10 maal Eremetaal in juni 2026
ARMORED SAINT
Emotion Factory Reset
Metal Blade Records
Wim Rueter
85
Armored Saint draait al vele jaren mee in het wereldje, om precies te zijn vanaf 1982. De carrière kun je gerust grillig noemen. In de vierenveertig jaar dat de Amerikaanse band nu bestaat is negen studioalbums niet echt een vetpot te noemen. Medeoorzaak hiervan is ook een onderbreking van tien jaar waarin zanger John Bush deel uitmaakte van Anthrax. Maar terug naar het hier en nu. Aan deze mannen hoef je niet meer uit te leggen hoe je een goed en overtuigend metalalbum in elkaar zet. De band geeft ook aan geen druk meer te ondervinden zich te moeten bewijzen en doen muzikaal dat wat het beste voelt. ‘Emotion Factory Reset’ is hier een duidelijk bewijs voor. Het meest overtuigende gedeelte van de plaat ligt in de eerste acht van de in totaal elf nummers. Met „Close To The Bone”, „Every Man-Any Man” en „Not On Your Life” is het volop genieten. Een drietrapsraket van de buitencategorie! Het is natuurlijk ook geen straf om naar de charismatische en krachtige zangkunsten van John Bush te moeten luisteren. Als er sleet op ‘s mans stembanden zit, heb ik dit niet kunnen herkennen. De rest van de band mag ook zeker niet onvermeld blijven. Phil Sandoval en Jeff Duncan leveren weer gevarieerd en sterk gitaarwerk af. Drummer Gonzo Sandoval ramt alles nog altijd naadloos dicht en Joey Vera is met zijn stuwende baswerk van onmisbare waarde. Vera zorgde ook voor de naturel klinkende en heavy productie. Aan het eind van het album vloeit de overtuiging in de nummers helaas enigszins weg. „Ladders And Slides” en „Bottom Feeder” worden vooral richting een voldoende geduwd door de vocalen van Bush. Maar al met al is ‘Emotion Factory Reset’ een sterke en overtuigende aanvulling op de discografie van Armored Saint.
DIMMU BORGIR
Grand Serpent Rising
(Nuclear Blast Records)
Stephan Gebédi
78
Maar liefst acht jaar na voorganger ‘Eonian’ is hier eindelijk ‘Grand Serpent Rising’. De grote vraag is natuurlijk of de Noren verder zijn afgedwaald richting ‘Disney metal’ of dat ze iets van hun oude black metalspirit hebben teruggevonden. Na een deels gesproken intro, vliegt „Ascent” snel uit de startblokken met een blastbeat en afwisselend krijszang en deathgrunts. Halverwege komt er echter een episch, bombastisch middenstuk om de hoek kijken. Het valt op dat de keyboards wat meer ruimte in de mix hebben gekregen dan de gitaren. Ook in het navolgende „As Seen In The Unseen” wisselt de band harde, snelle stukken af met langzamere, bombastische stukken met veel keyboards en koorzang. De eerste single „Ulvgjeld & Blodsodel” was geen al te best voorproefje en blijkt gelukkig één van de zwakste nummers van ‘Grand Serpent Rising’ te zijn. Bijvoorbeeld „The Qryptfarer” en het zeer afwisselende „Repository Of Divine Transmutation” zijn veel sterkere nummers. Al met al valt het album me alleszins mee. De hoogtijdagen van ‘Spiritual Black Dimensions‘ en ‘Puritanical Euphoric Misanthropia‘ lijken voorgoed voorbij en Dimmu Borgir klinkt anno 2026 allesbehalve duister of ‘evil’, maar ‘Grand Serpent Rising’ is wel weer een stuk sterker dan ‘Eonian’. Dimmu Borgir-fans die terugverlangen naar ‘de goede oude tijd’ raad ik echter aan het nieuwe album van Stormkeep eens te beluisteren, zie bespreking elders in deze uitgave.
GODTHRYMN
Projections
(Profound Lore)
Anita Boel
83
Met dit derde album voltooit Godthrymn de ‘Visions’-trilogie. Over het algemeen werden de voorgangers ‘Reflections’ (2020) en ‘Distortions’ (2023) lovend ontvangen en ook ‘Projections’ zal zeker in goede aarde vallen. Voor wie bij de naam Godthrymn niet direct een kwartje valt, het is de band van de Britse doom metalmuzikant Hamish Glencross (ex-My Dying Bride, Vallenfyre, Solstice) en drummer Shaun Taylor-Steels (ex-My Dying Bride, Anathema, Solstice). Hun achtergrond hoor je duidelijk terug in de muziek van Godthrymn. De koers die op de eerste twee albums is ingezet, wordt op dit derde deel op een logische manier voortgezet. Positief is dat het geheel wat dynamischer klinkt. Wellicht te danken aan de komst van extra gitarist Kris McLaughlin. Mijn favoriete nummer is „Truth In My Own”, waar eigenlijk alles in zit. Van een heerlijke gitaarsolo en de betoverende zang van Catherine Glencross tot de logge gitaarpartijen à la My Dying Bride en de fantastische drumpartijen van Taylor-Steels. In het navolgende „The Sun Never Fell” hoor je bands als Anathema en Paradise Lost terug. Er wordt dus ook zeker de nodige variatie geboden. Verrassend is om inmiddels ex-My Dying Bride-frontman Aaron Stainthorpe als gastzanger te horen in „Endure My Skin”. Op ‘Distortions’ was hij ook al te horen, maar dit keer pakt hij meer een hoofdrol. Een hoofdrol die in „Jewels” is weggelegd voor Glencross. Indrukwekkend hoe ze dit nummer naar zich toetrekt en hetzelfde geldt voor afsluiter „Hope Is Eternal”. Al met al maakt het ‘Projections’ meer dan de moeite waard.
ERIK GRÖNWALL
Bad Bones
(Playground Music)
Metal Mike
80
Voor wie het niet (meer) weet: Erik Grönwall is een Zweedse rockzanger die in 2009 de Zweedse versie van Idols won. Wij leerden ‘m kennen alsfrontman van H.E.A.T. en later zong hij bij Skid Row, waar hij indruk maakte tot zijn vertrek in 2024 om gezondheidsredenen – leukemie, inmiddels is hij hersteld. Ook werkte hij samen met Michael Schenker. ‘Bad Bones’ is zijn derde soloalbum. Dat Grönwall fantastisch kan zingen wisten we naruurlijk al, maar ook de muziek op ‘Bad Bones’ is van hoog niveau. Het materiaal houdt het midden tussen Bon Jovi (o.a. „Born To Break”, „Praying For A Miracle”, „Lost For Life”) en H.E.A.T („Bad Bones”, „Twisted Lullaby”, „Hell & Back”, „How High”) met een uitstapje naar Queen („Who’s The Winner”). Voor het flitsende gitaarwerk tekenen de sessiemuzikanten Philip Näslund en Fredrik Thomander. Slechte nummers kom je niet tegen, alle tien zijn ze raak. Ideale meezingplaat voor de zomer!
KHEMMIS
Khemmis
(Nuclear Blast Records)
Jordan Stael
78
Doom metal is er in vele soorten, van strooptraag en deprimerend à la Winter, tot uptempo en opbeurend zoals Candlemass. De band Khemmis, uit Colorado, mogen we tot de laatste categorie rekenen. Neerslachtig wordt het bij de Amerikanen nooit, de mannen maken doom om blij van te worden. In meerdere songs kun je je zelfs afvragen of het überhaupt nog wel doom metal is, zoals in het snelle „Gilded Chambers” of „Beneath The Scythe”. Eigenlijk maakt Khemmis gewoon klassieke metal zoals die ooit door Black Sabbbath is uitgevonden. Het resulteerde eerder al in vier uitstekende albums, die Khemmis nog geen steek verder gebracht hebben. Als Khemmis al door Europa toert, dan treedt het op in zaaltjes van het formaat – met alle respect – Little Devil. Gebaseerd op de muzikale en vocale kwaliteiten verdient de band echter beter. Met name Ben Hutcherson en Phil Pendergast maken indruk met hun afwisselend gegromde en zuivere zang en flitsende gitaarspel. Zij zijn de troefkaarten van Khemmis, al valt er op de ritmesectie ook helemaal niets aan te merken. Hetzelfde geldt voor de kristalheldere sound van ‘Khemmis’, die is om door een ringetje te halen. Slechte of zelfs maar matige songs staan er ook niet op de plaat, Alle acht zijn het puike nummers, al zit er niet die absolute uitschieter tussen die Khemmis kan katapulteren naar de eredivisie van de doom.
LEX LEGION
Lex Legion
(MNRK Music Group)
Stephan Gebédi
85
Wat krijg je als je vier muzikanten van de klassieke King Diamond-lineup – drummer Mikkey Dee, de gitaristen Pete Blakk en Andy La Rocque en bassist Hal Patino – een album laat opnemen met een andere zanger. Precies, een King Diamond-album met een andere zanger. Gelukkig houdt die zanger, Nils K. Rue, ook nogal van hoge uithalen. En hoewel hij uiteraard een andere stem heeft kunnen King Diamond-fans die nu al jaren zitten te wachten op Kings eigen ‘Chinese Democracy’ dit debuutalbum van Lex Legion blind aanschaffen. Muzikaal is het smullen geblazen van al het moois dat deze doorgewinterde muzikanten ons laten horen. Op nummers als „When The Stars Align” en „(I Am) The Resurrected” probeert Rue trouwens wel degelijk als King Diamond te klinken, met falsetto-uithalen en alles erop en eraan. Dus ja, ‘Lex Legion’ klinkt gewoon als een King Diamond-album zonder de meester himself, maar je kunt ook weinig anders verwachten van vier heren die medeverantwoordelijk zijn geweest voor deze stijl en dit geluid. En als je gewoon van kwalitatief hoogstaande metal met fraaie melodielijnen en gitaarsolo’s en af en toe wat avontuurlijke riffs en arrangementen houdt, is dit album ook wel wat voor jou.
SOULBURN
Quantifying Cosmic Doom
(Testimony Records)
Gerrit Mesker
80
Met ‘Quantifying Cosmic Doom’ laat Soulburn horen dat extreme metal nog steeds intens en meeslepend kan klinken zonder terug te vallen op oppervlakkige retro-verering. De Nederlanse band verwerkt death-, doom- en black metalelementen tot een donker en zwaar geheel waarin vooral sfeer en spanning centraal staan. De muziek beweegt zich voortdurend tussen logge, slepende passages en felle erupties, waardoor het album een onrustig en dreigend karakter krijgt. Waar veel vergelijkbare groepen kiezen voor een rechtlijnige aanpak, zoekt Soulburn nadrukkelijk meer nuance in tempo, dynamiek en compositie. Dat levert een plaat op die niet direct alles prijsgeeft, maar juist groeit naarmate de nummers vaker voorbijkomen. De riffs zijn zwaar aangezet, de vocalen klinken verbeten en de melancholische ondertoon geeft het materiaal extra diepgang zonder dat het ten koste gaat van de agressie. De ervaring van de muzikanten speelt daarbij een belangrijke rol. Sinds de oorsprong vanuit de as van Asphyx heeft Soulburn zich ontwikkeld tot een band met een duidelijke eigen identiteit, waarin oude death metalwortels worden gecombineerd met een meer atmosferische en sinistere benadering. Ook de productie ondersteunt dat uitstekend: krachtig en organisch, zonder moderne overpolijsting. ‘Quantifying Cosmic Doom’ is daarmee een sterke en overtuigende toevoeging aan het oeuvre van deze veteranen.
STORMKEEP
The Nocturnes Of Iswylm
(Vesperian)
Stephan Gebédi
80
Voor fans van Dimmu Borgir is het een goede maand. Niet alleen brengt het Noorse black metalinstituut zelf een nieuw album uit, maar ook met ‘The Nocturnes Of Iswylm’ zal de liefhebber van het oudere werk van Dimmu prima uit de voeten kunnen. Stormkeep neemt je mee terug naar de tijd van albums als ‘Spiritual Black Dimensions’ en ‘Puritanical Euphoric Misanthropia’, voor veel mensen de hoogtijdagen van hun Noorse voorbeelden. De Amerikanen gooien er ook nog wat Emperor-invloeden tegenaan, waardoor nummers als „The Taste Of Immortal Blood” en „Saccharine Subjugation” lekker hysterisch en over-the-top klinken. De grote meneer bij Stormkeep is ene Otheyn Vermithrax, die naast zang en gitaar ook verantwoordelijk is voor de drum- en een deel van de keyboardpartijen. De overige drie bandleden maken zich er dus wat gemakkelijk van af. Naast de felle krijszang klinken de cleane zangpartijen van Vermithrax ook aangenaam. Als je het nieuwe album van Dimmu Borgir wat te glad en te braaf vindt, maakt ‘The Nocturnes Of Iswylm’ je dag misschien weer goed.
TARJA
Frisson Noir
(earMUSIC)
Anita Boel
78
Na een kerstalbum uit 2023 komt Tarja Turunen dit keer weer met een regulier album op de proppen. Het ‘heavieste album’ van haar carrière, zo staat er in koeienletters bovenaan de biografie. Nou, dat valt ook wel weer mee. Als je het tien minuten lange epos „At Sea” beluistert, heb je meer het gevoel dat het hier om een samenwerking met een orkest gaat en dat er een soort rockopera wordt gepresenteerd. Mooi is het wel, maar klassieke muziek voert hierin de boventoon. Openingsnummer „Frisson Noir” gaat ook rustig van start met piano, maar daar gaat gelukkig na ongeveer een minuut wel de beuk erin. Zo hebben alle nummers eigenlijk heavy elementen, maar keiharde metal is het zeker niet en dat hoeft ook niet. Wat Tarja op ‘Frisson Noir’ laat horen, gaan de fans van deze Finse zangeres zeker waarderen. Een heerlijke mix van klassiek en metal die door de samenwerking met het Budapest Art Orchestra en het Budapest Art Choir perfect uit de verf komt. Daarnaast heeft Tarja zich laten omringen door een paar geweldige gastmuzikanten. Zo is het smullen van de samenzang met Marko Hietala (eveneens ex-Nightwish) en Dani Filth (Cradle Of Filth) in respectievelijk „Leap Of Faith” en „I Don’t Care”. Het pakkende „Tango” is een geweldige samenwerking met Apocalyptica en past perfect in het geheel. Ook „Against The Odds” mag niet onbenoemd blijven. Je hoort het niet direct terug, maar hier heeft drummer Chad Smith (Red Hot Chili Peppers) aan meegewerkt. ‘Frisson Noir’ biedt in totaal tien nummers waarop Tarja optimaal uit de verf komt. Hier kun je enkel respect voor hebben.
DEVIN TOWNSEND
The Moth
(InsideOut Music)
Anita Boel
85
Op het moment dat ik dit schrijf, heb ik al een uitgebreid gesprek met maker Devin Townsend gehad. Ook was ik vorig jaar getuige van de live-uitvoering van ‘The Moth’ in Groningen. De Canadees is tien jaar bezig geweest met dit levenswerk, waaraan ruim tweehonderd musici en technici hebben meegewerkt, waaronder het Noord Nederlands Orkest en Koor, de zangeressen Anneke van Giersbergen en Lynn Wu en gitarist Steve Vai. Zonder één noot van ‘The Moth’ te horen was ik al zwaar onder de indruk. Dat ben ik na diverse luisterbeurten nog steeds. Alleen een geniaal muzikant kan zo’n werkstuk maken. Puur vakmanschap. ‘The Moth’ klopt dan ook van begin tot eind. Het project kwam tot stand tijdens een zware persoonlijke periode, waarin hij werd geconfronteerd met verlies, depressie en zijn eigen kwetsbaarheid. In plaats van daarvoor weg te lopen, besloot hij die pijn juist onder ogen te zien. Los van het feit dat ‘The Moth’ een prachtige rockopera is geworden, zijn het al die emoties die het album zo indrukwekkend maken. Samen met orkest en koor weet Townsend angst, wanhoop, verdriet, boosheid en acceptatie tot diep in je ziel voelbaar te maken. Continu word je als luisteraar heen en weer geslingerd tussen overweldigende bombast en kwetsbare zelfreflectie. Juist die tegenstelling maakt ‘The Moth’ bijzonder en meeslepend. Persoonlijk had ik graag wat meer de focus op de metal gehad in plaats van klassiek en rock, maar het is Townsend absoluut vergeven. Mede door de enorme hoeveelheid lagen blijf je steeds nieuwe details en elementen ontdekken. Alles staat in dienst van het verhaal en de emotie. ‘The Moth’ is dus niet zomaar een nieuw album van Devin Townsend. Het is een gedurfd en meeslepend kunstwerk, waarmee hij nog maar eens onderstreept dat hij tot de meest unieke en visionaire muzikanten van deze tijd behoort.

