have Failed”, een slepend en tikje dreigend epos van ruim zeven minuten lang. Neen, de originaliteitsprijs gaat Primal Fear nooit meer winnen, maar mocht je je geen genoeg kunnen krijgen van hun karakteristieke power metal, dan is ‘Code Red’ een prima keus.


SARAYASIGN

The Lion’s Road

(Frontiers Music)
Liselotte Hegt
85

Niet alleen voor diegenen die het debuut ‘Throne Of Gold’ uit 2022 grijs hebben gedraaid, maar ook liefhebbers van overweldigend klinkende melodieuze hardrock en die het debuut hebben gemist, is opvolger ‘The Lion’s Road’ eigenlijk verplichte kost. Allereerst heeft Sarayasign in Stefan Nykvist werkelijk een dijk van een zanger, die grootheden als Ronnie James Dio, Tony Martin en David Coverdale naar de kroon steekt. Nykvists stem is krachtig en hij heeft een enorm bereik. Daarmee wil ik de andere bandleden niet tekortdoen, want het spetterende gitaarwerk van Peter Lundin is ook dik in orde. Zijn emotioneel geladen solo’s zijn van hoge kwaliteit. Bassist Daniel Lykkeklev en drummer Jesper Lindbergh zijn een ware rots in de branding en bewaken de heerlijke drive en dynamiek. Beide heren zijn ook verantwoordelijk voor de sfeerverhogende keyboardlaag vol coole loops en soundscapes. Het draagt allemaal bij aan het filmische karakter van ‘The Lion’s Road’, dat het tweede hoofdstuk vormt van een concept dat de luisteraar meeneemt naar de wereld van Saraya. Sarayasign geeft de nummers kop en staart, en weet die heel handig op een verhalende manier te serveren. De fraaie spanningsbogen en beklijvende melodieën smaken vanaf opener „When All Lights Go Out” meteen naar meer. Nadat je met de navolgende pompende tracks „Blood From Stone”, „A Way Back” en „The Begin­ning Of The End” bent meegereisd, weet je dat het met de rest van het album snor zit. In het meeslepende „Will You Find Me” horen we een prachtig duet met een helaas niet nader genoemde zangeres. Het album sluit af met „Throne Of Gold Part II – A Heartless Melody”, een ruim zeven minuten durend epos dat wellicht ook fans van Kamelot kan bekoren.


SEVENDUST

Truth Killer

(Napalm Records)
Diederick RR9660
82

Ter ere van het verschijnen van het veertiende album ‘Truth Killer’ van de Amerikaanse vijfmansformatie Sevendust sommen we de kernkwaliteiten van deze band even op. Een perfecte neus voor melodie. Een niet aflatende energie. Een krachtige topzanger met soul. Twee riffmeesters op gitaar die ook nog eens overtuigende zangers zijn. Een ritmesectie die wezenlijk bijdraagt aan het herkenbare bandgeluid. Het vermogen om een pakkende songs te schrijven. Sevendust heeft nooit verzaakt, maar de zeer eigen stijl zorgt ook voor het gevaar dat ‘je het al wel eens eerder van de band gehoord hebt’. Daarom is het begin van ‘Truth Killer’ ook zo opvallend. Opener „I Might Let The Devil Win” laat namelijk een fris en afwijkend ‘7D’-geluid horen, waarbij frontman Lajon Witherspoon een even mooie als dreigende zanglijn tegen een relaxed en digitaal gegenereerd patroon afzet. Na drie minuten wordt alsnog een gitaarmuur opgetrokken om negentig seconden later te eindigen zoals het begon. „I Might Let The Devil Win” is daarmee direct de meest afwijkende song van het album, hoewel elektronische invloeden over de gehele linie een iets prominentere rol in de muziek hebben gekregen. Het blijft echter ontegenzeggelijk Sevendust. Het algehele niveau op ‘Truth Killer’ ligt hoog, hoewel nieuwe Sevendust-klassiekers nu al een paar albums ontbreken. Het pakkende „Superficial Drug”, het felle „Fence” en het dus al genoemde „I Might Let The Devil Win” zijn de meest memorabele songs op een sterk album dat na een spannend begin net iets te veilig binnen de eigen kaders blijft.


SPIRIT ADRIFT

Ghost At The Gallows

(Century Media Records)
André Verhuysen
75

Album nummer zes in amper zeven jaar tijd; Spirit Adrift heeft de vaart er goed in zitten. In die tijd is het eenmansproject van Nathan Garrett geleidelijk aan uitgegroeid tot een kwartet. Met de nieuwe muzikanten kwamen ook nieuwe invloeden. Spirit Adrift is al lang niet meer de doomband die het in 2017 nog was. Het geluid van Spirit Adrift waait inmiddels van Baroness tot Iron Maiden, van Thin Lizzy tot Ozzy Osbourne. Het gemiddelde tempo van de songs ligt inmidels ook pakweg twee keer zo hoog als destijds. Het is een groei die Spirit Adrift goed gedaan heeft, met name waar het het prachtige dubbelloops gitaarwerk betreft. Het stemgeluid van Garrett is een beetje krachteloos, maar hij is dan ook vooral gitarist en geen geboren zanger. Een handicap die bijvoorbeeld ook een band als Megadeth wel eens parten speelt. Wat ook opvalt: de vier songs op de tweede helft van het album (zeg maar kant B van de LP) boeien een stuk minder dan de eerste vier (kant A). Misschien is het toch beter om de volgende keer iets meer tijd te nemen. Haastige spoed is zelden goed.


VANDENBERG

Sin

(Mascot Records)
Ron Willemsen
90

Al tijdens de eerste tonen van het openingsnummer „Thun­der And Lightning” lijkt het me duidelijk. Deze ‘Rainbow meets Whitesnake’-kraker klapt er direct lekker in. En voor wie nog niet zo heel bekend met hem was wordt ook meteen duidelijk wat een geweldige en vooral veelzijdige zanger Mats Levén (Yngwie Malmsteen, The­rion, Candle­mass, TSO) is. Wat z’n voorganger (bandhopper en voor mij overgewaardeerde zanger Ronnie Romero) miste, heeft hij wel: overtuiging, afwisseling, power en attitude. Tijdens de vlijmscherpe gitaarsolo lijkt het ook alsof de naamgever van de band lekkerder in z’n vel zit door de zangerswisseling. En dan zijn we pas bij het eerste nummer van deze wederom door Bob Marlette geproduceerde plaat. De prima ritmesectie, bestaande uit drummer Koen Herfst en bassist Randy van der Elsen is wederom verantwoordelijk voor de solide basis. De plaat heeft een heerlijke jaren-tachtig-sound en bevat lekkere arrangementen en legio pakkende liedjes, zoals „House On Fire”, „Light It Up” (met een hoog meezinggehalte), „Walking On Water” (dat begint als een ballad maar lekker catchy vervolgt) en „Hit The Ground Running”, waarop Vandenberg soleert als een bezetene. Naast het openingsnummer zijn absolute krakers het zeer afwisselende titelnummer „Sin”, waarin duidelijk Vanden­bergs verleden in Whitesnake doorschemert, het van een stevige riff voorziene „Burning Skies”, de prima ballad „Baby You’ve Changed”, waarop Levén met doorleefde stem zingt en de afsluiter „Out Of The Shadows”; traag, slepend en voorzien van een vette solo. Het doet denken aan Rainbow ten tijde van Ronnie James Dio. Een waardige afsluiter van een prachtplaat. Was ik enigszins teleurgesteld in comebackalbum ‘2020’, met ‘Sin’ maakt Van­denberg in één klap alles goed. In 2020 mag Van­den­berg dan een nieuwe fase zijn ingegaan, met ‘Sin’ zijn Ad en z’n mannen pas echt terug.